HET ZAAD VAN EEN LACH

Diep in de bodem van mijn hart
werd het zaad van een lach gestoken.
Zelfs op dat stuk sombere grond
groeide dat zaad.

Het zaad van de lach ontsproot,
het zaad van de lach bloeide,
bloeide tussen trillende bladeren,
in ondiep gras langs de weg.

Bloesems van de lach staan
op het kruis van de spitse toren,
zwervend in witte wolken aan de hemel
zijn ook bloesems van de lach.

Waar is het zwervende kind
gebleven dat zaaide?
Ik zal altijd je toevallige lach onthouden-
al ken ik je naam niet.

Li Guangtian (1909-1968)

Bij dit gedicht zit al jaren een ezelsoor en iedere keer als ik het lees zie ik het voor me en dan denk ik aan een gezegde van, ik meen, Loesje:
zie je iemand zonder glimlach,
geef hem de jouwe.

Maar dat is dus bewust, hier weet het kind niet dat het vreugde heeft gezaaid in een somber leven. Dat is de kracht van het positieve.