een travestiete mantelmeeuw


een travestiete mantelmeeuw zat,
opgemaakt met poedersneeuw,
te pronken op een drijvend hout
en zag in ‘t diepe water zijn silhouet
weerspiegeld in wel duizendvoud.

dat ijdel beeld werd plots doorbroken
door slechts een kleine drijf-veer.
en dat nietig, bijna nietsje
bracht de mantelmeeuw tot inkeer.

ijdelheid der ijdelheden’
hoort vanaf vandaag tot mijn verleden.
door gewoon weer grijs en wit te zijn
draag ik, welbeschouwd,
mijn veertje bij aan ‘t natuurbehoud.

marisca