Vandaag in het schrijfcafé was het thema: taart.

Schrijf 1 minuut over een Ouwe taart: dat is de niet aardige benaming voor een oudere vrouw die er waarschijnlijk niet meer zo appetijtelijk uitziet. Wat uitgedroogd, mogelijk al verzuurd. Daar wil je niet meer van proeven.

Schrijf 1 minuut bij de spreuk: een kaart is als een taart het hoort erbij als je verjaart:

Ja, een kaart op je verjaardag hoort erbij, net als taart. Maar als ik moet kiezen dan kies ik de kaart want iemand heeft die voor mij uitgekozen, gemaakt en verstuurd. Dat is meer waard dan de taart die ik zelf heb moeten kopen.

Schrijf 5 minuten bij een tekening van een etalage vol lekkere taarten:
Dit is niet eerlijk, al dat lekkers in de etalage en ik mag het niet van de dokter. Al teveel ervan gegeten en nu mag ik geen suiker want dat heb ik al. 
Oh, ik kan die chocola bijna proeven. Lik mijn vinger af maar geen zoete nasmaak daar. En dan die roze daarboven. Ik wil er met mijn vinger langs gaan en dan mijn vinger aflikken. Zo’n beetje mag toch wel? Niet van de bakker. De hele taart of alleen maar kijken. Kijkt de dokter? Nee? Dan de hele taart graag.

Schrijf 5 minuten bij de spreuk: Een goede taart is de zonde waard.
Waarom is het eigenlijk een zonde om taart te eten? Het is een genot. En is genieten zonde? In sommige kringen wel maar ik denk dat daar veel stiekeme genieters tussen zitten. 
Soms is taart niet wat je ervan verwacht had en dan denk je na afloop: zonde, dat had ik beter niet kunnen doen. Maar als je er vanaf de eerste hap van hebt zitten genieten dan denk je: het zou zonde zijn als ik dit taartje had afgeslagen.