ik sta stil
bij de kraam
met de bakken
verboden waar
en weet: het mag niet
maar mijn hand leidt
haar eigen leven
traag, zonder aarzel
gaat zij naar dė bak

het wordt vloed
in mijn mond

de man volgt
de hand
van de bak
naar de mond
ziet het genot
als ik proef
het puur
van het pindarotsje

m’

Vandaag hebben we weer dichtkring en het thema is, inderdaad, chocola. Voor het op papier stond heb ik er al een tijd over nagedacht en pas toen ik het woord ‘pindarotsje’ had en het water in mijn mond liep bij de gedachte daaraan, toen ‘ had ik het gedicht’. Maar dan is het nog niet klaar. Ik wilde in de eerste strofe het aarzelen, vertragen bij de bak accentueren en heb dat gedaan met veel aa klanken. zeg het maar hardop en je voelt dat dat traag gaat. In de laatste strofe heb ik de oo en oe klank willen gebruiken om de mond te accentueren en om de ronde o van genot uit te laten komen. Ook heb ik gedacht om het pindarotsje te vervangen in een praline maar heb dat direct verworpen. Te veel voor de hand liggend, nee, het moest het doodgewone pindarotsje zijn van vroeger thuis. Bovendien breekt dat net lekker het ritme daar. En zo bouw ik dus een gedicht op. Best leuk om het zelf eens te proberen. Ik wil daar best bij helpen.