Bij de Chinees. Aan een ander tafeltje zat een meisje, alléén, triestig te eten. Opeens zag ik dat ze zat te huilen, er viel een traan in haar bord. Ik had het in me, mijn gezelschap in de steek te laten en naast het meisje te gaan zitten, alleen maar om haar vriendelijk over het hoofd te strelen, verder niks. Maar zulke dingen ‘dóé je nu eenmaal niet’. Waaróm eigenlijk niet? Allerlei angsten, waarvan de eerste, de grootste, de zakkerigste en meest onwezenlijke deze is: dat dat meisje het niet zou begrijpen, er verlegen en nog verdrietiger van zou worden, misschien zou denken dat je… dat je… Zo blijft iedereen zitten waar hij zit, iedereen machteloos, iedereen eenzaam, iedereen gefrustreerd door zijn eigen gevoelens en impulsen. Ik wilde haar alleen maar troosten.

Jeroen Brouwers
Uit: Het is niets.