thuis

Gisteren bij het schrijfcafé koos ik bij het thema ‘thuis’ deze kaart van Piet Mondriaan. Het is een afbeelding van een boerderij nabij Duivendrecht en is geschilderd in 1916. Dit waren mijn gedachten hierbij:

Zo’n huis als je thuis hebben lijkt me heerlijk. Een huis in de ruimte en toch omsloten. Ruimte en veiligheid, wat kun je je nog meer wensen.
De bomen als buren, het water als je spiegel. Het maakt de ruimte nog ruimer.
De lucht kleurt zacht door het avondlicht. Hier is het goed toeven. Hier kun je jezelf openen en weer sluiten.
De prachtige kleuren geven warmte en geborgenheid af. Ik voel de stilte die niet bedreigend is maar koesterend, omarmend. Zelfs de wind is stil. Het water rust in zichzelf nu de avond is gekomen.
Ik zie mezelf bij een openhaardvuur. Hond naast me, kat op schoot, boek in de hand. Geen radio of televisie aan maar zittend in een stilte die niet verstoord wordt door houtgeknetter.

Nog even en alle kleur buiten verdwijnt, het donker neemt het over. Maar binnen blijft er licht, warmte, geborgenheid.
Thuis.

omsloten
door stilte
die warm aanvoelt
ruimte geeft aan mijn
welbehagen

uitzicht

Bijna elke avond kijken we vol bewondering naar de lucht en zijn wolken en verkleuringen. En als ik denk: nu maak ik geen foto’s meer, zie ik weer een lucht die toch weer op de foto wordt vastgelegd. Dit zagen we vanavond en een kwartier later was het al weer verdwenen. Maar ik heb het.

blij

Jaren geleden maakte ik deze tekening en altijd als ik dat blije meisjeskoppie zie word ik ook blij. En daar heb ik nu redenen voor: Ton is thuis en we gaan zo een stukje buiten lopen. De zon schijnt en een koolmees denkt al dat het lente is. Gisteravond een geweldige avond gehad met buurdame terwijl buurheer bij Ton was. Het was een voorstelling over de geschiedenis van Simon en Garfunkel en hun muziek werd zo goed gespeeld. Zo heerlijk om die muziek zacht mee te zingen, of alleen maar in mijn hoofd en op het laatst voluit met de hele zaal. Toen keek ik net zo blij als dit meisje. Voor een gelukkig gevoel hoef je niet ver weg te gaan, soms ligt het gewoon voor je deur.

schaduw

Ton is gelukkig weer thuis en moet nog even aan het infuus blijven, maar daar helpt de thuiszorg mee, ook als we laat op de avond steeds een vreemde piep uit het apparaat horen komen. Geweldige mensen zijn het.

En nu zijn we weer lekker samen thuis, Ton achter zijn krant, ik achter de computer. Ik herlees net een tekst die ik na het labyrintlopen heb geschreven naar aanleiding van enkele regels uit het gedicht van Mary Heyema: ‘365 dagen geldig’ en vind dat nu wel passend.

Vouw je schaduw op, wat een mooi beeld.
Ik vouw mijn schaduw op als een paraplu en zet hem weg. Nee, niet weggooien maar bewaren, want er zijn dagen dat je snakt naar een beetje schaduw.
Maar soms kan een schaduw groot en dreigend zijn, om je heen hangen en te groot zijn om hem alleen weg te krijgen. Daar heb je dan geliefden voor nodig om je daarbij te helpen.
En als de schaduw weer weg is en je je weer vrij en onbekommerd voelt, dan kun je je horizon spreiden als een badlaken op het strand. Meer dan je nodig hebt aan ligruimte, maar het voelt zo lekker.
En dan speelt tijd niet meer mee.
Ik knip de tijd door en laat gebeuren wat moet gebeuren op de tijd die daarvoor bestemd is en ik open mijn deur, mijn denken.

vergeten

Ik ben mijn hele leven al wat vergeetachtig en dat heeft zich in de loop der tijd versterkt. Ik zit er niet zo mee, maar het kan onhandig zijn. Er hangen briefjes: denk aan sleutel en telefoon, maar als die er al een tijdje hangen vallen ze ook niet meer op. Nu Ton niet thuis is moet ik goed opletten dat ik mijn huissleutel meeneem want anders wordt het een hele klimpartij naar vier hoog. (klik op plaatje om het vergroot te zien)

wintergedicht

Weer een tegenvaller voor Ton. De bacterie is een andere dan de vorige keer en deze is resistent voor de antibiotica die hij nu krijgt. Het wachten is nu op de aanleg van een ‘piclijn’ waar een thuisinfuus op aangesloten kan worden. En dan hopen we dat die zes weken infuus thuis net zo lang doorwerken als de vorige keer.

Ik zit wat te bladeren in het al eerder genoemde boek ‘Ik wou dat ik een vogel was’ en daar staat een wintergedicht in van een van mijn favoriete dichters: Herman de Coninck en dit kende ik nog niet.

Winter. Je ziet weer de bomen
door het bos, en dit licht
is geen licht maar inzicht:
er is niets nieuws
zonder de zon.

En toch is ook de nacht niet
uitzichtloos, zolang er sneeuw ligt
is het nooit volledig duister, nee,
er is de klaarte van een soort geloof
dat het nooit helemaal donker wordt.
Zo lang er sneeuw is, is er hoop.

Herman de Coninck

wolkenwezens

Na al die grijze luchten zie ik nu de lucht openbreken en de zon erdoor komen. Maar een mooie wolkenlucht om te fotograferen, die is het vandaag nog niet. Gelukkig heb ik foto’s genoeg om uit te kiezen en om in te tekenen. Zo zijn deze wolkenwezens ontstaan. Ton kijkt vanuit zijn ziekenhuiskamer ook uit op de wolkenlucht maar hopelijk doet hij dat vanaf donderdag weer thuis. Even nog geduld hebben dus.

even niet

De afgelopen dagen ben ik niet zo met de computer bezig geweest want Ton was plots weer opgenomen in het ziekenhuis en dan heb je andere dingen aan je hoofd. Vanmorgen hoorden we dat hij morgen naar huis zou mogen maar vanmiddag hoorden we dat hij toch nog niet weg mocht. Hij is gelukkig een stuk beter dankzij zuurstof en antibiotica. Tja, zo ben je bezig een nieuwe bril te kopen en zo denk je er geen een meer nodig te hebben. Maar die gedachte is weer verdwenen en we hopen dat hij weer snel thuis is om daar verder op te knappen.

wintersilhouet

Als je hier de schoonheid van ziet, kun je toch geen hekel aan de winter hebben?

boeken

Ik schreef er al vaker over: wij kunnen niet zonder boeken en zijn erdoor omringd. Kijk maar.

Verder kijken »