DE PLATAAN. Uit :’ PLINIUS. DE WERELD. Naturalis historia.’ pag. 480

Platanen houden vleermuizen op afstand. Een drankje van hun zaadbolletjes en wijn in een dosis van vier denariën is een middel tegen alle vormen van slangen- en schorpioenengif en heelt ook brandwonden. Als men de bolletjes in sterke azijn of liever nog in met zee-ui gekruide azijn fijnstampt, stelpen ze elke bloeding. Als men er honing aan toevoegt, verwijderen ze sproeten, tumoren en hardnekkige puisten in de nek.

Bladeren en schors van de plataan smeert men als zalf op etterbuilen en abcessen, evenals een afkooksel ervan. Een extract van de schors in azijn is een remedie voor het gebit. Als geneesmiddel voor de ogen gebruikt men een afkooksel in witte wijn van de teerste blaadjes. Het dons op de blaadjes is schadelijk voor oren en ogen. De as van verbrande zaadbolletjes geneest brandwonden veroorzaakt door vuur of bevriezing. De schors in wijn verzacht de steek van een schorpioen.

Plinius leefde van 23-79 n. Chr. en baseerde zich in dit boek op honderden Griekse en Romeinse bronnen.

 

Het is een genot dit boek geregeld te pakken als ik met een bepaald onderwerp bezig ben, zoals nu met de plataan. Tot ver inde middeleeuwen werd zijn werk als de waarheid beschouwd. Leuk vind ik om te zien wat voor kwalen er in zijn tijd waren zoals in bovenstaand stukje te lezen is. Kanker kwam toen ook al voor. Grappig klinkt het woord’ hardnekkig’ voor de puisten in de nek. Tegenstrijdig lijkt mij dat je de teerste blaadjes gebruikt als geneesmiddel voor de ogen terwijl even daarna staat dat het dons erop schadelijk is voor de ogen. Maar misschien worden ze onschadelijk door het koken in wijn. Al met al ben ik nog steeds blij dat ik het, toch wel dure boek, in juni 2008 gekocht heb in Baarn toen we op de Lage Vuursche kampeerden, in afwachting van de niertransplantatie.