niemand

ik had me verstopt
om gevonden te worden

niemand riep mijn naam

de zomer spatte uiteen
ik bleef achter
een niemand voor anderen

schaduw steeg op
sloot mij troostvol in

m’

Maak niet de fout om de ‘ ik’ uit het gedicht te verwarren met de schrijver. Het is natuurlijk altijd wel een deel van de schrijver dat in zijn werk terecht komt, maar dat kan ook het meelevende deel met een ander zijn. En dat meeleven kan met een echt persoon zijn, maar ook een figuur uit een boek of film. Dus lees ‘ik-verhalen/gedichten’ niet een-op-een: ik=de schrijver, want dan┬áversmal je de tekst . Zo, de juf heeft weer gesproken.