Stel je voor: het is zomer en het is warm. Je zit op een terras in de avondzon in de stad en opeens hoor je een bekend (of onbekend) geluid in de lucht. Je kijkt omhoog en daar ‘ in het zwerk’ vliegen vliegensvlug, bijna te snel om te kunnen volgen gierzwaluwen. Heb je eenmaal het geluid gehoord en de vogel zien vliegen dan vergeet je dat niet meer. Jan Desmet beschrijft het in ‘ vogels in de kop’ deel 2 als volgt:

Star trek op zijn zomers. Met vork en sikkel en gierend srie-srie piloteren ze boven de daken. alsof ze in opperste jolijt een achtbaan testen. Wanneer zo’n stuntteam eind juli met uw verwondering aan de haal gaat, beleeft u een close encountrer met de gietzwaluw (Apus paus), de vogelnet der vogels.

Sommige mensen tergen de verdrinkingsdood, sommige gierzwaluwen de ligdood. Deze vogels raakten zo van het aardse gevoel vervreemd dat ze niet meer op eigen kracht van de grond kunnen opstijgen. Als geboren hemelwezens brengen ze in hogere sferen de nacht door. Met hazenslaapjes. Eten, drinken, paren en nestmateriaal verzamelen (van veertjes tot zaadpluis), ook daar dient voor hen het hemelgewelf voor. Een gierzwaluw van achttien jaar oud had zeker 6,5 miljoen kilometer in de verengels, achtmaal op en neer naar de maan…’

Jan Desmet heeft jaren achtereen krantenknipsels vergaard over vogels en heeft daar drie boeken over geschreven die ik bij de Slegte zag liggen en natuurlijk meenam. Vogelliefhebbers: een aanrader!
Iets verder beschrijft hij de gierzwaluwnesten in Zuidoost-Azie. De gierzwaluwen heten daar salanganen en van vier soorten worden al vanaf de 16e eeuw de nestjesĀ geplukt die aan kliffen en grotten tegen de rotsen kleven. Van twee soorten bestaan deze glazige nestkuipjes – ze wegen maar een achttal gram- intergraal uit gedroogd wit zwaluwspeeksel. Hiervoor wordt heel veel geld betaald (krantenkop: Koffer vogelnestjes van 2500 euro). Etend China, Taiwan of Japan ziet in vogelnestjessoep een lekkernij en wondermiddel, heilzaam voor de longen, de bloedsomloop, de immuniteit en het libido.
In de jaren 1987-1991 werden wereldwijd ongeveer 100 miljoen salangaannestjes verhandeld. En die arme vogels maar bouwen en er niets van snappen dat na een dag vliegen bij thuiskomst hun huis is geruimd. Gelukkig is hier bij ons aandacht voor hun soms moeilijke positie (heel veel nestmogelijkheden zijn verdwenen) en zijn er speciale dakpannen voor hen ontworpen. Desmet vertelt nog zoveel meer bijzonders over deze ‘ vogel der vogels.’ Later hierover dus meer.