Dankzij Ibo en Folkje heb ik de tekst van de engeltjes.
Ja, dat bedoelde ik en daaraan dacht ik toen ik die twee engelen gisteren zag. Ik vind het nog altijd iets vertederends hebben.

’s Avonds als ik slapen ga
volgen mij veertien engeltjes na
twee aan mijn hoofdeind
twee aan mijn voeteneind
twee aan mijn linkerzij
twee aan mijn rechterzij
twee die mij dekken
twee die mij wekken
twee die mij wijzen
naar ’s hemels paradijzen

En dan beloofde ik iets meer informatie over de eerder genoemde pastoor van der Eem . Hij was in Vogelenzang pastoor van 1939 tot 1950. Wat staat er zoal over hem in het boek:
…’ Pastoor van der Eem was erg blij met zijn benoeming tot pastoor in Vogelenzang. De boomgaard en de moestuin trokken hem wel aan. Hij was een corpulente heer. Zijn optreden was autoritair, maar jij was tegelijktijd ook humoristisch. Voor de dames die in de kerk geen hoed of hoofddoek droegen, was hij even onverbiddelijk als pastoor Burwinkel. Waagde een dame het zonder hoofddksel naar de communiebank te stappen, werd ze prompt overgeslagen…’ Er staan nog vele stukjes over hem en ik neem de laatste nog over.

…’ Misdienaars hadden ontdekt, dat pastoor van der Eem in zijn boomgaard van die heerlijke suikerperen had. Om beschadiging te voorkomen had de pastoor om iedere peer een papieren zakje gebonden. Nadat ze het Lof gediend hadden, slopen de misdienaars de tuin in en haalden de mooie suikerperen uit de zakjes, die weer keurig werden terug gehangen. Toen kwam de pluktijd. Pastoor van der Eem vroeg de misdienaars of ze hem wilden helpen met het plukken van de peren. Had de pastoor iets gemerkt? Ze konden zogenaamd geen van allen die dag en smeerden hem. De pastoor verbaasde zich, want altijd wilden de jongen hem graag helpen…’

 Omdat Ton zo van geschiedenis houdt en vooral van zijn familiegeschiedenis, heb ik dit stukje voor hem ( en voor zijn zussen, dochters en nichtjes) op de site gezet. In hoeverre de pastoor familie is gaat hij nog uitzoeken.