Als ik aan ‘ levenswater’ denk, dan denk ik aan een ziekenhuis van vroeger waar strenge nonnen de scepter zwaaiden en waar zieken soms via een infuus’ levenswater’ toegediend kregen. Maar dat was heel wat anders dan ‘ eau-de-vie-, ‘ akavit’ of de verzamelnaam van verschillende soorten gedistilleerde alcoholische dranken ( hierbij horen ook wisky, tequilla, cognac, rum,wodka en calvados). Nee, dat lieten de nonnen niet door de aderen stromen.

De paters hadden daar minder moeite mee, al lieten zij het via de eigen mond door de eigen aderen stromen. In de zestiende eeuw gebruikte een Duitse arts-alchemist het zelf gedestilleerde levenswater bij de pest en kiespijn. Hij gaf het de Arabische naam alkoh’l mee, dat ‘ fijn’ betekent. Later is dat verbasterd tot alcohol.
Toen ook gezonde mensen ontdekten dat de elixer een aangename werking had op het gemoed, verdwenen de levenswatertjes al snel uit de apotheek en werden zij verkocht in speciale drankwinkels.

En om het genot te verhogen werden er steeds mooiere glazen bij gebruikt. Ik ben dol op mooie oude glaasjes en heb er een speciaal plankje voor. Ze zijn nog fotogeniek ook.