citaat

‘Er zijn lieden die beweren dat de ideale democratie nooit kan bestaan doordat een grote meerderheid al wie rijk en machtig is, of al wie tot een beroemde familie behoort, automatisch als de beste leiders beschouwt. De massa heeft nu eenmaal geen flauw idee van wat de beste leiders zijn, om de eenvoudige reden dat er zo weinig moreel en geestelijk hoogstaande mensen bestaan en, bijgevolg, ook slechts weinigen kunnen beoordelen wie als zodanig kan worden beschouwd.
Wanneer het volk vanuit zijn onbegrip kiest, wordt de staat dan ook geregeerd door de rijken in plaats van door de meest begaafden. En die rijken klampen zich vast aan de macht hoewel ze daarmee niets zinvols weten aan te vangen.
Steenrijke, beroemde en machtige lieden zijn zelden wijs en onderlegd genoeg om te weten hoe ze met het leven, en met gezag over anderen moeten omgaan. Dat soort heeft helemaal geen fatsoen; het zijn schaamteloze pronkers. Je vindt dan ook nergens méér corruptie dan in een staat waarin de rijksten als de besten worden verkozen.

Misschien denk je als je dit gelezen hebt: in welke krant stond dat vandaag? In geen enkele. Het is geschreven in de eerste eeuw voor Christus door Marcus Tullius Cicero die leefde van 106-43 voor Christus.
Ik las het van de week weer in het boekje ‘Vleugels voor onze sandalen’ waarin heel veel citaten van hem staan die naadloos in de tijd van nu kunnen passen. Helaas niet veel veranderd in al die eeuwen als we nu naar het nieuws kijken.

Cicero

strandweer

Wat een goede combinatie: een lege agenda en strandweer. Dus op naar zee. Een zeer kalme zee maar op het strand was toe zien dat het eerder een woeste zee was geweest want het strand was dik bezaaid met mesheften en daar tussen lagen overal de lege huisjes van de tepelhoorn. Bij de eerste dacht ik: die neem ik mee, en bij de volgende en de volgende want steeds een andere kleur of grootte. Ik zag lege wulkenhuisjes, ook mee want die zie ik niet te vaak. En een zaagje, daar is Nel dol op. Een mooi stuk hout, dat nam ik mee voor Carla maar ben het onderweg verloren.
Heerlijk al die kinderen ook te zien zoeken, scheppen, spelen. Ik kreeg van een meisje een piepklein tepelhoorntje nadat ik haar en haar broertje een grote had gegeven. Heerlijk die onverwachte gesprekjes.

Natuurlijk lette ik ook op schaduwen en toen mijn geest verzadigd was, mijn lijf moe, ging ik weer naar huis en legde daar mijn vondsten in het zonnetje om het als herinnering op de foto te zetten.

andere dag dan gedacht

Vandaag zou ik naar het museum in Rijswijk gaan maar met die regen en wind hebben we (buurvrouw en ik) besloten thuis te blijven. En dan heb je opeens een hele ‘lege’ dag voor je en omdat mijn agenda voor de komende week ook vrij leeg is heb ik besloten wat kasten kritisch door te nemen, te beginnen bij de voorraadkast in de gang. Daar was een grote doos vol oude gedichten en citaten die ooit uitgeprint zijn. Bijna alles kan weg maar ik heb toch nog wat achter gehouden zoals onderstaand citaat dat in 1999 in Volkskrantmagazine stond. Het is van Manon Uphoff. 


‘Dat we allemaal getrainde kijkers zijn, maakt de zaak er niet gemakkelijker op, want volgens mij zit er in de menselijke hersenen iets heel ouds dat nog niet helemaal weg is.
Lang geleden was je, wanneer je iets zag, ook in de buurt. Je lichaam was daar waar je blik was. Je had het idee dat je kon ingrijpen, of je deed het bewust niet. Hoe dan ook, je was een echte getuige, aanwezig.
Maar gebeurtenis en beeld, de waarnemer en dat wat hij waarneemt zijn in de afgelopen decennia in ijltempo uit elkaar getrokken. Sinds de geboorte van de camera bezitten we ogen op steeltjes waarmee we enorme afstanden kunnen overbruggen en het zichtbare kunnen manipuleren…

…Waarnemen is nog geen ervaren. Het ene kennis van buiten, het andere weten van binnen. Begint werkelijkheid niet ergens daar waar die twee elkaar raken?

En nu kan dit citaat ook weg want het is nu hier vastgelegd.
Benieuwd wat er deze week nog meer weg kan.

schrijven bij het woord ‘zon’

Vanochtend was in het schrijfcafé het thema ‘zon’. We kregen een woord en schreven daar een minuut bij. We krijgen strofes van het gedicht “Zee van zon’ en schreven daar zes minuten bij. We tekenden een zon en in de stralen schreven we woorden die met de zon te maken hebben. Ik laat je wat stukjes lezen van wat ik heb geschreven.

‘Zee van zon’
wat een ruimte, wat een warmte en kleur is dit en daarin te mogen baden, dat is een ultiem genoegen. Ik heb deze zee van zon voor mijzelf en draai me erin rond. ‘Ik ben geboren uit zonnegloren en een zucht van de ziedende zee’, zou de dichter Kloos dit ook zo gevoeld hebben toen hij deze zin schreef?

Zon en zonnetje’.
De zon is buiten en binnen ben ik nu het enige zonnetje in huis. Althans, dat probeer ik te zijn. Geen zon buiten?dan maar zelf het zonnetje binnen zijn. 
De zon is te groot om te bevatten, te heet om dichtbij te komen, maar een zonnetje in huis is dichtbij en verwarmt je van buiten en van binnen.

Als laatste schreven we een zevenaar.

laten we gaan schrijven
de zon schijnt door de woorden heen
een zonnetje zijn wij hier voor elkaar
we verwarmen ons aan de woorden
maar ook aan elkaars aanwezigheid
de zon schijnt door de woorden heen
een zonnetje zijn wij hier voor elkaar.


En het is iedere keer zo leuk te horen dat ieder van ons totaal andere woorden heeft bij dezelfde opdracht.En wat een geluk dat Nel dat iedere maand weer voor ons regelt en bedenkt. 

topweekend

Er zijn van die weekenden waarop je met veel plezier terug kunt kijken. Neem dit weekend. Vrijdag mocht ik met mijn dochters en twee vriendinnen van hen mee naar het theater hier om de hoek. Een voorstelling van een cabaretier die wij niet kenden: Patrick Nederkoorn. Vooraf kwamen ze bij mij eten en ik genoot van hun gezelschap. Later genoten we ook van de voorstelling en wij gaan deze Patrick volgen, wat een leuke show.
Zaterdag was het heerlijk koud zonder guur te zijn dus twee keer naar buiten en in de avond wederom naar het theater om de hoek, nu met vriendin H. die boven mij woont. En wat een topavond hebben we gehad met de voorstelling ‘ vuile huichelaar’. Twee niet meer zo jonge vrouwen van lijf maar wel van geest lieten ons de hele avond smartlappen en ‘foute liedjes’ meezingen. We zongen, joelden, klapten en luisterden en gingen zo blij naar huis. Het is goed af en toe gewoon wat voorstellingen te boeken van voor ons onbekende artiesten. 

En straks ga ik naar een feestelijke lunch van mijn schoonzus die 90 is geworden. De meisjes van der Eem doen het goed.

En intussen als de zon in mijn kamer schijnt leg ik wel eens iets op een stuk wit papier en fotografeer dan het voorwerp maar let vooral op de schaduwen. Zo nam ik het ijzertje van een champagnekurk, maakte er een foto van, legde op de computer een andere foto eroverheen, vulde er wat kleur in en dan kun je weer helemaal blij worden van dat spelen op de vierkante meter. 

En dan tussendoor wat naar het schaatsen kijken, mijn weekend is dit keer top.

Vim

Ik ben weer eens mijn werktafel aan het opruimen en daar ligt een stapeltje blaadjes die ik van een oudere scheurkalender heb afgescheurd voor ‘ je weet maar nooit’. Er is er een die me weer terugbrengt naar onze oude keuken van vroeger. Het was in de jaren vijftig dat mijn moeder het schuurmiddel Vim gebruikte. Ik lees nu dat VIM stond voor het engelse ‘fut for energie’. Het werd in 1904 op de markt gebracht en in 1929 in Nederland. Je had Vim blauw mèt chloor en Vim groen zonder. Ik herinner me nog de reclame: ‘Vim schuimt en kan niet krassen’. In die tijd hadden we ook nog een zeepklopper voor de afwas en een mattenklopper voor de kleden. Bijna geen apparaat dat elektra nodig had, er was vrouwenenergie in het huishouden van toen.


anders

Ik fotografeer graag stukjes van graffiti op muren. Thuis maak ik soms de kleuren harder of zachter, ik geef er een draai aan en draai de foto soms om. En dan ziet er opeens zo uit:

onverwacht innerlijk

Als je zo een boom ziet staan weet je niet hoe zijn kern, zijn binnenste, eruit ziet. Je weet dat er jaarringen zijn maar hoe groot en hoe dik, dat weet je pas nadat de boom geveld is. Gisteren zag ik stapels gevelde naaldbomen en kon zo in hun innerlijk kijken en wat zag ik: verrassingen. Vele bomen hadden iets moois vanbinnen. Natuurlijk kon ik niet zo maar doorlopen en dus heb ik er wat foto’s van gemaakt.

gele zonnetjes

Vanmorgen voor we labyrint gingen lopen kregen we het gedicht: Zee van zon, geschreven door Linda Vogelesang. We kregen vijf minuten om erbij te schrijven:’ kome wat komt’ zegt Nel altijd. Dit kwam bij mij:

Wat een lekkere titel: zee van zon.
Als ik verder lees zie ik daardoor alleen gele bloemen bovengronds komen. Narcissen, krokussen, speenkruid, ze komen voorzichtig bovengronds en dan is het even wennen aan het licht en de veranderde temperatuur. Hier waait de wind ze heen en weer, ondergronds was er rust en stilte, tenzij er een mol of muis langskwam.
Die gele bolletjes tussen het oude bruine blad op de grond kondigen de lente aan. In het noorden van het land zullen de bloemen het koud hebben en wie weet verlangen ze terug naar onder de grond.
Maar als straks de zon komt en op kracht komt en de kou verdrijft, dan staan ze trots te stralen. Gele zonnen die uit de aarde omhoog gekomen zijn.

vogels