slobberen

Eigenlijk moet ik nu gaan strijken maar ik stel het nog even uit. Net als stof wacht ook de strijk gewoon tot ik het tijd vind om het weg te werken. Het moet wel voor morgen want dan hebben we weer open huis. Inderdaad, het is alweer zover. Benieuwd of we weer kijkers krijgen. Tot nu toe is geen enkele kijker koper geworden. Maar we hebben gedulden de tijd en dus zit ik vanuit mijn kamer naar de sneeuw buiten te kijken, naar de koolmezen vlak voor mij in de boom en naar enkele regels in het al eerder genoemde boek ‘een jaar in scherven’ van Koos van Zomeren. Daarnet viel mijn oog op de onderstreepte zin:’ de tragiek slobbert als een overall om zijn verschijning’. Dit vind ik zo’n mooi beeld en direct denk ik aan een gedicht van ik geloof Joke van Leeuwen over een olifant. Het staat mij bij dat zij zijn triestheid in de dierentuin zo liefdevol beschrijft: in zijn pak dat om hem heen slobbert. Maar wie weet is het heel anders als ik het weer eens lees.

Ik zoek het boekje maar zie het niet. Ergens heb ik het gevoel dat ik het eens heb uitgeleend. Maar ja, niets opgeschreven dus geen bewijs dat het ook zo is. Ik kijk in andere bundels maar geen gedicht over deze olifant. Dan maar een foto die ik een keer in Artis heb gemaakt. Maar die zie ik ook nergens. Dan maar eens op mijn buitenboordgeheugen kijken. En jawel, daar heb ik hem gevonden. En nu ga ik echt aan de strijk. Maar wacht eens, ik heb alle gedichten van alle scheurkalenders ooit uitgescheurd, uitgeknipt en opgeplakt en jawel, ik vind de map en onder de O het bedoelde gedicht. Het is dus helemaal niet van Joke van Leeuwen maar van een van mijn favoriete dichters Herman de Coninck en het andere is van Patty Scholten. Denk je iets zeker te weten.

Hij is gemaakt van de grofste effecten,
draagt zijn broek als clown August,
de knieën slodderend, maakt danspasjes
als tante Bertha die een tango de grond
inheit, terwijl z’n kont doet denken
aan een vals gebit

dat net is uitgenomen. En dan zijn slurf
en vlak daarnaast zijn ogen. Hoe zou jij kijken
als ze je lul op je neus gezet hadden?

Ik vind het jammer van de laatste zin, niet vanwege het drielettergrepenwoord maar omdat ik in de ogen van de olifanten die ik gezien heb in de dierentuin zo’n diep verdriet zie, iets onpeilbaars waardoor ik denk’ wat voor heimwee speelt er door zijn hoofd? En deze zin doet voor mij de olifant tekort. Maar verder vind ik het een prachtig gedicht.

toen

Vanmorgen pakte ik weer eens het boekje ‘ open zinnen’ van Christine de Vries en sloeg het open bij de zin ‘In de straat van mijn ouderlijk huis…’ en die vervolgde ik zo:

Tja, dan denk ik aan de Bastiaanstraat, niet aan de andere vijf huizen waar ik als kind heb gewoond. Waarom? Omdat ik hier als kind heerlijk op straat heb gespeeld en mijn broers ook. Dan denk ik altijd aan die kleine foto van mijn jongste broer die helemaal alleen in een lege straat zit op de stoeprand. Nergens een auto te bekennen. Een andere foto, bijna op dezelfde plek gemaakt is mijn oudste broer die zich door een straatfotograaf op de foto liet zetten. Mijn moeder had hem waarschijnlijk liever in andere kleren gezien maar toch, ze heeft de foto gekocht.

Het zijn beelden uit een lang vervlogen tijd maar als ik eraan denk, dan ben ik er weer. Wat waren wij zorgeloos. Ik was een kind dat geen weet had van de problemen van de grotemensenwereld. Hoe anders is dat nu vaak met kleine kinderen die door allerlei media de grote buitenwereld binnenkrijgen en al denken over milieuproblemen, opwarming van de aarde, het uitsterven van dieren, terwijl ze eigenlijk nog zonder zorgen zouden moeten zijn en helemaal geen zorgen zouden moeten hebben over problemen die door volwassenen ontstaan zijn. Ik wens de kinderen vann u toe dat ze nog lang kind mogen blijven.

Dat doet me opeens denken aan een vriendin van mij die, bijna 64, van de week nog haar schoen zette, ook die van haar man en bij de open haard ging zingen. Gewoon om het gevoel weer even te hebben en omdat ze wel wat in de schoen wilde hebben. Haar man had haar tuk want hij stopte in zijn schoen een grote zak met verboden drop. Tja, van de sint gekregen, kon hij niks aan doen.

Maartje en Anne hebben in 1996 ook hun schoenen gezet toen ze in de sinterklaastijd een avond hier sliepen. Er lag zelfs naast de schoen een verlanglijstje. Ik weet dit omdat ik oude fotoalbums aan het nakijken, scannen en opschonen ben en daar die foto tegenkwam. Waar zo’n regenochtend al niet toe leidt.

ho ho ho

Maak je niet druk om kerst.
De kerstman roept niet voor niets:
Ho ho ho

Vrij naar ‘ loesje’

loslaten

Loslaten. Vreemd eigenlijk dat dat aan elkaar staat. Je zou eerder los laten verwachten. Hoewel, toch niet, want dan is het al los en loslaten geeft aan dat er nog aan gewerkt moet worden. Het is nog niet los.
‘ Laat dat’, betekent ‘ doe dat niet’ en bij loslaten moet je het juist wel doen: iets verbreken dat aan elkaar zit.

Je kind laat je los op het moment dat het zelfstandig kan zitten, lopen. De hand die het vasthield is niet meer nodig want ‘ het zit los’ en ‘ loopt los’. Dat laatste dan weer niet in de betekenis van ‘ het zal wel loslopen’ ( het zal wel meevallen).
Later moet je het kind echt loslaten als het het huis verlaat en een eigen levensweg inslaat.
Maar ook dromen, verwachtingen, verdriet, woede moet je op een gegeven moment los kunnen laten. Ik zeg ‘ op een gegeven moment’ omdat ik voel dat alles zijn tijd heeft en dan ook gebeurt al is het ‘waarom nu’ voor ons niet zichtbaar. Soms wel achteraf.

Mijn moeder is op een prachtige manier bezig alles los te laten. Een voor een heeft ze de dingen die zo belangrijk voor haar waren los (moeten) laten en ik zie dat het haar rust geeft. Ze probeerde thuis nog allerlei ballen in de lucht te houden maar ze heeft ze in de laatste maanden laten gaan, als luchtballonnen.
Bij loslaten hoort ‘ overgeven aan’. En dat is wat wij nu als familie doen. Niet makkelijk maar wel bijzonder.

« Previous Entries