zo deed ik dat

Nu heb ik de foto’s van IJmuiden laten zien, maar hoe zag ik er zelf uit toen ik die foto’s maakte? Zo. Klik erop om ze vergroot te zien. En de foto’s zijn van Linda.

Ooit schreef ik na een bezoek op het strand:

woelend in het schelpengruis
voel ik uit nooit verlichte dieptestromen
energie naar boven komen

En die energie krijg ik altijd als ik over het strand loop, zo maar, gratis en voor niks. Nou ja, de parkeermeter vraagt dan wel wat, maar daar kan het strand niets aan doen. Nu naar het bos, eikels zoeken voor A. en R. om daar mogelijke houtwormen mee te verleiden zodat zij niet in de balken gaan knagen maar in de eikels. Oud recept en wie weet snappen de houtwormen van nu het nog steeds.

zeepaddestoel

Lopend over het strand van IJmuiden zag ik ook voor het eerst een zeepaddestoelkwal. Dat hij zo heette wist ik omdat L. een boekje bij zich had met afbeeldingen en namen van wat er op het strand te vinden is. Kwallen zijn prachtig onder water, maar op het strand liggend is het mooie er wel vanaf. Dat voorkomen Japanners door in hun huiskamer een zeeaquarium te nemen.

Kwallen nodigen niet uit tot aaien, maar ik heb hem toch even ‘ bevoeld’. Stevige gelatine, zo voelde het. ‘Jelly-fish’ zo noemen de Engelsen het. Kwallen zijn eenvoudig van opbouw. 95% van hun lichaam bestaat uit water en onder hun tentakels zit een holte die mond en maag tegelijk is. De zeepaddestoel heeft geen lange tentakels maar acht mondlobben wat hem herkenbaar maakt. Zo ook zijn blauwe kleur. Gruwen wij vaak van kwallen, Japanners zijn er niet alleen dol op om naar te kijken, maar hele dunne plakjes kwal vinden zij ook een lekkernij.

Kwallen kunnen niet zelf hun koers bepalen maar drijven mee op de zeestromingen. Een primitief evenwichtsorgaan voorkomt dat zij kantelen. Wie wel zelf zijn koers kan bepalen is de meeuw. En de meeuw die de braakbal produceerde heeft een heerlijke maaltijd gehad aan allerlei krabbetjes. De harde restjes vonden we in de braakbal die ik helaas uit mijn hand liet vallen net voor we hem aan B. wilden laten zien. Maar na veel speuren hebben we er nog een gevonden. Dus drie nieuwe ontdekkingen gedaan aan het brede strand van IJmuiden. Dat vraagt om herhaling.

schelpkokerwormen

Donderdag was ik met twee mede-IVN’sters naar het strand van IJmuiden. We hebben een paar uur gedaan over zo’n 500 meter. Iedere keer zagen we wel iets dat onze aandacht trok, dus werd er gestopt, gebukt, opgepakt of gefotografeerd. Heb ik daar iets gezien wat ik nog nooit had gezien? Jazeker. Toen we het strand opkwamen zagen we bergen overblijfsels van de schelpkokerworm. Dat heb ik op andere plekken ook gezien, maar toch pak je er iedere keer weer een paar op en bekijkt ze van dichterbij en verwonder je over het vernuft in de natuur. Maar wat we nu ook zagen waren schelpkokerwormen met hun tentakels er nog aan. Alle drie hadden we dat nog nooit gezien. En we zagen er niet één, maar een fiks aantal. Schelpkokerwormen zijn van zichzelf zacht en kwetsbaar en maken met behulp van slijm een kokertje om zich heen van zand en stukjes schelp, vandaar de naam. Op de kop hebben zij een bosje tentakels waarmee ze plankton uit het water vissen. Zij staan met velen dicht bij elkaar in het zand en vormen zo een soort rif op de bodem van de Noordzee. Komt het zand hoger, dan maken ze de koker langer. En in dat ‚ woud’ van wormen vinden kleine diertjes een schuilplaats. Dit alles heb ik kunnen vinden over deze kleine diertjes, maar niet waar dat slijm uitkomt ( ik denk uit een opening op hun kop) en hoe ze dat dan om zich heen plakken. En zouden ze dan in het zand rollen en zo die beschermende laag om zich heen krijgen? Misschien kan ik het nog ergens anders vinden, of weet mijn veelwetende vriend Ibo het. Maar ik heb meer nieuwe dingen gezien die ochtend, maar dat is voor morgen.

« Previous Entries