Ik heb even wat informatie over paddenstoelen bijeen gezocht, gewoon omdat ik het leuk vind deze kennis door te geven. De foto’s zijn gisteren in Groenendaal gemaakt waar overal om ons heen paddenstoelen te zien waren: op de grond, op dode boomstammen, op levende takken/ stammen, waar ik ook keek waren ze te zien en te fotograferen. Heerlijk dat ze zo rustig op hun plek blijven, je krijgt de kans ze van alle kanten te portretteren.

Gelukkig gingen we niet op dit bankje zitten want dan waren de paddenstoelen en de slak geplet. Even verderop een ouderwets herfsttafreeltje zoals wij vroeger in een schoenendoos maakten en daarin denk ik, de kleine Bundelzwam. Bovenin deze beuk een zagen wij een soort  bloemkool en wij noemden die dus ‘ bloemkoolzwam’. Maar als ik die opzoek ziet die er heel anders uit. Op een andere, dode beuk, zagen wij heel veel porseleinzwammen en een daarvan kijken we onder de rokken op de laatste foto. Duidelijk een plaatjeszwam en geen gaatjeszwam. Klik erop om het goed vergroot te kunnen zien.
 
Paddenstoelen zijn eigenlijk alleen de vruchtlichamen van zwammen. De zwammen leven van bladeren, takjes, uitwerpselen. Het zwamlichaam, de zwamdraden zitten in het hout verborgen en zien wij bijna nooit.
Veel zwammen groeien op een levende boom of plant. Als de boom daar last van heeft, dan noemen we zo’n zwam een parasiet. Maar vaak hebben boom en zwam een goede samenwerking opgezet: de zwam verzamelt water en zouten uit de bodem en krijgt daar voedsel in de vorm van suikers voor terug.
Sommige paddenstoelen parasiteren: ze zuigen het sap uit hun gastheer. Een van de bekendste is de honingzwam.

In het begin van onze jaartelling was ook het plukken van eetbare paddenstoelen soms gevaarlijk. Tenminste, als je de favoriete paddenstoelen van de keizer plukte: de keizeramaniet. Als je betrapt werd dan hakten ze gewoon je hand eraf. De Romeinen waren zo verzot op paddenstoelen, dat ze de bereiding ervan niet overlieten aan hun slaven. Ze hadden zelfs speciale zilveren en gouden kommen om de paddenstoelengerechten te bereiden.

Uit de middeleeuwen stammen de namen ridderzwam en koeienboleet. Alleen ridders mochten van de ridderzwammen eten. De koeienboleet heette vroeger koeienwachtersboleet; die was dus voor de koeienherders.

Het is bijzonder moeilijk paddenstoelen op naam te brengen. Met het blote oog is wel te zien of het om een plaatjes- of buisjeszwam gaat, of er een ring om de steel zit en wat de kleur van de sporen is. Veel soorten zijn alleen met een microscoop op naam te brengen. Sporen bijvoorbeeld zijn zo klein, dat alleen hele grote aantallen als stof zichtbaar zijn.