bermvissers

Vanmorgen in het schrijfcafe was het thema’ mijmeren’. Uit vele kaarten koos ik deze kaart. De opdracht erbij luidde: aan wie zou je deze kaart willen sturen?

Ik dacht direct aan vriendin N. waarmee ik onlangs ook over het woord mijmeren heb geschreven. Zij vond zichzelf te ongedurig om te gaan zitten mijmeren. Maar als ze nu eens in een bootje zou gaan zitten met een hengel zonder haak, misschien dat het dan zou lukken?

Ik bedenk opeens, door deze kaart, dat bermvissers volgens mij de grootste mijmeraars zijn. Uren in stilte naar een dobber zitten staren. Als die eens hun gedachten op zouden schrijven, zouden ze dan achteraf verbaasd zijn? Of zijn de meesten gewoon met het dagelijkse bezig? Met datgene dat nog gedaan moet worden als ze thuiskomen?
Het lijkt me wel een ervaring om eens zo helemaal alleen in zo’n bootje te zitten, net als Jopie Huisman. Het is namelijk een zelfportret van hem. Geen afleidende spullen bij je hebben, nergens heen gaan, alleen zitten in stilte in de stilte. Wat een mijmerplek.

Ik snapte nooit zo de lol van het bermvissen, maar zie nu de mogelijkheden ervan. Even geen thuis, geen werk, niets anders doen dan kijken naar je dobber.
Maar waarom gaan ze zo vaak vlak langs de weg zitten terwijl ze aan de overkant van het water in alle rust kunnen zitten? Bang voor een te grote stilte?

bermvissers
zitten stil
en kijken slechts
op als de dobber
beweegt

Karseboom

In de namiddag zat ik op het balkon wederom te lezen in het al eerder genoemde boek ‘Op zoek naar het alledaagse vaderland’ en in een stuk over Amsterdam rond 1900 kwam ik de naam de Karseboom tegen. Mijn hart maakte een hupje want die naam kende ik uit de verhalen van mijn moeder. Haar moeder ging daar ’s avonds borden wassen nadat ze overdag in haar kleine kruidenierszaakje had gewerkt. Maar ja, ze moest vier kinderen in haar eentje grootbrengen, dus ze had geen keus. In het boek staat over dit hotel-restaurant dat op de hoek Rembrandtsplein- Amstelstraat stond: …’ De bezoekers uit de provincie streken vaak neer in de Karseboom, omdat het bekend was dat men daar, met uitzicht op een serre vol planten- de wintertuin- goed en niet te duur kon eten…’

Ik heb gezocht naar foto’s en jawel, in het Amsterdamse stadsarchief vond ik er enkele. En het was net of ik even in het leven van mijn grootmoeder kon kijken.

treinen

Woensdag reed ik met de trein over het eerste traject dat in Nederland was aangelegd en in september 1839 werd geopend. De reisduur is nu niet echt veel korter, maar de omstandigheden wel. Nu zijn er geen wegwachters die in Halfweg controleren of er geen overstroming is of een verzakking van het spoor. Zij hoeven niet constant naar losgeraakte bouten te zoeken of bagage die van het dak van de trein is gevallen.

Toen waren er nog drie klassen. De eerste klas rijtuigen waren overdekt en eerst groen en later donkerrood geverfd. Hiervoor moest je een kaartje voor de ‘ diligence’ kopen.
De tweede klasse was geel geverfd en heette ‘ char-à-bancs en de zeer eenvoudige derde klasse heette ‘waggons’. Tot 1859 waren de tweede en derde klasse niet overdekt, maar bij slecht weer werd er een zeil over gespannen.

Intussen ging het goederenvervoer gewoon nog door per trekschuit.

Maar niet alleen mensen werden per trein vervoerd, ook vee. Een paard kostte f.1,50, een varken f.0,50 en een schaap f.0,40.

Van dit alles had ik afgelopen woensdag nog geen weet, dat las ik pas gisteren in het leerzame boek ‘Op zoek naar het alledaagse vaderland.’ Al tientallen jaren in de kast, nu er weer eens uitgehaald.

veertje

Deze veer doet me denken aan jong leven, nog wat pluizig maar al wel met een sterke kern. Het moet de juiste vorm nog vinden. Maar misschien blijft het wel hierbij, komt het niet verder dan dit stadium.

Betekent dat dan een onvolledig leven? Nee, voor dit jong is zijn leven ook volledig. Kan er vreugde zijn in beperking? Ik denk het zeker wel, denkend aan documentaires die ik heb gezien over kinderen met een beperking, of meerdere beperkingen, maar zij leven hun leven volop. Bewondering heb ik voor hun positieve levenshouding en die van de ouders en hoe zij omgaan met een leven dat zo anders is dan verwacht. Ik denk ook aan de kinderen van Spieren voor spieren en hun levensvreugde. Pas als je het accepteert kun je weer vreugde halen uit de kleine dingen, hoewel, racen op het circuit in een rode Ferrari, noem dat maar klein. Dat was een enorme gebeurtenis.

Gisteravond met ontroering en bewondering gekeken naar de film/documentaire “Life, animated” op NPO 2. Echt de moeite waard om te bekijken. Wat kan liefde voor je kind toch veel bereiken, al zeggen de deskundigen anders.

tegenwind

Vandaag liep ik in Noordwijk weer een labyrint op het strand. Het strand was smal maar er was genoeg ondergrond om het labyrint te tekenen en te lopen. Er was een flinke wind en al snel knarsten mijn tanden. Zoals bijna altijd ging ik het labyrint in met het woord: loslaten. Onderweg ging er van alles door mijn hoofd en soms komt er een onverwacht inzicht. Zo ook vandaag.

Ik voelde de tegenwind die je laat weten dat je leeft, dat je kracht hebt om hem te weerstaan. Tegenwind die om kan buigen tot meewind, maar ik houd van tegen de wind inlopen, het helpt me loslaten, het zware in me weg te laten waaien, heerlijk. Al knarsten mijn tanden en traanden mijn ogen.

Tegenwind, mijn woord toen ik het labyrint had gelopen, nam ik met me mee. Net zoals het stuivende zand het labyrint meenam.

lijnen
die verdwijnen
mijn weg blijft
net als mijn gevoel
labyrint

te vroeg

te vroeg

het haar met de kleur
van honing waait zacht op
rond het grauwe gelaat

de staalblauwe ogen
gesloten, geen flits
van herkenning meer

bleke handen met randjes
zwart onder de nagels
uitgewerkt

de verschoten jurk,
ooit helrood, bedekt
het stille lijf dat rust

tussen zonnebloemen,
lavendel en te vroeg
gevallen appels

marisca

afscheid

Er zijn van die momenten in je leven die je liever overslaat, maar dat kan niet, ze horen bij het leven. Vanmiddag hebben we de urn met de as van mijn broer in zijn graf geplaatst en dat maakte ons zo verdrietig. Je weet het, maar het daadwerkelijk doen is zo definitief. Ondanks ons verdriet was het een mooie plechtigheid waarbij een vriendin van onze dochter zong en gitaar speelde, wij gedichten voordroegen of een eigen tekst zeiden. Wij dichtten het gat, zetten er bloeiende plantjes bij, zetten bloemen neer en namen afscheid. Daarna eten en dronken wij met elkaar en haalden herinneringen op.

Het is zoals Bonhoeffer schreef:

Afscheid nemen
is met dankbare handen
weemoedig meedragen
al wat waard is
niet te vergeten

reiger

Gisteren schreef ik o.a. over een reiger. Ik bedoelde daarmee de blauwe reiger, en niet

de grote zilverreiger, of de kleine zilverreiger, de purperreiger, de roerdomp, het woudaapje of de kwak. Allen familie van elkaar en behorend tot de orde van de roeipotigen. Ik had nog nooit van deze term gehoord, maar ik zie er wel wat bij.

Een reiger in de lucht is goed te herkennen aan zijn vliegbeeld: zijn nek is s-vormig ingetrokken en zijn poten steken recht achteruit. En zijn vleugels maken langzame, diepe slagen. Zo scharminkelig hij vaak aan de kant lijkt, zo statig is hij in zijn vlucht. (Onderstaande foto is van internet, gemaakt door Ben van den Broek.)

Maar als hij door ondiep water loopt, dan vind ik zijn houding ook prachtig, hij schrijdt als het ware en loert onderwijl op langs zwemmende vissen.

In vroeger eeuwen broedden er grote aantallen blauwe reigers in Nederland. In 1298 werd een twist gemeld tussen erfgenamen van Floris V over het bezit van een reigerkolonie in Amstelland.

In later tijden werden er veel veren gebruikt in de mode en werden volwassen reiger op het nest gevangen vanwege hun veren en stierven de jongen. Kleine vogeltjes werden soms in zijn geheel op hoeden gezet. Er werden zoveel vogels gevangen en gedood vanwege de mode dat er oogsten mislukten omdat er geen vogels genoeg meer waren om de insecten op te eten. Dankzij protesten is hier een einde aan gekomen. De reiger is nu en beschermde vogel.

En hij is langzamerhand zo aan mensen gewend, dat hij naast een visser wacht op een visje. Of, zoals ik pas las, komt hij iedere avond naar het huis van een oude dame die dan een kipfilet voor hem bakt. Toen de dame stierf bleef de reiger wekenlang iedere avond komen en wachtte hij voor het huis. tevergeefs.

reigers

Vanmorgen ging ik een rondje in de buurt doen, op zoek naar de reigerkolonie. Ik weet dat er niet veel reigernesten meer over zijn nadat er veel bomen zijn gekapt voor nieuwbouw van Het Sorgbos, maar ze zouden er nog zijn. Het was een heerlijk rondje, overal vogelgezang, vogels voor mij op mijn pad ( winterkoninkje, merel, zanglijster, houtduif), kleine insecten op bladeren die bleven zitten voor de foto. Ik liep dus te genieten, maar de reigers zag ik nergens, ik hoorde ook hun schreeuw niet. Ik lette goed of ik de witte uitwerpselen op de bladeren zag, want dat betekende dat er een nest boven zou kunnen zitten. En op het laatst, jawel. Allerlei wit op de struiken en de schreeuw van een volwassen reiger. Hij kwam aanvliegen, zette zich op een tak en daar begon een ander soort geschreeuw: jongen die honger hadden. Ik zag wat vage beweging maar het was te hoog en er zaten te veel takken voor. Maar de geluiden kwamen luid en duidelijk over. Helemaal blij liep ik verder en kwam onderweg nog verschillende soorten slakken tegen, prachtige rozen en veel wilde planten. Kortom, ik had een heerlijk rondje in de buurt. Hier niet ‘ Domweg gelukkig in de Dapperstraat’, maar ‘ Domweg gelukkig in het Sorgbos’.

P.S. van Ibo: ‘ Tijdens de bouw zijn nesten bedekt om broeden te voorkomen. Hopelijk komen een nu weer meer’. Ook wees hij me erop dat de lijster een zanglijster moest zijn en de duif een houtduif. Dat heb ik dus netjes veranderd. Dank Ibo.

nog steeds

Als de indianen een wat strenger immigratiebeleid hadden gevoerd,

was het nu niet zo’n puinhoop geweest in Amerika.

(Koot & Bie, Bescheurkalender)

Dit schreven zij al vele, vele jaren geleden.

« Previous EntriesVerder kijken »