Afgelopen donderdagavond zijn Ton en ik naar een avond met Maarten van Rossum geweest. Het was in de Oude Kerk in Heemstede en ik wist dat de stoelen daar niet zitten. De kerkbanken geprobeerd en tot de pauze ging het redelijk, maar toen wij eraan dachten nog een uur zo te moeten zitten, hebben we onze jassen gepakt en zijn er stilletjes vandoor gegaan. Het was een leuke avond, maar wat mij het meest bijstaat is de uitdrukking’ ammehoela’. Waarom? Omdat ik net had gelezen dat er een koning heeft bestaan die Amanoellah heette en dat de uitdrukking ‘aan me hoela’ waarschijnlijk voor het eerst is gebruikt in 1928 in een revue in Amsterdam, plus daarbij de tik op de bil. En dat laatste herinner ik me uit mijn jeugd: die uitroep en de tik op de bil.

Waar zou dat vandaan kunnen komen?

Ghazi Amir Amanoellah Khan werd in 1892 geboren in Kabul en was emir van Afghanistan van 1919 tot 1929. In de jaren na zijn kroning probeerde hij het land naar westers model te hervormen. Hij schafte veelwijferij ( vreselijk woord trouwens) af, kinderhuwelijken werden verboden en onderwijs verplicht. De eerste meisjesschool werd opgericht. Maar niet alles werd geaccepteerd. Een storm van woede brak los toen ook voor de regeringsfunctionarissen polymamie verboden werd, de vrouwen zelf mochten beslissen of ze een sluier wilden dragen en het in Kabul verplicht werd westerse kkleding te dragen. Onlusten braken uit en in 1929 was de burgeroorlog niet meer te voorkomen. Amanhoellah vertrok naar Europa en werd een bekend society-figuur.

Op de rechter foto in het midden de koning en zijn vrouw. Foto’s van internet.

De tik op de bil zou terug zou kunnen slaan op de koning die van zijn volk een symbolische schop onder zijn achterste heeft gehad.

Hoe ik dit weet? Ik lees al een paar avonden in bed in het zeer lezenswoordige ‘ eponiemenwoordenboek’ van Ewoud Sanders. Wat eponiemen zijn? Woorden die teruggaan op historische personen. Wie weet wordt dit vervolg.