Vandaag zou ik naar het museum in Rijswijk gaan maar met die regen en wind hebben we (buurvrouw en ik) besloten thuis te blijven. En dan heb je opeens een hele ‘lege’ dag voor je en omdat mijn agenda voor de komende week ook vrij leeg is heb ik besloten wat kasten kritisch door te nemen, te beginnen bij de voorraadkast in de gang. Daar was een grote doos vol oude gedichten en citaten die ooit uitgeprint zijn. Bijna alles kan weg maar ik heb toch nog wat achter gehouden zoals onderstaand citaat dat in 1999 in Volkskrantmagazine stond. Het is van Manon Uphoff. 


‘Dat we allemaal getrainde kijkers zijn, maakt de zaak er niet gemakkelijker op, want volgens mij zit er in de menselijke hersenen iets heel ouds dat nog niet helemaal weg is.
Lang geleden was je, wanneer je iets zag, ook in de buurt. Je lichaam was daar waar je blik was. Je had het idee dat je kon ingrijpen, of je deed het bewust niet. Hoe dan ook, je was een echte getuige, aanwezig.
Maar gebeurtenis en beeld, de waarnemer en dat wat hij waarneemt zijn in de afgelopen decennia in ijltempo uit elkaar getrokken. Sinds de geboorte van de camera bezitten we ogen op steeltjes waarmee we enorme afstanden kunnen overbruggen en het zichtbare kunnen manipuleren…

…Waarnemen is nog geen ervaren. Het ene kennis van buiten, het andere weten van binnen. Begint werkelijkheid niet ergens daar waar die twee elkaar raken?

En nu kan dit citaat ook weg want het is nu hier vastgelegd.
Benieuwd wat er deze week nog meer weg kan.