De duivel, menen sommigen, verkeert op aarde in de vorm van een pad. De paddestoel is de stoel van de pad, de zetel van de duivel. Schimmel en slijmerig als ze zijn vrezen mensen paddestoelen om hun vermeende giftigheid.

Door de eeuwen heen hebben paddestoelen sterk tot de verbeelding gesproken. Groeiend uit rottend materiaal, op duistere plekken, in de meest fantastische kleuren en vormen, werden ze oudsher verbonden met magische krachten.

Niet alleen bij het woord paddestoel zelf vinden we het geloof in de duivel en zwarte magie. Nog steeds noemen we sommige soorten duivelseieren, heksenboleet of satansboleet.

Heksenboleet ( alle foto’s deze keer gehaald van internet)
Niemand wil met heksen paren. Vandaar dat heksen hun heil zoeken bij de duivel. Overal in het bos legt de duivel zijn eieren neer. Daaruit groeit binnen een nacht de phallus van de duivel. Daarmee bevruchten de heksen zich. Het zaad, het zwarte stinkende goedje aan de bovenkant verdwijnt dan ook na een tijdje.

Paddestoelen zijn er om sporen te verspreiden. De stinkzwam gebruikt daarvoor de vliegen, die op de stank afkomen. Ze eten wat van de zwarte sporenmassa en verspreiden die al poepend door het bos.

In onze bossen is de stinkzwam een algemene verschijning. De naam is heel toepasselijk, want deze soort kan met de neus opgespoord worden. Ik weet nog dat ik jaren geleden met vriendin H. wandelde en dat zij zei:’ get, wat stinkt het hier’ en ik zei: ‘ dan moet er een stinkzwam in de buurt zijn’ en jawel, we gingen op de reuk af en vonden de zeer tot de verbeelding sprekende stinkzwam.

In het Latijn heet hij anders: Phallus impudicus, de onbeschaamde penis. In Victoriaans Engeland werd zo’n overduidelijke voorstelling van mannelijke sexualiteit ongeschikt geacht voor jongedames. Van Ettie Darwin ( de oudste dochter van Charles Darwin, beroemd geworden met de evolutietheorie) is bekend, dat zij elke zomerdag op jacht was naar deze paddestoel. Gehuld in speciale jachtkleding en gewapend met mand en puntige stok ging zij het bos in. Ze snuffelde haar weg door het bos, hier en daar pauzerend, haar neusgaten trilden bij een vleugje van haar prooi. Met een dodelijke steek verwijderde zij haar slachtoffer uit de humus en liet het stinkende karkas in haar mand vallen. Aan het einde van de dag verbrandde zij de buit in het diepste geheim in de afgesloten bibliotheek van het grote huis. Op deze manier wist ze de moraal van de jongedames hoog te houden.

Al deze informatie heb ik gelezen op een site van Stichting Onderwijs en Milieu