Vanmiddag even een rondje om in mijn eentje. Eerst langs de brievenbus en daarna over de Vrijheidsdreef. En dat laatste is een genot door de bloeiende bermen.
Klaprozen, korenbloemen, bolderik, grassen en nog veel meer dansten in de wind met de zon in hun gezicht. En ik genoot met ze mee. Terug ging ik door het Groenendaalse bos. Af en toe moest ik even hoesten en ik weet, dat klinkt ┬áverontrustend maar is het niet. ‘Bent u dat die zo hoestte?’ hoorde ik achter mij. Toen ik dat beaamde zei de dame, terwijl zij op mij afstapte: ‘dan houd ik wel afstand’. Braaf deed ik een stap achteruit. Had ik toen maar niets meer gezegd, dan was ze waarschijnlijk doorgelopen, maar ik zei dat het erger klonk dan het was. En vanaf dat moment kreeg ik alle narigheid over me heen van: 1.van ouderen die niet zo vlot waren op de computer en dat moesten van de overheid. 2. de macht van de woningbouwvereniging. 3. de mensen die zich niet aan de coronaregels houden en wat haar verder nog dwars zat.

Weg was mijn rustige wandeling maar ik kan het dan toch ook weer niet afkappen want dan denk ik: misschien ben ik vandaag wel de enige tegen wie ze aan kan praten. Maar bij de uitgang ging ik snel een andere kant op dan zij en kon ik toch nog een stuk heerlijk rustig lopen.
En ik besef me dat ik veel heb om van te genieten. Terwijl ik dit tik zie ik op het balkon dikke hommels de bloemen induiken, de zon schijnt en ik kan me op verschillende manieren uiten. Zoals met fotograferen en schrijven. Maar er zijn gelukkig ook mensen die naar me willen luisteren als ik even stoom wil afblazen. Inderdaad, ik ben een bofkont.