Naar aanleiding van de reactie van Els op het stuk over de vlieg ben ik eens gaan kijken wat Midas Dekkers over de vlieg schrijft in zijn boek ‘ Pets’. En die titel slaat weer mooi op wat Els schreef. Op pagina 35 schrijft hij:…’ Stront of suiker, het is de vlieg om het even. Voor hij ervan eet, moet de tandeloze sabbelaar vast voedsel eerst een beetje oplossen door er wat maagsap op te spuwen. Zo spuwt hij suiker op uw stront en stront op uw suiker, vermengd met honderdduizenden bacteriёn  uit zijn darmkanaal. Buiten op zijn lichaam voert de vlieg nog een miljoen bacteriёn mee aan de haren waarmee romp, poten, voeten en zelfs vleugels zijn bezet… Tegen de voortplanting van een vlieg is niets opgewassen. Zou al haar nageslacht in leven blijven, dan brengt  een zwanger wijfje in een zomer vijf miljard nieuwe vliegen ter wereld, met een gezamenlijk gewicht als dat van alle Amsterdammers…
 

En wat een geluk voor ons dat roodborstjes, pimpelmezen en andere vogels die vliegen, en andere insecten, met huid en haar verslinden. Daarom is het zo belangrijk dat we in onze tuinen struiken en bomen houden waar de vogels in kunnen schuilen, rusten, uitkijken en we in de herfst niet al het blad van de grond halen want daaronder kan het wemelen van insecten die de vogels weer van de winter kunnen opeten. Ik heb op internet twee plaatjes van vliegen gehaald. Vooral die ene die lekker in zijn handen wrijft, zo van’ mmm, lekkere hapjes’, vind ik leuk. Ja, en hoe lastig ook voor ons, die beestjes zitten zo knap in elkaar, kunnen zo’n tweehonderd vleugelslagen per seconde ( volgens M.Dekkers) doen, dat is toch niet voor te stellen. In de tijd dat jij ‘ eenentwintig’ zegt heeft die vlieg dus al tweehonderd keer met zijn vleugels gewapperd. Ons oog kan dat niet eens registreren. Mijn advies: als je er een ‘n doodsklap wilt geven, bekijk hem vooraf even op je gemak want wat hij kan, kun jij niet. Andersom trouwens ook.