Uit het gedicht:’ Iemand stelt een vraag’ van Remco Campert kies ik om over te schrijven de regels:
jezelf een vraag stellen
daarmee begint verzet’.

De vraag stellen vereist moed want je weet eigenlijk al dat het antwoord leidt naar verandering en dat zal niet makkelijk zijn. ‘Ben ik nog gelukkig in mijn relatie? In mijn werk? Ben ik wie de mensen denken dat ik ben?
Ik denk dat je die vraag niet stelt als het antwoord ‘ja’ is. Er knaagt iets aan je en je probeert erachter te komen wat dat is door het stellen van een ’simpele’ vraag: ‘wil ik zo verder met mijn leven of wil ik iets anders met de rest van mijn leven?’
De laatste vraag bevestigend beantwoorden kan angstgevoelens oproepen, hartkloppingen, hoofdpijn. En ik vraag me af: als je die vraag hebt gesteld en eerlijk hebt beantwoord, hoe ga je dan verder? Deel je je gevoelens, angsten, verwachtingen of verwerk je eerst alles alleen en als je het voor jezelf hebt uitgewerkt, gooi je dan alles er ineens uit? Is er dan nog een weg terug? Of een weg om samen nog verder te gaan?

Je stelt jezelf de vraag: accepteer ik nog dat er op me neergekeken wordt omdat ik anders ben? Zo nee, dan breekt er een moeilijke tijd aan, vol strijd, tegenwerking, soms haat, omdat je niet meer accepteert wat anderen goed voor jou vinden.
Kortom: het stellen van de vraag vereist moed omdat je weet dat daarna het leven nooit meer hetzelfde zal zijn.