De vorm van sneeuw

Moela Nasroedin begeeft zich op een dag naar een blinde en gaat bij hem zitten.
De blinde vraagt hem: ” Nasroedin, vertel me eens, hoe ziet sneeuw eruit?”
“Sneeuw is wit,” antwoordt Nasroedin.
“Ah,” zegt de blinde. Kort daarna vraagt hij: “Maar wat is wit?”
“Wit,” zegt Nasroedin, naar woorden zoekend, “is als melk.”
“Ah,” zegt de blinde. Even later vraagt hij: “hoe ziet melk eruit?”
“Melk, zegt Nasroedin, “kijk, melk is als die vogels op de rivier, je weet wel, zwanen…”
“Ah,” zegt de blinde. Even later vraagt hij aan Nasroedin:
“Vertel me eens, Nasroedin, hoe ziet een zwaan eruit?” “hm, een zwaan is een grote vogel, met grote vleugels, een heel lange hals en zo’n snavel.” Hij imiteert een zwaan door zijn arm, met gebogen pols, naar voren te steken.
De blinde strekt zijn hand uit en laat die langzaam en aandachtig over Nasroedins arm en hand glijden.
Dan zegt hij met een glimlach: “Ja, nu weet ik hoe sneeuw eruitziet.”

Ik weet niet wie dit verhaal geschreven heeft, maar ik ben het dus niet.