Ik herinner me dat een specialist zei: ‘mevrouw, wij kunnen niets voor u doen. U heeft een rug van een zeventig jarige. Ga het maar rustig aan doen’. En daar sta je dan, net in de dertig en twee kleine kinderen. Rustig aan doen? Hoe doe je dat? Wil ik dat? Nee, dat wil ik niet en ik zoek een uitweg. Als de kinderen naar school zijn ga ik liggen en als ze thuis zijn doe ik leuk met ze mee. Na een tijd probeer ik zelfs weer op school te helpen met handwerkles, maar dat lukt niet. En dan ontdek je andere kanten in jezelf, zoals het plezier hebben in schilderen, schrijven, fotograferen. Mijn lijf is van dertig, veertig, vijftig, zestig, en in mijn hoofd blijft het bruisen van de ideeën. Mijn lijf volgt als het kan en ook als het eigenlijk niet kan.

Langzaam worden de goede momenten langer, wordt de pijn minder en is er een balans gevonden. Ik geniet van zoveel, mondjesmaat vaak, maar een mond vol is zo gek nog niet, vooral als je lekker langzaam kauwt op de inhoud. ‘ Ik wil nooit terugkomen als een herkauwer’, roep ik geregeld. Met afschuw denk ik aan zo’n warme prak die terugkomt uit een van je vele magen en die je dan weer moet herkauwen. Maar nu bedenk ik dat ik door mijn hobby’s steeds momenten die mij iets doen herkauw. Hoe vaak bekijk ik niet de foto’s in mijn albums en op de computer? Puur herkauwen van fijne momenten. Hoe dikwijls herlees ik niet de mooie zinnen in boeken die ik heb aangestreept? Herkauwer, ik hoef er niet voor terug te komen. Ik ben het al.

Dit schreef ik vanmorgen in het schrijfcafé in Haarlem naar aanleiding van een opdracht en het daarna door mij gekozen woord: versleten.