overgang

Vanmiddag kwam onze dichtgroep bij mij thuis en het thema deze maand was’ overgang’. Weer uiteenlopende en overeenkomstige gedichten rond dit thema. Ik had een paar jaar geleden al eens iets gemaakt rond dit thema:

in mijn nachtverblijf
word ik regelmatig bedolven
onder optrekkende hittegolven

Daar heb ik gelukkig bijna geen last meer van. Natuurlijk moest ik ook denken aan mijn moeder en de overgang die zij heeft gemaakt van nog zelfstandig thuis wonen naar op dit moment volledig verzorgd worden.

van thuis naar tehuis
van alleen naar velen
een gordijn als tussenmuur
voor een kort alleen zijn
zijn? bijna niet

de geest herstelt
het lichaam dunt in

Wij hebben respect hoe zij hiermee omgaat en genieten ervan dat zij haar zo bijzonder humor nog heeft en dat wij haar nog hebben, al is het niet zoals wij hadden gewenst voor haar.

genieten

Dat was weer genieten toen ik mijn rondje in de buurt liep vanmorgen. Natuurlijk met fototoestel en dat was maar goed ook want ik heb toch zoveel moois gezien ( en vastgelegd). Als de zon door de bladeren schijnt, dan geeft dat zo’n ander beeld. Je ziet de nerven, de verkleuringen, je neemt als het ware een kijkje in het blad. Heel veel foto’s heb ik gemaakt van gewoon afgevallen blad dat op een heg lag en waar de zon op scheen. En op bladeren in het water en thuis zag ik pas goed hoe het blad het water indeukt. Klik op de foto’s om ze te vergroten.

Zo lekker als bij Els rook het niet, maar als ik misschien vanmiddag nog even in het bos ga lopen, dan ruik ik de herfst ook. Hier tussen de huizen zag ik hem alleen. Ik zocht er mooie woorden bij en vond die in de laatste strofe van het gedicht ‘ Park’ van Joris Denoo:

Herfst een kaalslag
Het gedicht een taalslag:
het blijft niet bladstil
in dit vergeeld seizoen.

En mocht je trek hebben in een smakelijke en makkelijk te maken vis-ovenschotel, kijk dan eens op http://www.leukerecepten.nl/recepten/438-visgehakt-uit-de-oven.

Dit recept heb ik laatst gemaakt toen alle kinderen kwamen en omdat het zo in de smaak viel heb ik het aan ze doorgemaild. En onze A. heeft het weer doorgemaild naar de makers van bovenstaande site die het hebben uitgeprobeerd en nu weer aan anderen doorgeven.

naturalis

Even voor Els: de informatie over de paddenstoelen heb ik ooit op papier gekregen en gelukkig bewaard.

Gisteren met neef A. naar Naturalis geweest, ieder met een fototoestel want die hobby delen wij ook. Hoewel ik alles al verschillende keren heb gezien, blijf ik geboeid en blijf ik foto’s nemen. Ik heb deze keer ook goed gelet op de schaduwen die de dieren op de muren en de vloeren geven. En hoewel A. niet echt voor de stenen kwam, heeft hij zich toch verwonderd over de meest bijzonder vormen die gesteentes vormen zonder dat er een mensenhand aan te pas komt. Het zijn gewoon kunstwerken en zo hebben wij ze ook bewonderd. En verder bijna alles wat er tentoongesteld is, onderbroken door een lekkere koffie met en een lunch. Daarna met behulp van Frans Bouwer Leiden uitgereden naar huis. Ik kreeg gewoon een beetje de slappe lach van die stem, maar, zegt A., M. vindt het leuk dus hij blijft op de TomTom. Waar wij ook heel erg van hebben genoten is van de kinderen die zo vol belangstelling door het museum dwaalden, voorzien van vragenlijsten en tekenplaten. Eigenlijk vonden we dat het meest bijzonder van de dag, dat die kinderen niet thuis achter de pc zaten, maar samen met ouders, grootouders en naschoolse opvang hier uren geboeid bezig bleven.

wijsheid

 

Ik las net een mooi kort verhaal in het boekje ‘ Taal van stilte’ van Erich Kaniok en dat wil ik graag doorgeven omdat in de laatste zinnen zoveel waarheid staat, en omdat het een moment van overpeinzing biedt.

DE GELOFTE VAN KUISHEID

‘ De gelofte van kuisheid is een gelofte waarmee we niet lichtzinnig mogen omgaan’, zei de jonge monnik tegen de oude monnik.
‘Dat weet ik’, zei de oudere.
‘ En we doen plechtig ons best om het gezelschap van vrouwen te vermijden’.
‘Ja, dat weet ik’, zei de oude monnik. ‘ Maar wat doen we dan met die jonge vrouw daar? Zij staat in haar beste kleren en kan niet naar de bruiloft tenzij iemand haar naar de overkant van de rivier draagt?’
‘Wij hebben onze regels en die mogen we niet overtreden,’ zei de jonge monnik, die alle regels uit zijn hoofd kende.
‘ Maar hoe zit het dan met de regel van compassie? Zie je dat? Ze huilt. Zonder onze hulp mist ze de bruiloft van haar eigen zuster.’
‘ regels zijn regels’.
Zonder er verder woorden aan vuil te maken, pakte de oudere monnik de vrouw op en droeg haar naar de overkant van de rivier. Aan de overzijde zette hij haar neer.
De twee monniken vervolgden hun reis in stilzwijgen. Zo liepen ze nog een halve dag.
‘Ik denk toch echt dat het niet goed was wat je hebt gedaan. Je had die mooie vrouw niet in je armen mogen nemen. En je had haar niet over de rivier mogen dragen’, zei de strenge monnik.
‘ Mijn jonge vriend, ik heb haar een halve dag geleden op de rivieroever neergezet en haar daar achter gelaten. Ik vermoed dat jij haar nog altijd met je meedraagt.’

zwamenzovoort

De duivel, menen sommigen, verkeert op aarde in de vorm van een pad. De paddestoel is de stoel van de pad, de zetel van de duivel. Schimmel en slijmerig als ze zijn vrezen mensen paddestoelen om hun vermeende giftigheid.

Door de eeuwen heen hebben paddestoelen sterk tot de verbeelding gesproken. Groeiend uit rottend materiaal, op duistere plekken, in de meest fantastische kleuren en vormen, werden ze oudsher verbonden met magische krachten.

Niet alleen bij het woord paddestoel zelf vinden we het geloof in de duivel en zwarte magie. Nog steeds noemen we sommige soorten duivelseieren, heksenboleet of satansboleet.

Heksenboleet ( alle foto’s deze keer gehaald van internet)
Niemand wil met heksen paren. Vandaar dat heksen hun heil zoeken bij de duivel. Overal in het bos legt de duivel zijn eieren neer. Daaruit groeit binnen een nacht de phallus van de duivel. Daarmee bevruchten de heksen zich. Het zaad, het zwarte stinkende goedje aan de bovenkant verdwijnt dan ook na een tijdje.

Paddestoelen zijn er om sporen te verspreiden. De stinkzwam gebruikt daarvoor de vliegen, die op de stank afkomen. Ze eten wat van de zwarte sporenmassa en verspreiden die al poepend door het bos.

In onze bossen is de stinkzwam een algemene verschijning. De naam is heel toepasselijk, want deze soort kan met de neus opgespoord worden. Ik weet nog dat ik jaren geleden met vriendin H. wandelde en dat zij zei:’ get, wat stinkt het hier’ en ik zei: ‘ dan moet er een stinkzwam in de buurt zijn’ en jawel, we gingen op de reuk af en vonden de zeer tot de verbeelding sprekende stinkzwam.

In het Latijn heet hij anders: Phallus impudicus, de onbeschaamde penis. In Victoriaans Engeland werd zo’n overduidelijke voorstelling van mannelijke sexualiteit ongeschikt geacht voor jongedames. Van Ettie Darwin ( de oudste dochter van Charles Darwin, beroemd geworden met de evolutietheorie) is bekend, dat zij elke zomerdag op jacht was naar deze paddestoel. Gehuld in speciale jachtkleding en gewapend met mand en puntige stok ging zij het bos in. Ze snuffelde haar weg door het bos, hier en daar pauzerend, haar neusgaten trilden bij een vleugje van haar prooi. Met een dodelijke steek verwijderde zij haar slachtoffer uit de humus en liet het stinkende karkas in haar mand vallen. Aan het einde van de dag verbrandde zij de buit in het diepste geheim in de afgesloten bibliotheek van het grote huis. Op deze manier wist ze de moraal van de jongedames hoog te houden.

Al deze informatie heb ik gelezen op een site van Stichting Onderwijs en Milieu

zwammen

Ik heb even wat informatie over paddenstoelen bijeen gezocht, gewoon omdat ik het leuk vind deze kennis door te geven. De foto’s zijn gisteren in Groenendaal gemaakt waar overal om ons heen paddenstoelen te zien waren: op de grond, op dode boomstammen, op levende takken/ stammen, waar ik ook keek waren ze te zien en te fotograferen. Heerlijk dat ze zo rustig op hun plek blijven, je krijgt de kans ze van alle kanten te portretteren.

Gelukkig gingen we niet op dit bankje zitten want dan waren de paddenstoelen en de slak geplet. Even verderop een ouderwets herfsttafreeltje zoals wij vroeger in een schoenendoos maakten en daarin denk ik, de kleine Bundelzwam. Bovenin deze beuk een zagen wij een soort  bloemkool en wij noemden die dus ‘ bloemkoolzwam’. Maar als ik die opzoek ziet die er heel anders uit. Op een andere, dode beuk, zagen wij heel veel porseleinzwammen en een daarvan kijken we onder de rokken op de laatste foto. Duidelijk een plaatjeszwam en geen gaatjeszwam. Klik erop om het goed vergroot te kunnen zien.
 
Paddenstoelen zijn eigenlijk alleen de vruchtlichamen van zwammen. De zwammen leven van bladeren, takjes, uitwerpselen. Het zwamlichaam, de zwamdraden zitten in het hout verborgen en zien wij bijna nooit.
Veel zwammen groeien op een levende boom of plant. Als de boom daar last van heeft, dan noemen we zo’n zwam een parasiet. Maar vaak hebben boom en zwam een goede samenwerking opgezet: de zwam verzamelt water en zouten uit de bodem en krijgt daar voedsel in de vorm van suikers voor terug.
Sommige paddenstoelen parasiteren: ze zuigen het sap uit hun gastheer. Een van de bekendste is de honingzwam.

In het begin van onze jaartelling was ook het plukken van eetbare paddenstoelen soms gevaarlijk. Tenminste, als je de favoriete paddenstoelen van de keizer plukte: de keizeramaniet. Als je betrapt werd dan hakten ze gewoon je hand eraf. De Romeinen waren zo verzot op paddenstoelen, dat ze de bereiding ervan niet overlieten aan hun slaven. Ze hadden zelfs speciale zilveren en gouden kommen om de paddenstoelengerechten te bereiden.

Uit de middeleeuwen stammen de namen ridderzwam en koeienboleet. Alleen ridders mochten van de ridderzwammen eten. De koeienboleet heette vroeger koeienwachtersboleet; die was dus voor de koeienherders.

Het is bijzonder moeilijk paddenstoelen op naam te brengen. Met het blote oog is wel te zien of het om een plaatjes- of buisjeszwam gaat, of er een ring om de steel zit en wat de kleur van de sporen is. Veel soorten zijn alleen met een microscoop op naam te brengen. Sporen bijvoorbeeld zijn zo klein, dat alleen hele grote aantallen als stof zichtbaar zijn.

 

oppoetsen

In het schrijfcafé afgelopen dinsdag kregen we drie regels uit een gedicht van Elly de Waard:

…’ oh, pijnlijk is het, onverdraaglijk
het weinig zichtbare verschil dat soms bestaat
tussen de dierbaarste momenten en de desolaatste…’

Direct na het voorlezen hiervan moesten we hierop doorschrijven.

‘ De pijn te voelen van wat niet meer is en nooit meer terug zal komen. Het onherroepelijke ‘ nooit meer’ waar we allemaal mee te maken krijgen, vroeg of laat, maar onvermijdelijk. Afscheid nemen is beter dan de kans niet krijgen want met afscheid nemen kun je iets afsluiten. Dat kan scherp voelen als de stekels van de duindoorn maar later zullen er dierbare herinneringen overblijven en gekoesterd worden. Je poets ze op tot ze glimmen als het koper vroeger op de schoorsteen. Je denkt er niet aan dat het koper ook soms helemaal dof was, zwart uitsloeg, het aanzien niet waard was. Nee, de mijmering over dierbare momenten poetst de desolaatste weg. Verdwenen in de lap met koperpoets. Je weet dat die lap ergens ligt in een oud poetsmandje maar je laat het daarin rusten. Dat is van toen, ‘voorbij, oh en voorgoed voorbij’ zoals Bloem zei. Herinneringen, ze spelen met ons en wij met hen.

herfstbeeld

Omdat ik vandaag niet buiten ga lopen, even de herfst opsnuiven door wat foto’s. Ook fijn voor de mensen die meer van beelden dan van woorden houden.
klik op de foto’s om ze goed te zien.

herkauwer

 Ik herinner me dat een specialist zei: ‘mevrouw, wij kunnen niets voor u doen. U heeft een rug van een zeventig jarige. Ga het maar rustig aan doen’. En daar sta je dan, net in de dertig en twee kleine kinderen. Rustig aan doen? Hoe doe je dat? Wil ik dat? Nee, dat wil ik niet en ik zoek een uitweg. Als de kinderen naar school zijn ga ik liggen en als ze thuis zijn doe ik leuk met ze mee. Na een tijd probeer ik zelfs weer op school te helpen met handwerkles, maar dat lukt niet. En dan ontdek je andere kanten in jezelf, zoals het plezier hebben in schilderen, schrijven, fotograferen. Mijn lijf is van dertig, veertig, vijftig, zestig, en in mijn hoofd blijft het bruisen van de ideeën. Mijn lijf volgt als het kan en ook als het eigenlijk niet kan.

Langzaam worden de goede momenten langer, wordt de pijn minder en is er een balans gevonden. Ik geniet van zoveel, mondjesmaat vaak, maar een mond vol is zo gek nog niet, vooral als je lekker langzaam kauwt op de inhoud. ‘ Ik wil nooit terugkomen als een herkauwer’, roep ik geregeld. Met afschuw denk ik aan zo’n warme prak die terugkomt uit een van je vele magen en die je dan weer moet herkauwen. Maar nu bedenk ik dat ik door mijn hobby’s steeds momenten die mij iets doen herkauw. Hoe vaak bekijk ik niet de foto’s in mijn albums en op de computer? Puur herkauwen van fijne momenten. Hoe dikwijls herlees ik niet de mooie zinnen in boeken die ik heb aangestreept? Herkauwer, ik hoef er niet voor terug te komen. Ik ben het al.

Dit schreef ik vanmorgen in het schrijfcafé in Haarlem naar aanleiding van een opdracht en het daarna door mij gekozen woord: versleten.

nog meer Gezelle

Wanneer alleen ik tranen ween
‘t zij droevig het zij blij
ik misse u, o ik misse u zoo,
ik misse u neffens mij.

Guido Gezelle

Dit is een deel van een gedicht van Gezelle en ik heb het zeker twintig jaar geleden opgeschreven omdat het mij zo raakte. Volgens mij komt dat omdat het raakt aan gevoel van bijna niet uit je woorden kunnen komen van verdriet, het herhalen ‘ ik mis je zo, ik mis je zo’ en dat blijven herhalen omdat je het nog niet kunt geloven dat die ander er niet meer is. Net als Els houd ik ook van veel gedichten van Gezelle en ook het onderstaande heb ik overgeschreven in dezelfde tijd als het bovenstaande.

De avond komt zoo stil, zoo stil,
zoo traagzaam aangetreden,
dat geen en weet, wanneer de dag
of waar hij is geleden.
‘t Is avond, stille…en, mij omtrent,
is iets, of iemand, onbekend,
die zachtjes mij beroerend zegt:
‘t is avond en ‘t is rustens recht.

Guido Gezelle.

Ook hier die herhalingen als versterking en het woord ‘ traagzaam’ wordt nog trager door die twee keer een aa erin. Heel knap vind ik hoe hij in dit gedicht de rust heeft weten weer te geven. In vind Gezelle’s gedichten echte ‘hardopleesgedichten’ , dan komen de klanken nog beter tot hun recht. Probeer maar eens.

Verder kijken »