• De wolken
  • Ik ¬†droeg nog kleine kleeren, en ik lag
  • Lang-uit met moeder in de warme hei,
    De wolken schoven boven ons voorbij
    En moeder vroeg wat ‘k in de wolken zag.

  • En ik riep: Scandinavie, en: eenden,
    Daar gaat een dame, schapen met een herder-
    De wond’ren werden woord en dreven verder,
    Maar ‘k zag dat moeder met een glimlach weende.

    Toen kwam de tijd dat ‘k niet naar boven keek,
    Ofschoon de hemel vol van wolken hing,
    Ik greep niet naar de vlucht van ‘t vreemde ding
    Dat met zijn schaduw langs mijn leven streek!

    Nu ligt mijn jongen naast mij in de heide
    En wijst me wat hij in de wolken ziet,
    Nu schrei ik zelf , en zie in het verdriet
    De verre wolken waarom moeder schreide.

    Martinus Nijhoff (1894-1953)


Ik wist het wel, maar nu zeker: ik ben niet de enige die gek is op wolkenluchten. Petra en Mirjam stuurden mooie foto’s naar me op. Uit Vlieland een prachtige wolkenluchtkaart, duidelijk een bewaarkaart. Dank dochters.

Maar waar ik nog niet over heb geschreven is over het plezier van het ontdekken van figuren in de wolken. Het is heel lang gelden dat ik op mijn rug in het gras naar de wolken heb liggen kijken om daar figuren in te ontdekken. Benieuwd wie dat als volwassene nog steeds doet. Niet dat snelle kijken, maar ontspannen liggen kijken, wolk voor wolk. Het bovenstaande gedicht verbeeldt prachtig de emoties van kind en ouder tijdens dat kijken. Alleen al die openingszin: ik droeg nog kleine kleeren… Dat is poezie: niet zeggen: toen ik nog klein was, maar ‘ ik droeg nog kleine kleeren.’

(sorry voor die twee puntjes maar die gaan niet weg of ik moet alles weer over doen en opeens is de lettergrootte ook weer veranderd. Geen tijd. de visite komt eraan)