luidruchtig
                zwart wit
        nergens bang voor
  zijn spiegelbeeld golft mee
               meerkoet

Ik kijk graag naar ze, die donderse meerkoeten kom je hier overal tegen. Waren zij voorheen nog wat zeldzaam, nu nemen zij steeds meer water in beslag. Zij zijn brutaal, opvliegerig, moedig, luidruchtig en prachtig fotogeniek in golvend water met een weerspiegeling onder hen die constant verandert.

 

Ik kijk even in ‘ Het Vogeljaar’ van Jacq. P. Thijsse uit 1903. Hij schrijft o.a. Over de meerkoet:

Deze vogels zijn na verwant aan de waterhoentjes, ze hebben hetzelfde losse gevederte, maar zwart van kleur, de bles op de snavel is zuiver wit en de lange tenen zijn wat meer in overeenstemming met de leefwijze, doordat hun zolen verbreed zijn tot heel aardige uitgeschulpte zwemplaten…’

Naar die poten heb ik gisteren een tijd staan kijken. Ze hebben zo’n mooie vorm en ze lopen er ’s zomers handig mee over de bladeren van waterplanten.
Thijsse beschrijft hoe een moeder koet haar jongen beschermde tegen een bruine kiekendief, ‘ de tiran der moerassen’.

‘ Hij wou wel graag een jong uit het water grijpen, maar de oude koet was tegen hem opgewassen en onthaalde hem iedere keer, als hij probeerde te stoten, op een hoos water, dat zij met de vleugels omhoog sloeg. Ik begrijp nog niet hoe het dier zoveel water hoog kon opvoeren, maar het hielp. Telkens moest de rover terugdeinzen en wanneer hij de jongen uit de flank poogde aan te vallen, dan vond hij steeds weer de waakzame moeder tegenover zich, die hem dan overstortte met meerwater. Tenslotte moest hij afdeinzen en de koetjes zaten behouden in het riet…’

Wat een dotjes he? We moeten nog even wachten en dan worden de nesten weer gebouwd en kunnen we genieten van die kleine verenballetjes op het water. En foto’s maken natuurlijk. Ik kan niet wachten.