vervelend eind van een dag

Gisterochtend was ik heerlijk een avondmaaltijd aan het voorbereiden want in de middag zouden mijn bridgemaatjes komen en dan eten we na afloop met elkaar. Mijn schoonzus had een mooi parkeerplekje vlak voor de flat gevonden en we hadden een heerlijke middag. Op een gegeven moment hoorde we een hoop kabaal maar we dachten dat er een nieuwe laadbak bij de buren werd geplaatst dus gingen gewoon door. Toen de man van een van de vriendinnen aanschoof om mee te eten zei hij: er is beneden een aanrijding gebeurd. Een auto is met een idiote snelheid door de bocht gegaan en vol op de geparkeerde auto hier beneden geknald. Even later ging hij er snel vandoor. De politie heeft foto’s genomen, getuigen gehoord en de auto is weggesleept.

Wij keken elkaar aan en toen naar buiten: de auto van mijn schoonzus was weg. Maar waar was hij?

We belden het centrale nummer van de politie en toen we aan de beurt waren zei de medewerker dat dat nummerbord niet in hun systeem stond, hij kon niets doen. Een nummer van het politiebureau in de buurt krijg je ook niet. Het was inmiddels half acht en een van ons ging bergingsbedrijven in de buurt bellen. En jawel, bij een stond de auto. Mijn schoonzus haar huissleutel en andere dingen waren er nog in. Als we snel kwamen kon ze die nog ophalen. Kwart over 8 kwamen we aan en was alles gesloten. Niemand had meer zin om soep en ragout en ijs te eten dus ik heb ze naar huis gebracht. Wat een katterig einde van de dag en vooral voor mijn schoonzus van 88.

Vanochtend weer naar het sleepbedrijf gegaan, heel vriendelijk geholpen. De politie is bij mijn schoonzus langs geweest, waren ook heel behulpzaam en de verzekering gaat dingen verder regelen. Maar die spanning werkt nog door. Ik weet het, het ‘is maar materieel’ maar je bent onthand, van slag. Ik heb met haar te doen al doet ze vrij laconiek. Maar ze was wel, net als ik, vanochtend om 4 uur wakker. Hoe ik dat weet? Zij legde net een feudje en ik daarna. Hebben elkaar toch weer even welterusten gewenst.

toen ik een slak was

Laatst in het schrijfcafé mochten we een leeg slakkenhuisje zoeken uit een grote hoop en kregen de schrijfopdracht: als ik een slak was…

Ik schreef:

Toen ik een slak was leefde ik traag want zo’n huis op je rug, daar loop je niet zo snel mee. Ik bouwde het zelf op, ring voor ring. Groeide ik, dan groeide mijn huis mee. Jammer dat ik zelf niet zo goed kon zien hoe mooi mijn huis was ondanks mijn ogen op steeltjes.
Nu ik uit mijn huis ben kun jij de mooie ribbels, de randjes van blauw en het zachte roze van dichtbij bekijken. Ja, een slak kan meer dan de meeste mensen denken. Eigenlijk zijn we architecten en kunstenaars ineen.

deze foto koos ik uit mijn fotovoorraad slakken

labyrint

Vandaag liep ik het labyrint op een zacht verend strand waar oorkwallen hun laatste rustplaats hadden gevonden, soms overdekt met een kantachtig groen van oude algen die hier ook geëindigd zijn.
Daar liepen we ieder ons eigen pad dat soms samenviel.
Loslaten, het verdriet, de gespannen schouders, loslaten en vrijer proberen te lopen. 

En dan in het midden de zee en de wolken en ik zag duidelijk het licht achter de donkere wolken.
Opeens dacht ik, toen ik mijn capuchon opdeed: ik moet mezelf nu beschutten. Niet alleen loslaten maar soms ook even niet toelaten. Dat is mijn les voor vandaag.
Even terugtrekken, capuchon denkbeeldig over mijn hoofd en mezelf verwennen met chocola, een leuke film of ontspannen mijn doorlopers doen. Even dingen buitensluiten en bij mezelf naar binnen gaan.

labyrint
maakt duidelijk
mezelf beter beschermen
en loslaten wat knelt
ontspannen

dag twee

Zittend aan tafel met uitzicht op een stuk bos schreef ik donderdag:

Een duif scharrelt rond russen de sprieten van het gras. Kopje links omlaag, kopje rechts omlaag, stapje vooruit. Kop even omhoog om te checken of het nog veilig is en dan weer het kopje naar links, naar rechts, stapje vooruit. De witte vlek in zijn nek valt goed op tussen het grijs van zijn verenkleed. Daaraan herken ik dat het een houtduif is.

Kerktorenhoge dennen staan stijf tussen bewegend lover van de struiken aan hun voeten. Ik wacht op de eekhoorns, ze moeten er zijn maar ik zie ze niet.

Van alle kanten wel vogelgezang. In het oudbruin blad op de bodem onder de bomen scharrelt een vrouwtjesmerel. Met haar snavel gooit ze blad na blad om op zoek naar insecten. Dan komt er nog een bruine merel bij die precies doet wat de eerste ook doet. En dan nog een bruine merel en nog een en allemaal doen ze de eerste na. Zou het moeder met bijna volwassen kinderen zijn? Ik kan niet zien of ze gespikkelde borstveren hebben want dan zijn het jonge merels en hun bruin is iets doffer dan van hun moeder. Later verandert hun verenkleed en tonen ze duidelijk of ze man of vrouw zijn.

Twee museumdagen

Otterlo

Woensdagochtend vertrok ik naar Otterlo. Anne had daar een huisje voor mij gevonden want ik wilde twee ochtenden naar museum Het Depot. Maar toen ik de dag ervoor op de website keek, zag ik dat ze pas donderdag open gaan. Toen kaartjes voor Kröller-Muller en park de Hoge Veluwe gekocht. Ik mocht toch pas om drie uur in het huisje.
De reis ging voorspoedig en ik begon in de beeldentuin omdat Carla en ik daar vorige keer te moe voor waren. Eerst natuurlijk koffie met wat lekkers in het buitenrestaurant. 

Daarna gewoon rondgelopen zonder een route te volgen en ik fotografeerde niet alleen de beelden maar ook de bloemen en de bomen, want wat een plek!

Lekker zo in mijn eentje rond te lopen zonder vast doel.

Na een kleine lunch keek ik nog even binnen in de kleine maar bijzonder tentoonstelling van Anouk Griffioen. Zij had op enorme linnen kamerschermen met houtskool getekend en het was of je in een woud van kale takken keek. Maar ze had meer maar dit trok me het meest.

Tien minuten buiten het park was het huisje dat ik eerst niet kon vinden, het lag nogal verscholen. Het was klein, gezellig en aan tafel had ik een heerlijk uitzicht. 

Morgen deel 2