zomer en winter

Wat doe ik met deze hitte? Niet veel. Gisteren had ik even geen zin om te lezen, heerlijk dat de bieb weer open is, en heb ik verf en inkt gepakt en op het balkon wat zitten rommelen. Opeens zag ik in die vormen en kleuren een zomers landschap en als je dat ziet kun je er niets anders meer in zien. Ik heb het onder de scanner gelegd en er wat mee gespeeld op de computer en net zoals er onverwachts een zomerlandschap ontstond, zo was er opeens een winterlandschap te zien.

Dat is het leuke van tekenen/schilderen zonder vooropgezet plan, het kan een leuke verrassing opleveren of het kan helemaal niets worden. Ook niet erg, je bent even lekker bezig geweest. Ik heb na afloop de tekening gekreukeld en weer onder de scanner gelegd maar dat werd niets. Dus na de scanner de prullenbak in. Gelukkig heb ik de foto’s nog.

dwarsbomen

Er zijn mensen die zich door niets of niemand van hun plannen willen laten afbrengen: zij willen niet gedwarsboomd worden. Ik zat wat over dat woord na te denken en zag een boom over een weg hangen, aan beide kanten ondersteund,  zodat je niet verder kon rijden.

Blijkt daar ook de oorsprong van het woord te liggen. Tegenwoordig gebruiken wij het woord bijna alleen figuurlijk, hoewel, soms op bospaden in natuurgebieden wordt het pad nog afgesloten door een overdwarshangende boom die aan beide kanten op ijzeren liggers steunt en vaak is vastgelegd met een ketting.

Vroeger gebruikte men een spar als dwarsboom en ook waterwegen werden zo afgezet. Want als de stadspoorten sloten wilde men nog wel eens via het water de stad binnenkomen.

Hildebrand schrijft in de Camera Obscura:’ Aan voor boomsluiten thuis te zijn was geen denken’.

Dus hoewel wij het woord tegenwoordig bijna altijd figuurlijk gebruiken wordt het ook soms nog letterlijk gebruikt nu we omgevallen bomen in het bos laten liggen die het pad kunnen blokkeren en komen we ze soms op landelijke fietspaden in een natuurgebied nog tegen, opgehangen door de beheerders.

museum Jan

Gisteren voor het eerst sinds maart weer naar een museum geweest en wel naar een van mijn favoriete musea: museum Jan (voorheen museum Jan van der Togt) in Amstelveen. Ik ging samen met vriendin A. die dit als verjaarscadeau nog tegoed had. Net als zo vaak dacht ik: daar rijd ik blind heen maar net als zo vaak nam ik toch net een verkeerde afslag. Maar dan kom je nog eens in stukjes stad waar je nog nooit geweest bent en tomtom hielp ons verder. Na koffie met lekkers het museum in. Het was stil dus alle tijd en gelegenheid om op ons gemak al dat mooie glaswerk te fotograferen. Heerlijk als er iemand mee is die op dezelfde manier wil ronddwalen. Bijna alle tijd hebben we besteed aan het bekijken en fotograferen van de prachtige glasobjecten. Het is een klein museum en dat vind ik heerlijk want dan hoef je geen keuzes te maken: wat wil ik zien? Hier kun je alles zien. Dan afsluiten met een gezellige lunch op een terras en je hebt een geweldige dag. Hopelijk blijft dit mogelijk en gaan we niet weer terug naar de begintijd van corona met alleen thuis je zien te vermaken.

Een van de mooiste  objecten vond ik deze tors van glas. Ik zag hem voor het eerst. Ontwerper is Mari Meszaros (1949). De foto geeft een ander licht te zien dan in werkelijkheid maar ik vind het wel mooi. Voor de derde keer fotografeerde is de glazen staande cirkel van Kurt Runstadler. Vooral als je de kern alleen fotografeert krijg je zo’n prachtig beeld. Dus ook gisteren weer op de foto gezet. En ook hier zie ik op de foto kleuren die ik daar niet zag. Ons oog kijkt inderdaad anders dan de lens van de camera en dat vind ik leuk thuis te ontdekken. Je hoeft geen tijd af bespreken voor dit museum dus, ga er heen en geniet.

spruit

Uit het boek van Ted van Lieshout ‘rondvierkant vierkant rond’ :

Op een dag werd er een schattig worteltje geboren.Het was een beetje bol van boven en spits van onderen en het was prachtig oranje.
Hartelijk gefeliciteerd met uw jongste spruit, zei de buurman.
Het is geen spruit, het is een worteltje, zeiden de trotse ouders.

1 augustus

Wij zijn er zo aangewend: een meter bestaat uit 10 decimeter of 100 centimeter of 1000 millimeter. Een kilo is 1000 gram, een pond 500 gram en een ons 100 gram. En bijna overal waar wij boodschappen doen wordt er met dezelfde maten gemeten en worden dezelfde gewichten gebruikt. Dat is niet altijd zo geweest. Soms hadden steden hun eigen gewichten en maten en was het lastig voor handelaren en reizigers. Maar op 1 augustus 1793 werd de eerste meter wettelijk vastgelegd door de Franse Academie van Wetenschappen. Het zou het tienmiljoenste deel zijn van de afstand rond de aarde, langs de meridiaan van Parijs. Het was onder de regering van Napoleon en omdat wij toen deel uitmaakten van het Franse rijk moesten wij ook die maten gebruiken. Toen Napoleon verslagen werd en Willem I hier aan het bewind kwam werd het aanvankelijk terug gedraaid maar in 1816 kregen wij metrieke tiendelige maatstelsel dat nu nog altijd gebruikt wordt. Belangrijke dag dus geweest: 1 augustus 1793. Want hoe hadden we anders nu overal 1,5 m. afstand kunnen houden? Hoewel, het lukt niet iedereen zag ik in de krant en op het journaal.

andere wereld

het scheppingsverhaal
van een onderwaterwereld
waar kleuren zich mengden
vormen vervormden
tot de schepper zag
dat het goed was