Vanmiddag kwam onze dichtkring weer bijeen. De opdracht voor deze keer was om je te laten inspireren door gedichten van andere dichters. Enkele jaren geleden kreeg ik van een van mijn schoonzoons een prachtige dichtbundel van Chr.J. van Geel. Daaruit koos ik twee zinnen die de beginzinnen van twee nieuwe gedichten werden. De eerste geleende zin is ” als vlindervleugels
voelt zij aan”

als vlindervleugels
voelt zij aan

dwarrelt traag
de nieuwe nacht in
hangt haar geurspoor
uit, vaag

nachtvlinders
zwermen rond
schreeuwende neonletters

zij fladdert nog een keer

vouwt, dof
en rafelig
de vleugels

en wacht

het tweede gedicht begint met de geleende regel
“er ligt in ons een meer van steen”

er ligt in ons een meer van steen
te rusten na eeuwen vol erupties
glad gestreken door jaren
tegenwind rust het nu
tussen witte lelies
uit het verleden
kleurt het door duizendschonen
van nu en morgen

Wij allen vonden het een inspirerende opdracht en dat bleek ook duidelijk aan de prachtige gedichten die werden voorgelezen. Op naar de volgende.