Zo af en toe passen wij in Haarlem op twee poezen: een witte met een vlekje zwart en een zwarte met wat witte vlekjes. De witte is soms wat humeurig en wil dan onverwachts wel eens uithalen. Daar schrikt ze dan zelf van en rent hard weg, maar jij hebt al een paar halen te pakken. Zo zit ze ’s nachts soms precies midden op het pad dat leidt naar het toilet. De vorige keer liep ik iets te snel te dichtbij en pats, ze vloog tegen mijn blote benen op. Als ik er nu ’s nachts uitmoet en zij zit pontificaal midden in mijn route, dan pak ik een poezensnoepje en gooi dat de kamer in. De kat er achteraan en ik er vandoor. Maar ze is ook heel schattig want als ik tegen haar praat geeft ze met miauwtjes antwoord. Van de week hadden ze iets leuks. Er was nog eten maar ze stonden ’s morgens voor hun bakje te mauwen en te dralen. Ik snapte het niet, er was toch nog eten? Toen deed ik dat terug in het blik ( het is knabbeltjesvoer) en deed het daarna opnieuw in hun schaaltjes en jawel, ze begonnen eraan te eten. De poezen houden van hun ochtendritueel, dat is duidelijk. Voor mij zou het niet goed zijn zo midden in de stad te wonen want al die winkels met lokkende kortingen, die loop je niet zomaar voorbij. Neem nu vanmorgen. Ik was op weg naar de schrijfochtend in restaurant Van Beynum en was wat vroeg dus liep ik even een van mijn favoriete winkels binnen en kwam er binnen tien minuten weer uit met een heel leuk jasje dat zo leuk was afgeprijsd dat ik het niet kon laten hangen. En daarna weer op de fiets naar huis en al die foto’s die ik in de stad heb gemaakt lekker op de computer bekijken. Ja, uit is leuk, maar thuis zijn heeft ook zijn charme.