Vandaag met vriendin A naar Rotterdam naar de Kunsthal en net als vorige keer werd er aan het spoor gewerkt. Over Amsterdam konden we niet vanwege het ernstige treinongeluk, dus tot Den Haag, dan  met de bus naar Delft en vandaar verder met de trein. Staakte vorige keer het openbaar vervoer, dit keer reden de trams gelukkig wel. Er waren vier tentoonstellingen in de Kunsthal en ze alle vier intensief bekijken, dat lukt niet. Gelukkig vonden we niet alles even boeiend, dus twee tentoonstellingen met grote interesse bekeken: ‘ZOET EN ZOUT’ Water en de Nederlanders. Heel interessant was dat er verschillende kunstvormen naast elkaar werden getoond en ook uit verschillende tijden. De tweede tentoonstelling waar we langer bleven was die van Chuck Close. Hij experimenteerde op papier met papierpulp en zo ontstonden fascinerende portretten. Op deze manier hebben A. en ik nog nooit gezien dat een meer dan levensgroot portret werd gemaakt. Prachtig.

Toen we van de ene naar de andere afdeling liepen kwamen we door een gang waar voetballers van Feyenoord waren uitgebeeld door bezoekers. Bezoekers kregen een stuk papier en maakten daar een collage van een deel van het portret zonder dat ze wisten van wie en welk stuk. Ik koos er twee uit: Ron Vlaar, laatste man. En Ruben Schaken (linksbuiten). Daarna maakte ik wat detailfoto’s omdat als je stukjes apaprt bekeek, je kleine schilderijtjes zag.

     Ron Vlaar                                                          Ruben Schaken
klik erop om te vergroten

Toen was het tijd voor een broodje kroket en toen we weer richting huis gingen had ik gelukkig een vriendin bij me die beter was in de weg en de goede richting voor de tram vinden dan ik. Toen we weer van Delft naar Den Haag in de bus zaten vroeg een Engelsman aan mij of we nu bij Den Haag Centraal waren. Ik zei ‘ja’. Maar toen we buiten liepen zag ik dat het een ander station was. Gelukkig zag ik de meneer en zei in mijn beste Engels dat dit niet het centraal station was. Hij zei: oh als je daarheen moet, moet je via perron 4, richting… alles in het Engels. Ik dacht wel’ wat spreekt hij het Nederlands uit’. Maar bedankte hem in het Engels en liep naar A die snel was weg gelopen. Toen hoorde ik de man achter mij in het Nederlands tegen zijn vrouw praten. ‘ Oh, bent u Nederlander, ik dacht dat u de Engelsman uit de bus was’, zei ik tegen hem. Nee, dat was hij niet. A. kwam niet meer bij van het lachen want de man in de bus bleek bovendien een donkere man geweest te zijn. In de trein konden we elkaar niet aankijken of we kregen weer de slappe lach. Zo zie je maar: ik herken niet alleen de goede richting, maar ook mijn medemens niet altijd.

En om op de vraag van Els terug te komen over de ‘ geluksvogel’: de oorsprong weet ik niet maar vandaag voelde ik me na zo’n heerlijke dag een echte geluksvogel. Maar ik ga eens proberen daar de oorsprong van te vinden. Je leest het dan wel.