wijsheid op straat

Vanmorgen liep ik door een winkelstraat toen ik twee jonge vrouwen met elkaar hoorde praten. De een zei: ” if it doesn’t go right, go left”. Ik vond het een prachtige uitspraak. Verder een heerlijke rustige dag: lunchen met mijn dochters en bridgen met vriendinnen en Ton. Daarbij scheen de zon, dus wat wil een mens nog meer? Nou, dat ons huis eens verkocht wordt. Daarom heb ik vanmorgen een Jozefbeeldje gekocht ( oh, moet u uw huis verkopen? vroeg de verkoopster) en heeft Ton het in de tuin begraven. Kijken hoe sterk de invloed van Jozef is.

bijna

Ja, het is bijna zover. Morgen worden de laatste meubels weggehaald uit het huis van mijn moeder dat bijna vijftig jaar mijn ouderlijk huis is geweest. Met mijn broer ben ik flink bezig geweest en is het vrijdag voor de oplevering helemaal leeg en opgeruimd. Er zijn heel wat boeken geschreven over het leeghalen van het ouderlijk huis. Zelf merk ik dat ik daar nu niet over kan schrijven. Ik denk dat dat later komt, of helemaal niet. Maar we hebben de foto’s nog en de herinneringen. Zoals hoe mijn ouders genoten van het wonen in dat mooie huis. Ik vond nog twee oude foto’s. De kwaliteit is niet  je dat, maar dat vind ik niet zo erg in dit geval.

natuur mee in bed

Tja, ik ben zelf natuurlijk ook een stuk natuur dat ik mee naar bed neem, maar met de titel bedoel ik het lekkere bedboek ‘ PETS’ de beste dierenverhalen in en om het huis, van Midas Dekkers. Waarom ik het een bedboek noem? Omdat het korte verhalen heeft zodat je de volgende avond zo weer verder kan met een nieuw verhaaltje. Omdat het lekker leest, me een glimlach en soms zelfs een echte lach ontlokt en omdat ik geniet van de bijzondere wijze waarop Dekkers naar de wereld om ons heen kijkt. Heel vaak zijn zijn eerste zinnen nieuwsgierig makend zoals in het stuk over de huismuis:

Honden hebben het er zelf ook moeilijk mee. Zij hebben viér poten om in hun poep te trappen. Toch heb ik dat een hond nog nooit zien doen. Evenmin zie je binnenshuis ooit een poes met een hoofd als een boei iets onder zijn poten vandaan schrapen…”

Maar ook zijn laatste zinnen mogen er zijn, zoals in het stuk over de bacterie:
…”Moeten we ons dan maar niet meer wassen? Natuurlijk wel. Infectieziekten zijn immers niet door de dokter als wel door de loodgieter uitgeroeid. Af en toe wassen kan heus geen kwaad. Doe het gerust. Als was het maar om onze bacteriën een goede beurt te geven. Want díé viespeukjes wassen zich nooit.”

En ik sluit het af met een laatste zin van het stuk over de Vlaamse Reus: …” Op de erfzonde heeft zeep geen vat”.

En terwijl het al half elf in de avond is, staan alle ramen nog open, zitten de mensen nog heerlijk buiten. Ja, zo hoort een zomeravond te zijn. Zo dadelijk lekker lezen over ‘ het knaagdier’ . Benieuwd welk knaagdier tevoorschijn komt na de introductiezinnen: “Geheimen moet je houden. Daarom werd het de politie op het Schotse eiland Mull onlangs verboden vertrouwelijke papieren nog langer met het vuil mee te geven…”

zorgeloosheid

Dit kleine gedicht is van Bert Schierbeek en de illustratie is van Kees de Goede. Ik vind het een heel mooi, troostvol beeld en je zou het de mensen die het lichamelijk en geestelijk moeilijk hebben zo gunnen: een kleed van zorgeloosheid dat zij zouden kunnen omslaan. Maar helaas, ik kan het ze niet geven.

Afgelopen zondag hadden wij in Amsterdam met de familie van Ton de jaarlijkse Opa Willem Memorial. Ja, als de ouders/grootouders er niet meer zijn moet je iets anders bedenken om de familie af en toe als geheel weer bij elkaar te krijgen. Helaas lukte het deze keer niet, maar in gedachten waren de afwezigen wel bij ons. We waren in Amsterdam aan de overkant van het IJ en ik ga zeker nog een keer met de pont over, maar dan met mijn grote camera want wat een mooie, aparte gebouwen en dan die zwarte onderzeeër, zo bizar die daar opeens te zien liggen. We hebben met elkaar gegeten, hebben indien nodig bijgepraat maar vooral van elkaar genoten.

En de volgende dag werd onze Frank geopereerd en alles is goed gegaan. We gaan hem snel opzoeken. Ton en ik hebben vandaag weer een nieuwe afdeling in het ziekenhuis ontdekt: de poli hartfalen. Want dat is wat Ton heeft, hartfalen. We hebben richtlijnen gekregen voor het dagelijks leven en na verder onderzoek horen we later of hij een pacemaker krijgt. In eerste instantie was ik enorm geschrokken, Ton totaal niet. Tja, een ander kan het ook hebben maar die weet het niet, zo redeneert hij. En er is wat aan te doen, dus maak je maar niet druk. Tja, dan moet je niet op internet gaan kijken want daar word je ook niet vrolijk van. Doe ik dus niet meer. Alleen in de boekjes die we mee hebben gekregen. Maar een voorafje haring of ’s avonds een lekker potje Zweedse haring, dat zullen we nog maar sporadisch doen. Ach, er zijn ergere dingen.

afscheid en weerzien

Vandaag namen wij afscheid in Westerveld van Greet Pennarts. En met ‘ wij’ bedoel ik familie, bekenden en een deel van mijn vroegere zwemclub DWR. Toen ik van haar overlijden las kwamen er allerlei herinneringen boven aan een heerlijke zwem- en waterpolotijd. Het was de tijd van het onverwarmde zwemwater en dat er nog overal buitenbaden waren. Als wij dan een wedstrijd hadden en het water haalde de minimumtemperatuur van 16* niet, dan warmden wij de thermometer op vlak voordat de scheidsrechter die in het water deed. Want je reed niet zo’n eind om niet te kunnen spelen. En oh wat had ik altijd moeite met doorgaan. Mijn benen in het koude water ging, maar hoe dieper ik ging hoe langer het duurde. Ik was achterspeelster en vrij fanatiek mag ik wel zeggen. En Greet was al die jaren onze coach. Greet was een bijzonder vrouw vond ik, die niet zoals de moeders die ik kende een permanentje had, maar kort steil haar dat ze bij de clubkapper Kerkhof ( een herenkapper) liet knippen. Maar wij zwommen ook wedstrijden en in de zomer deden wij aan kilometerzwemmen in rivieren, kanalen of de Bosbaan. En vaak gingen mijn ouders dan mee en op de foto in Tiel als we zitten te wachten om het water in te gaan zitten mijn ouders en Frank. Frank die morgen geopereerd wordt aan een longtumor. De kaarsjes gaan vanavond al aan en zullen morgen oo kde hele dag branden.

 Na de crematie maakten wij een eigen hoek en kwamen de verhalen en de zoveelste roep om een reünie. Ja, als ik er nu zo aan terugdenk heb ik geluk gehad dat ik deel heb kunnen uitmaken van deze groep bijzonder leuke mensen en vanmorgen vond ik ze nog net zo leuk als ruim vijftig jaar terug. En wat heerlijk was het om weer ‘ hoi Mikkie’ te horen. Er waren mensen die niet eens mijn echte naam kenden maar dachten dat ik Mik of Mikkie heette. En binnen de familie en voor enkele vrienden heet ik nog steeds zo. Houden zo.

 en de vrouw die op het punt staat te willen scoren, dat ben ik. klik op de foto’s om ze te vergroten

« Previous Entries