Vanmorgen bij het schrijfcafe was het thema ” luisteren”. Bij de opdracht over geluiden uit je jeugd dacht ik aan het geluid van een springtouw. Ik zie de meisjes op het schoolplein staan. Twee draaien het grote springtouw rond, de anderen staan in de rij achter elkaar, soms aan twee kanten. En opeens hoor ik ons weer zingen:” d’rop of ertussen, ertussen of d’rop”. Het zwaaien aan dat grote touw was best zwaar, samen moest je in een draairitme komen.. En oh die spanning als je aan de beurt was om in te springen. Je moest op het juiste moment in de bocht springen anders stond je erop en was je af en kon je weer achteraan de rij gaan staan. Het geluid van het touw op de grond, door de lucht, het zingen van de meisjes, het komt zo weer boven. En helemaal bijzonder vond ik als er steeds iemand bij kwam in het touw, dat geluid van die voeten die tegelijk op de grond kwamen:magisch. De dubbele bocht ging mij niet zo goed af. Twee touwen gingen dan dooreen en dan moest je heel goed timen wanneer je insprong. Maar als het lukte gaf dat zo’n geluksgevoel.

wij hadden ook allemaal een klein eigen springtouw. Soms met mooie houten klossen aan het uiteinde, maar lekkerder sprong het als je het touw een paar keer om je hand wond. En maar oefenen op “de hoge”. ┬áHeel snel springen achter elkaar zodat je het gevoel had dat je bijna de grond niet raakte. We hadden ook springliedjes zoals tja, het was iets met een snelle vliet en als je bij die woorden was moest je de hoge springen. Zorgeloos, dat is het woord dat in me opkomt als ik hieraan terugdenk. Een zorgeloze jeugd, dat zou je ieder kind toewensen.