Vandaag was ik met Folkje naar Koningshof, een prachtig natuurgebied aan de rand van Haarlem. Natuurlijk hadden we onze camera mee en omdat we dezelfde hebben werd er veel naar elkaar gekeken en vergeleken. Hoe doe jij dat? Heb je dat wel eens geprobeerd enz. Het bos was nog mooi in herfstkleuren van de beuken die daar als enorme zuilen stonden uit te kijken over het soms glooiend terrein. We hadden geluk: er waren nog wat paddenstoelen voor ons bewaard. Als eerste zagen we een enorme geschubde inktzwam. Die werd van alle kanten op de foto vastgelegd want hij is fotogeniek en stond daar zo mooi te pronk. Al is het de meest voorkomende van de inktzwammen ( het zijn een honderd soorten), zo vaak zie ik ze niet en helemaal niet zo groot. Het leuke is dat we deze inktzwam in verschillende stadia tegenkwamen. Al helemaal vervloeid tot een zwarte brij ( ik ging er met mijn vinger door en jawel, alsof mijn vulpen had gelekt), of alleen nog de steel met een restant zwart petje. Als de sporen rijp worden smelt de hoed weg als een soort inkt die kleverig is en vliegen aantrekt. En die vliegen verspreiden dan weer de sporen. Hier is over nagedacht.

Je kunt deze zwam als hij jong is eten, maar zoals hij nu was zou ik het niemand aanraden. En waarom zou je het ook doen als er zo weinig zijn en je in de winkel genoeg kunt kopen.
Tijdens onze verdere wandeling hebben we nog verschillende andere soorten gezien en een ervan is Folkje aan het portretteren. En natuurlijk hebben we ook lopen genieten zonder camera, want als je alleen door de lens ( of op het schermpje kijkt) dan mis je het grote geheel van het landschap. En dat is hier , ja, inderdaad, een plaatje.