Een gedicht? Poeh, moeilijk, ik snap er niets van’, dat wordt vaak gedacht. Inderdaad, er zijn moeilijk te begrijpen gedichten, die zijn net als abstracte schilderijen: hoe langer en vaker je er naar kijkt, hoe meer het voor je gaat betekenen. Maar het kan natuurlijk ook voorkomen dat het nooit iets voor je gaat betekenen.

Maar al vanaf het begin van de dichtkunst zijn er dichters met humor in hun tekst, met schunnige woorden of verwijzingen. Ik heb gisteravond, inderdaad, in bed, weer eens de verzamelbundel “Pas op, de dichter lacht” ter hand genomen. Bedboeken moet niet te groot, te dik en te eng van inhoud zijn, dus dit was een prima keuze. Onze A. is ook een liefhebber van de dichter John O’Mill (1915 geboren, gestorven, geen idee). Neem het volgende gedicht:

Van Lüttich over Liège naar Luik

Als de Fransen Lille voor Rijssel zeggen
en Bois-le-Duc- in Brabant leggen
staat Sassenheim zeker- logisch maar raar-
op een Franse kaart als Urinoir?

Nu een oudje uit de 16e eeuw van Richard Verstegen (ca. 1550-1640)

Een vrouw zeer klaagde van haar mans veel lezen,
die al in boeken hadde zijn delectatie,
en wenste dat ook zij een boek mocht wezen
om zo beter te blijven in zijn gratie.
“Wat voor boek,” zei hij, “ woudt gij dan zijn?”
‘Zulk een,” zei zij, “als u ‘t best mocht believen!”
“Een almanak”, zei hij, “ was da nwel fijn,
want die kan iemand maar een jaar gerieven,
en na ‘t gebruik kan men in ‘t openbaar
een andere, nieuwe nemen elk jaar”.

en wat de foto van Luca betreft: Folkje heeft volgens mij helemaal gelijk.