Ik krijg er maar geen genoeg van en gelukkig mijn buurvrouwen ook niet: het maken van wonderwezens. Deze maakte ik van de week. Bij beide begon ik met het buikstuk en werkte door naar boven en beneden. Gelukkig heb ik doosjes vol benen, armen, hoofden etc. om uit te kiezen. Met de hoofden ben ik heel lang bezig geweest. Steeds weer een andere proberen tot ik wist: deze moet het zijn. En zo leuk om bij de anderen mee te kijken en mee te denken.
Er zijn van die dagen en vandaag is zo’n dag. Dan komt er niet veel uit mijn handen of uit mijn hoofd en ga ik maar een stukje lopen, wat winkels in en weer naar huis. Daar pak ik dan een ‘troostboek’ zoals: ‘En steeds is alles er’ van Marjoleine de Vos. Over missen en herinneringen. Ik zoek naar de onderstreepte stukken en vandaag bleef ik hangen bij dit stuk:
…’Leven met de doden, dat doet iedereen natuurlijk wel op een of andere manier. Ook de aan het dodenrijk zeer ongelovigen, zoals ik. Orfeus en Eurydike, voor mij is de waarheid van die mythe nu precies dat het nìet lukt om de dode mee terug te nemen. Je kunt je nog zo inspannen, maar ach en heus, de dode verdwijnt als je opkijkt uit je verbeelding of je herinnering. Er is geen terugkeer uit de dood. Er is geen tweede kans. Er bestaan onherroepelijke dingen…’
En dat voelde ik vandaag en daarom is het een van die dagen.
Van de week ‘moest’ ik schrijven over knikkers en dat haalde weer herinneringen naar boven. Ik zie nog die nieuwe glazen stuiters voor me, nog glanzend en niet beschadigd, zorgvuldig bewaard in een knikkerzakje dat mijn moeder had gemaakt. En als het knikkertijd werd, dat was het opeens, dan kwam het zakje tevoorschijn en dan aarzelen welke knikker je het eerst zou gaan gebruiken. In de straat waren er tussen de stenen ‘putjes’. Het zand werd eruit gehaald en dan had je een verdieping: de put. Om de beurt erheen rollen met een knikker en volgens mij wie het dichtste bij lag mocht de knikker van een ander erin proberen te mikken. Zolang dat lukte was je aan de beurt. Maar oh wee, als je vlak voor de laatste knikker miste, dan zou de ander de hele pot kunnen winnen. Want soms gooide je wel twee of meer knikkers op. Er werd goed opgelet dat je maar met één vinger duwde en ‘klauwtje bij’ werd afgestraft.
We mochten ook binnen knikkeren. Dan maakten we een opening tussen twee kleedjes in. En dan opeens was de knikkertijd voorbij en begon de springtijd of de baltijd. Nu realiseer ik me dat wij uren altijd op straat speelden. Geen auto’s in de straat, bijna geen verkeer. Wat een rustige tijd was dat voor een kind. Een van de dochters zei onlangs: ‘wat ben ik blij dat er in onze jeugd geen mobieltjes waren’. Ook zij speelden uren op straat en ook zij hadden die knikkertijd, springtijd of baltijd. Ik heb even wat namen opgezocht die de knikkers hadden. Een aantal kende ik, andere waren nieuw voor me.
Vorige week hadden Nel en ik de zin:’ Van gekleurde wc-rollen kun je een huis bouwen voor je verdriet en van pijn spin je zachte wol bv. voor knuffel’.
Daarbij schrijven ging vrij vlot maar daar een illustratie van maken, dat was andere koek. Maar ik had een lege wc-rol en doopte die steeds aan de onderkant in de verf en bouwde zo een huis op. Daarna in mijn mapjes met uitgeknipte woorden en zinnen zitten snuffelen en de passende woorden erbij geplakt. Maar wol om een knuffel te maken heb ik niet maar opeens dacht ik aan een pluk alpacawol die ik jaren geleden van mijn lieve buurvrouw kreeg. Die heb ik onder de scanner gelegd, uitgeprint, erbij met een kroontjespen getekend en woorden gezocht bij deze knuffel. Ik heb geen enkele knuffel van vroeger en ook niet van de kinderen. Dus dan maar een denkbeeldige knuffel.
Vanmorgen was het weer een heerlijke ochtend in het schrijfcafé. Het thema was ‘sinterklaas’. Maar eerst leerden we een voor ons nieuwe dichtvorm kennen: de zevenaar. Dit is mijn eerste:
vandaag zit ik hier binnen is het gezellig buiten is het nat mijn inkt vloeit de woorden stromen binnen is het gezellig buiten is het nat
Daarna schreven we over onze sinterklaasherinneringen uit onze jeugd.
Toen ik klein was geloofde ik vast in sinterklaas en zwarte Piet. Dat het de zwart gehandschoende hand van een buurvrouw was die opeens snoep de kamer ingooide wist ik toen nog niet. En wij waren zo beduusd dat ze al weg was voor we konden gaan kijken. Uit die sinterklaastijd stamt ook mijn schrikreactie die nooit is weggegaan. In het trapgat in donkere gang had een buurvrouw zich verstopt en toen Frank en ik erlangs liepen riep ze keihard:boe. Die schrik voel ik nog, we waren verstijfd. Ik kan er nog kwaad om worden. Wie doet nou zoiets?
In die tijd ging ik met mijn moeder naar de aankomst van Sinterklaas met de boot in Haarlem. De hele kade stond dan vol kinderen met hun ouders. Maar als Sint na een tijdje weer wegvoer stond ik daar weer met mijn moeder maar er waren bijna geen kinderen die de Sint uitzwaaiden. Dat vond ik zo zielig voor Sinterklaas. Ook dat gevoel kan ik nog zo oproepen.
Tijdens het voorlezen van de teksten van de anderen kwamen er nog meer herinneringen boven: Iedere sinterklaas kreeg ik het Margriet winterboek en daar was ik zo blij mee. Ook kregen we altijd iets van een muts of wanten o.i.d. We maakten een verlanglijstje maar niet zoals later met plaatjes uit allerlei brochures van speelgoed maar gewoon geschreven op een briefje. De ochtend na sinterklaas waren we vrij van school om met ons nieuwe speelgoed te spelen en in de middag mochten we één cadeautje mee naar school nemen. En als ik nu een verlanglijstje zou maken? Dan zou ik gezondheid wensen voor de mensen om me heen en vrede voor de mensen in oorlogsgebied. Meer kun je bijna niet wensen.
Deze herfstbladeren staan eigenlijk wel symbool over hoe ik me kan voelen. Er zijn dagen dat ik me licht zelfs opgewekt voel, maar er zijn ook dagen dat ik het liefst wil wegduiken onder een grote warme deken. Maar daaraan toegeven mag even van mezelf en dan moet ik eronderuit, even naar buiten, even iets doen, iemand spreken. Daarna voelt het dan toch weer wat lichter. En een oliebol uit de kraam in het dorp helpt momenteel ook. Op die dagen, die gelukkig niet heel talrijk zijn maar wel steeds even oppoppen, zet ik niets op Fluweelbloem. Ik kreeg een keer de opmerking ‘maar jij bent altijd zo opgewekt’. Dan maak ik me er vaak met een grapje van af maar denk wel: hoe kun je zoiets zeggen, je moet toch weten dat dat niet kan? Maar op Fluweelbloem vind ik het leuk om vooral de mooie dingen te delen, het verdriet hou ik voor een besloten kring dicht om me heen. Toen ik een tijdje geleden ook in een wat somberder periode zat bedacht ik: ik laat wat muren in mijn huis vrolijk geel verven en nu dat ook inderdaad gedaan is ben ik er blij me. Het staat vrolijk, maakt me vrolijk. Bovendien een aantal werken van mezelf ook laten ophangen en het voelt gewoon als een volgende stap. Ton zou trots op me zijn geweest.
Ik kon niet veel doen in huis want de schilder is binnen mijn huis nog mooier aan het maken. Dus maar weer eens in mijn oude gedichten gesnuffeld en daar kwam ik een mapje vol pantoems tegen. Als je het leest zie je de volgorde van een pantoem, de herhalingen. Leuk om te doen en nu om terug te lezen wat ik jaren geleden heb geschreven.
vertrouwen loopt voor mij uit ik volg op zachte voeten mijn tred is traag voel me gestreeld door de wind
ik volg op zachte voeten hier wil ik blijven voel me gestreeld door de wind gedachten waaien weg
hier wil ik blijven woordwolken gedachten waaien weg ik lees ze met een glimlach
woordwolken geluk vult mijn hart ik lees ze met een glimlach vertrouwen loopt voor me uit
Wat een genot die zon in de herfst, dat is zo’n toegift. Gisteren met A. en hondje Bas gewandeld in het bos en toen ik de zon door de varens zag schijnen moest ik even stoppen voor een foto. Handig dat ik tegenwoordig mijn telefoon (bijna) altijd bij me heb. Maar de zon bracht me meer deze week. Ik was bezig een kraanvogeltekening te bedekken met stukjes aluminiumfolie. Toen ik een groot stuk over had en verkreukelde zag ik allerlei kleine vormpjes die licht weerkaatsten. Ik legde de prop in de vensterbank en met de zon erop verschenen er kleuren uit de omgeving van de prop. Dus foto gemaakt. Andere kleuren er omheen gelegd, foto gemaakt. Prop van vorm veranderd en foto gemaakt. Zo ontstond een serie reflecties voor de fotoclub. Ik laat een van de eerste foto’s zien. De kleuren heb ik sterker gemaakt op de computer voor het contrast.
Gisteren liep ik het labyrint onder een meer dan mooie wolkenlucht. Natuurlijk maakte ik daar foto’s van. Het was een kalme zee en een stil strand. In het labyrint liepen mijn gedachten eerst als een doolhof heen en weer maar allengs daalde de rust in. In het midden sloot ik mijn ogen, hoorde de zee, voelde de wind en vredig werd mijn gevoel. Zo in het midden tot rust komen geeft me een ander gevoel op de terugweg. Ik voelde de verbondenheid, de rust van de weg die duidelijk voor me lag. Af en toe een misstap is niet erg. De weg wacht en er is steun om me heen. Daarna weer genieten van de wolkenlucht, de rust, de stilte. Hopelijk kan ik ik dat nog even vasthouden en lukt dat niet dan probeer ik in gedachten weer terug te keren naar het moment van rust en vrede. Daar dan even bij stilstaan en daarna rustig verder gaan.
Vanmorgen moest ik naar buiten, met fototoestel. Ik ging naar een klein bos hier vlakbij. Onderweg lette ik op herfstkleuren, aparte vormen en voor de fotoclub op weerspiegelingen/reflecties. Ik stond bij een vijver en zag boven me herfstkleuren en een blauwe lucht: mijn eerste foto. Naast mij stopte een mevrouw en zei: ‘daar wilde ik ook net een foto van maken, mooi he?’ Ik maakte een foto in het bos van de herfstkleuren voor me, onder me, boven me, naast me. Natuurlijk lette ik op bijzondere details en toen ik die aan het fotograferen was kwam er een andere mevrouw op me af en vroeg wat ik fotografeerde en of ik het haar wilde laten zien. Dat wilde ik natuurlijk en ik maakte haar zo enthousiast dat ze vroeg of ze een tijdje met me mee mocht lopen en dat ik haar ook zo leerde kijken. Na een half uur nam ze enthousiast afscheid. Ik kwam weer langs de vijver en maakte weer foto’s van reflecties in het water want dat is constant anders boeiend en als je er dan toch staat…
In de middag wilde ik naar Ton en in het Groenendaalse Bos gaan fotograferen maar het regende en het bleef regenen dus lekker aan de foto’s gewerkt en wat gelezen. Prima zondag dus.