Al bestaan bepaalde voorwerpen en handelingen niet meer, in ons dagelijks leven gebruiken we ze nog wel. Al denk dat dat de generatie na mij er minder of geen van gebruikt. Ik kom daarop door een stukje in de Trouw van vanmorgen, geschreven door Jaap de Berg. Ik neem er stukje uit over:

De taal is deels een museum. Ze wemelt van de woorden en uitdrukkingen die naar een vervlogen verleden verwijzen en van betekenis zijn veranderd. We leggen nog botje bij botje (een middeleewse munt). We tasten diep in de buidel (geldzak), doen een duit in het zakje (oude munt), staan rood bij de bank (waar vroeger schulden met rode inkt werden genoteerd), kijken of we ons laatste oortje hebben versnoept (kwart stuiver) en voorspellen geen toekomst als kwartje aan wie voor een dubbeltje geboren is…

De elementen trotseren herinnert an de theorie dat de materiële wereld uit vier elementen zou bestaan: aarde, water, vuur en lucht. Bloed kan koken, omdat het ooit als zetel van emoties werd gezien. Alcoholisten hebben een droge lever omdat dit orgaan vroeger voor de zetel van de dorst werd gehouden.

Dit vond ik wel een leuk stukje voor de taalliefhebbers onder ons.