taal

Vandaag is een dag van rust, lezen en slapen. Tja, soms heeft een mens dat even nodig. Dan rommel ik wel eens in laatjes waar ik niet zo vaak in kijk en zie daar: een klein dichtboekje van Plint en het eerste gedicht is een heerlijke bespiegeling over taal. Ik las ook in ‘ Leesliefde’ het volgende van Carel Vosmaer ( 1826-1888):

‘t Is niet de vraag al wat in boeken steekt
In ‘t hooft te zaamlen, doch of ‘t daar iets wekt en kweekt.

Ja, dat is het belang van het goede woord, dat het iets in jouw hoofd en hart in werking zet. Beneden ligt nog de zaterdagkrant vol bijlagen te wachten om uitgeplozen te worden. Benieuwd of ik er iets in vind dat ik wil uitknippen omdat ik het de moeite waard vind en je weet maar nooit wanneer het van pas kan komen. Terug naar het gedicht over taal van Bies van Ede.

Taal

Hoe zwaar is taal, wat weegt een woord?
‘ Wilt u het halfom of mager?’
‘Mag ‘t ietsjes meer zijn? Vraagt de slager.
“Aan een stukje, of in plakjes?’

De groenteboer denkt even na.
‘Geschrapt?” vraagt hij, “ of ‘t liefst panklaar?
Het zit afgepast in zakjes,
hoeveel wilt u? Zeg het maar.”

De krantenjongen op zijn fiets
zegt: “Maandag weegt taal bijna niets,
maar die weekendbijlagen,
dan is de taal bijna niet te dragen.”

Wat weegt een woord, hoe zwaar is taal?
‘Ik weet het niet”, verzucht de dichter
“maar als mijn gedicht gemaakt is
voel ik mij wel stukken lichter.”

Bies van Ede
klik erop om de hele pen te zien die ik in Magna Plaza heb gefotografeerd.

nog even 5hoek

We kregen net een telefoontje van de makelaar dat er vanmiddag een bezichtiging is. Gelukkig ziet het huis er nog redelijk opgeruimd uit na de open dag en ons weekje 5hoek, maar toch. Tussen de werkzaamheden neem ik altijd mijn rust en dan doe ik graag wat op de pc. Zoals wat foto’s op Fluweelbloem zetten. Als afsluiting van ons 5hoek weekje wat foto’s, een mix van straatbeelden en de leukste poezenkop tot nu toe. Een foto heb ik een sprookjesachtige nachtfoto van gemaakt en de foto van het Houtplein is een schilderij in een etalage op het Verwulft en brengt me weer terug in mijn jeugd. Klik erop om ze te vergroten.
En nu weer aan de strijk.

Peeckelhaering

Afgelopen jaar gingen wij na de literatuur in Amsterdam vaak eten bij Pekelharing. Haring in het zout, dacht ik dan. Maar vandaag heb ik ontdekt dat het ook de naam van o.a. Een schilderij van Frans Hals is. Op het schilderij staat een ietwat zatte man in een roodgeel kostuum met pet en in de hand een tin bier. De naam Peekelhaering komt van de nar uit een vrolijk toneelstuk uit de 17e eeuw. Niet alleen Frans Hals portretteerde hem, Jonas Suyderhoef graveerde zijn portret en schreef erbij :”de natte lippen van meneer Peckelhaering laten zien hoe hij geniet van fris bier omdat zijn keel altijd droog is.”

Wat ik heel leuk vind is dat het schilderij van Frans Hals in het bezit was van Jan Steen en hij het in zijn eigen schilderij als schilderij aan de wand schilderde. Bijvoorbeeld in het schilderij ‘zoals de ouden zongen piepen de jongen’ en ‘dokters bezoek’. Ik wist niet dat ze zo elkaars werk gebruikten. Wat een bezoekje aan een museum en internet je al niet kunnen vertellen.

Hondenslager

In de Bavokerk op de Grote Markt was een kapel die vroeger toebehoorde aan de hondenslagers. Dat stond erbij geschreven. De kapel was leeg op wat oude stoven na. Ik dacht: wat was nu een hondenslager eigenlijk en waren die zo belangrijk dat zij een eigen kapel kunnen hebben? Het blijkt dat zij helemaal geen honden slachtten en het vlees verkochten als eetwaar, maar zij waren kerkelijke bedienden die tot taak hadden honden tijdens de dienst met een stok of zweep naar buiten te verjagen. Zij werden ook wel ’stokman’ , hondenmepper of ‘koddie’ genoemd. En ik herinner me nu oude schilderijen waar inderdaad honden in de kerk liepen.

En zo kwam ik ook het woord ‘gruyter’ tegen tijdens het opzoeken, ook wel ‘gruiter’ ‘grutenare’ of ‘gruutmeester’ genoemd. Ik dacht direct aan de winkel van De Gruyter terug met die prachtige glimmende koperen koffiebakken, het ’snoepje van de week’ en de 10 procent bonnen die mijn moeder opspaarde voor Sinterklaas of als ze het eerder hard nodig had. Maar wat was een Gruyter eigenlijk? Gruit was een plantaardig, kruidend toevoegsel dar gebruikt werd voordat de hop in zwang kwam. Mijn vraag is nu: was de gruiter nu de man die  de planten kweekte of de man die het gebruikte om bier te brouwen? Ik gok op het laatste.

in de stad

Af en toe zijn wij in de stad en passen dan op twee poezen. Maar verblijven in de stad is anders leven dan ver weg van de winkels. Zo loop ik iedere dag door allerlei straatjes en in al die straatjes zijn winkels en…het is uitverkoop. Ik heb mij dus het een en ander aangeschaft en daar geniet ik van. Maar nog meer geniet ik als ik gewoon rondloop of fiets met mijn camera. Als laatste ben ik gisteren de grote Bavokerk op de Grote Markt binnen gegaan en daar heel op mijn gemak rondgelopen, kaarsje aangestoken ( ik dacht dat ze dat alleen in katholieke kerken deden) en foto’s gemaakt, vooral de plafonds waren heel bijzonder. Tijdens het fietsen kwam ik bij de andere grote Bavokerk, langs de Leidsevaart en daar was de koepel zo mooi opgeknapt, dus hup, op de foto. En voor de baasjes de twee poezen. En die andere twee foto’s heb ik bij zonsondergang op het terras gemaakt.

Geluiden uit mijn jeugd

Vanmorgen bij het schrijfcafe was het thema ” luisteren”. Bij de opdracht over geluiden uit je jeugd dacht ik aan het geluid van een springtouw. Ik zie de meisjes op het schoolplein staan. Twee draaien het grote springtouw rond, de anderen staan in de rij achter elkaar, soms aan twee kanten. En opeens hoor ik ons weer zingen:” d’rop of ertussen, ertussen of d’rop”. Het zwaaien aan dat grote touw was best zwaar, samen moest je in een draairitme komen.. En oh die spanning als je aan de beurt was om in te springen. Je moest op het juiste moment in de bocht springen anders stond je erop en was je af en kon je weer achteraan de rij gaan staan. Het geluid van het touw op de grond, door de lucht, het zingen van de meisjes, het komt zo weer boven. En helemaal bijzonder vond ik als er steeds iemand bij kwam in het touw, dat geluid van die voeten die tegelijk op de grond kwamen:magisch. De dubbele bocht ging mij niet zo goed af. Twee touwen gingen dan dooreen en dan moest je heel goed timen wanneer je insprong. Maar als het lukte gaf dat zo’n geluksgevoel.

wij hadden ook allemaal een klein eigen springtouw. Soms met mooie houten klossen aan het uiteinde, maar lekkerder sprong het als je het touw een paar keer om je hand wond. En maar oefenen op “de hoge”.  Heel snel springen achter elkaar zodat je het gevoel had dat je bijna de grond niet raakte. We hadden ook springliedjes zoals tja, het was iets met een snelle vliet en als je bij die woorden was moest je de hoge springen. Zorgeloos, dat is het woord dat in me opkomt als ik hieraan terugdenk. Een zorgeloze jeugd, dat zou je ieder kind toewensen.

Mooie zinnen

Op vakantie schreef ik zinnen uit gedichten over die mij roerden of die ik om zijn taal mooi vond. Ik denk dat het uit een bundel van Herman de Coninck was, maar stom genoeg heb ik dat er niet bijgezet. Het onderstaande schreef ik over omdat het zo bij mijn gevoel van dat moment paste.

dit is de tijd

om het leven niet te zijn

maar te bezitten

en langzaam uit te delen

aan de ogenblikken

……..

En omdat ik ook ’s avonds zo genoot van het bijzondere licht en de kleuren van zee en lucht, koos ik ook de volgende regels:

’s Avonds is de zee een vuurtoren hoog

maar zo breed als vergeten

…..

die laatste regel, wat mooi. Nog nooit de weidsheid van het vergeten zo benoemd gezien. Ik snap niet altijd alles wat er in gedichten staat, maar dat vind ik niet erg. Ik geniet dan van de taal of het beeld dat er in mij wordt opgeroepen.

bretagne

Denkend aan Bretagne
zie ik de donkere rotskust
water beukt zich te pletter

ik zit op een rots
volg met mijn vinger
de ronde randen
ruik de zilte
proef het eeuwenoude
zout op mijn huid

ik laaf me aan dit land
dat me opneemt
rust in zijn oude energie

m’

klik op de foto’s om ze vergroot te zien

niemand

niemand

ik had me verstopt
om gevonden te worden

niemand riep mijn naam

de zomer spatte uiteen
ik bleef achter
een niemand voor anderen

schaduw steeg op
sloot mij troostvol in

m’

Maak niet de fout om de ‘ ik’ uit het gedicht te verwarren met de schrijver. Het is natuurlijk altijd wel een deel van de schrijver dat in zijn werk terecht komt, maar dat kan ook het meelevende deel met een ander zijn. En dat meeleven kan met een echt persoon zijn, maar ook een figuur uit een boek of film. Dus lees ‘ik-verhalen/gedichten’ niet een-op-een: ik=de schrijver, want dan versmal je de tekst . Zo, de juf heeft weer gesproken.

genieten en nagenieten

Ik ben niet de enige van ons gezin die dol is op klaprozen/papavers, maar waarschijnlijk wel de enige die ze zo vaak fotografeert. Ze trekken me gewoon naar zich toe, dus iets verslavends zit er wel in al is het geen opium. En aan de gebruikte zaadjes van de slaapbol op broodjes, het maanzaad, heb ik een hekel want het gaat altijd tussen mijn tanden zitten als ik geen tandenstoker bij me heb. Wat is pas las is dat het sap van de klaproos vroeger gebrukt werd om de Edammer kaas mee te kleuren. En wat doe ik ermee? Ik kijk ernaar, geniet ervan en zet ze op de foto en geniet er daarna weer van. Onderstaande foto’s zijn in Frankrijk gemaakt maar zouden ook gewoon hier in de buurt gemaakt kunnen zijn. Alleen de laatste foto, die zou wat soort betreft hier goed kunnen groeien ( doet hij ook) en bloeien ( die kans krijgt hij zelden), alleen heb ik hier nog nooit in een stad een bloeiende boerenkool als potplant gezien. In Pont-Aven wel en ik dacht” dat moet ik op de foto zetten anders gelooft niemand me”.

klik op de foto’s om ze vergroot te zien

Verder kijken »