Ik las net een mooi kort verhaal in het boekje ‘ Taal van stilte’ van Erich Kaniok en dat wil ik graag doorgeven omdat in de laatste zinnen zoveel waarheid staat, en omdat het een moment van overpeinzing biedt.

DE GELOFTE VAN KUISHEID

‘ De gelofte van kuisheid is een gelofte waarmee we niet lichtzinnig mogen omgaan’, zei de jonge monnik tegen de oude monnik.
‘Dat weet ik’, zei de oudere.
‘ En we doen plechtig ons best om het gezelschap van vrouwen te vermijden’.
‘Ja, dat weet ik’, zei de oude monnik. ‘ Maar wat doen we dan met die jonge vrouw daar? Zij staat in haar beste kleren en kan niet naar de bruiloft tenzij iemand haar naar de overkant van de rivier draagt?’
‘Wij hebben onze regels en die mogen we niet overtreden,’ zei de jonge monnik, die alle regels uit zijn hoofd kende.
‘ Maar hoe zit het dan met de regel van compassie? Zie je dat? Ze huilt. Zonder onze hulp mist ze de bruiloft van haar eigen zuster.’
‘ regels zijn regels’.
Zonder er verder woorden aan vuil te maken, pakte de oudere monnik de vrouw op en droeg haar naar de overkant van de rivier. Aan de overzijde zette hij haar neer.
De twee monniken vervolgden hun reis in stilzwijgen. Zo liepen ze nog een halve dag.
‘Ik denk toch echt dat het niet goed was wat je hebt gedaan. Je had die mooie vrouw niet in je armen mogen nemen. En je had haar niet over de rivier mogen dragen’, zei de strenge monnik.
‘ Mijn jonge vriend, ik heb haar een halve dag geleden op de rivieroever neergezet en haar daar achter gelaten. Ik vermoed dat jij haar nog altijd met je meedraagt.’