Gisteren was in het schrijfcafé het thema: huis.

We moesten een lijstje maken van de straatnamen waar we allemaal hadden gewoond. Mijn lijstje telde 9 namen. We moesten er een uitkiezen en daar vijf minuten over schrijven. Ik koos voor de Bastiaansstraat 86 in Haarlem.

Ik kies voor de Bastiaansstraat in Haarlem omdat ik daar een heerlijke jeugd heb gehad. De buurvrouwen noemden we tante en hun mannen oom. Het waren huurhuizen en iedereen had dezelfde sleutel: een loper. Mooie naam ervoor want hij paste op alle voordeuren in de straat. Geen auto’s in de straat. Een groot grasveld waarop bordjes stonden met de tekst: gras niet betreden. Toch speelden we erop maar letten goed op of ‘ de juut’ er niet aan kwam fietsen in zijn lange zwarte jas.
Samen met de kinderen uit de straat liepen we naar school, geen enkele moeder ging mee. We speelden na schooltijd altijd buiten en afhankelijk van de tijd van het jaar was het ballen, touwtje springen, knikkeren of pinkelen.
En als in de winter de straatlantaarns aangingen, dan moesten iedereen naar binnen.

mijn jongste broertje voor ons huis.