Vandaag liep ik het labyrint. Ik ging er op de fiets heen vanaf het restaurant. Onderweg was ik al in gedachten verzonken terwijl ik naar het duinlandschap om me heen keek. Wachtend op de anderen keek ik naar de bewolkte lucht, het verlaten strand en de zee waar de golven bleven aankomen, omvallen en uitvloeien.
Het labyrint was in een druk doorlopen stuk strand maar de weg wees duidelijk naar het midden, ondanks de sporen van voor ons.
Ik had het woord ‘los’ omdat mijn spieren zo gespannen waren. Steeds zei ik weer ‘los’, ‘los’ in mijn hoofd. In het midden was de rust maar op de terugweg sloeg opeens verdriet mijn rust weg. Mogelijk door het loslaten kon het naar boven komen.
En net als een jaar geleden was er een troostende hand, nu van Stella voor mij. Het kalmeerde me en wat later kon ik de anderen weer aanzien en mijn woorden zeggen: ‘los’ en ‘verdriet’. Verdriet dat meestal verborgen blijft maar net als een golf ook de kop op kan steken en kan wegebben. En dan komt de zon in mijzelf weer tevoorschijn en verdwijnt het grijs.


~
Leave a Comment