Het fijne van pijn is dat als hij weg is, je hem ook zo weer bent vergeten. Je went er ook snel aan en als dan na een lange tijd hij weer terugkeert weet je meteen: ja, zo voelde het. Dat had ik van de week met mijn spastische darm. Ik was hem vergeten tot hij weer de kop op stak. En laat ik nu net ook in mijn ‘ bedboek’ : ‘ Het volle leven. 100 fragmenten over geluk’ van Wilhelm Schmidt toe zijn aan het hoofdstuk Het redden van de eer. Schmidt schrijft over allerlei onderwerpen uit zijn dagelijks leven, zo ook over de darm

Hij is eigenzinnig. Steeds weer doet hij wat hij wil. Hij is een zelfstandig wezen en heeft toch veel behoefte aan aandacht…We verzorgen hem veel minder goed dan hij eigenlijk verdient. Die arme darm: iedereen zet zich in voor het behoud van het tropisch regenwoud, maar naar de exotische flora en fauna in het eigen darmstelsel steekt bijna niemand een hand uit. Als hij volledig wordt verwaarloosd, dan begint hij van woede te knijpen. Vooral wanneer hij nog laat in de avond moet werken, want daar heeft hij de pest aan…Als hij de volgende dag puft als de uitlaat van een oude auto, en we de wind dit keer van achteren krijgen, dan is het weer pijnlijk. De darm probeert daarmee alleen maar zijn behoeftes te articuleren…

En zo gaat hij nog even door over de darm als zelfstandig wezen. Ik weet nu dat hij van yoghurt houdt in de morgen vanwege de nieuwe bacteriƫn die daarin zitten en die dan direct aan het werk gaan. Dus maar weer aan de yoghurt bij het ontbijt. Want als je iemand met zoiets kleins al blij kunt maken, waarom zou je dat dan niet doen.