o.s.

neder laag
dieper kan niet
dubbel neer vernedert

tussen held en schlemiel
ligt een centimeter

m’

Tot mijn verwondering kijk ik meer Olypische Spelen dan andere keren. Misschien komt het ook dat het niet zulk mooi buitenweer is en de uitzendingen op , voor mij, goede tijden. Ik kijk met een boek op schoot van mijn boek naar het scherm, gewaarschuwd door de stem van de commentator. Onze vorige opdracht van de dichtkring was’ nederlaag of overwinning’. Daar heb ik bovenstaande overpeinzingen op gemaakt en een gedicht, maar dat is niet bedoeld voor een open podium zoals Fluweelbloem is. Dat houd ik dus bij me of geef het gericht aan iemand. En gisteren en eergisteren was het verschil tussen winnen of verliezen soms zelfs minder dan een centimter. Maar Marianne Vos heeft goud met vele centimeters voorsprong. Benieuwd waar ik vandaag naar ga kijken. Niet veel denk ik want als iemand je huis aan het poetsen is ga ik geen tv kijken en vanavond hebben we een hapje en drankje bij onze vriendin A. Maar dan hebben we altijd nog morgen de krant. Wat een rijkdom  he als je zulke keuzes kan en mag maken?

doornappel

Afgelopen woensdag wandelde ik met neef Arnold door de Amsterdamse Waterleidingduinen. Heerlijk zomerweer dus in plaats van het museum gingen we het duin in. We liepen allebei door, voor ons, onbekend terrein en dus toen we terug wilden en geen pad zagen, namen we voor de zekerheid het ruiterpad. Liep niet makkelijk maar het leverde ons wel wat op: doornappels. We zagen de plant in een rij achter elkaar staan op een soort zandverhoging, net als bij asperges en lof. De naam’ doornappel’ schoot me in het hoofd maar of die plant echt zo heette, dat wist ik niet. Ik twijfelde want bij de eerste zag ik niets stekeligs, tot Arnold zei dat de vruchten heel stekelig zijn. Dan zou het wel eens de goede naam kunnen zijn. Arnold is meer van de herten en ook hij maakte foto’s van zijn favoriete duindieren, al waren ze niet zo talrijk te zien als anders..


Klik op de foto’s om te vergroten.
Thuisgekomen ben ik in de boeken gedoken om te kijken of deze plant inderdaad de doornappel is, en jawel. Maar eerst mailde ik Ibo om te vragen naar die vreemde rijen waarin de planten stonden, alsof ze in een moestuin stonden, zo netjes op een rij. En als altijd kwam het antwoord snel: (ik pak er een stukje uit)
Hoe komt dit. Wel, het zaad van de doornappel blijft jaren goed op en in
de grond liggen. Tot dat er gegraven wordt voor leidingen of als het zand elders is afgegraven en op een andere plek wordt gedeponeerd ter egalisering. Na deze handelingen komen de zaden gelijk uit en dat is o.a. op genoemde plek het geval, hier is gegraven en met zand opgevuld. Daarom staan de planten ( zijn wel giftig !!)zo mooi in de rij, want alleen op die plaats is er zand gedeponeerd.’

In mijn boeken las ik o.a.:
bloeiperiode juni – september, hoogte, tot 1 meter. Eenjarig, verspreiding gering. Groeien het liefst op stikstofrijke en bij voorkeur vroegere mestopslagplaatsen.

Dat past dan weer mooi bij het ruiterpad en de paardenpoep die daar geregeld zal liggen.

Nog een laatste raad voor meisjes die willen trouwen: raak vooral geen doornappel aan voordat u getrouwd bent, want de huwbare schone die deze plant aanraakt krijgt een kreupele echtgenoot…

Het is maar dat je het weet. Volgende keer nog meer informatie want alles ineen is voor sommige van de lezers iets te veel, werd mij wat aarzelend verteld. En omdat ik het leuk vind om gelezen te worden en helemaal om af en toe reacties te krijgen, luister ik naar deze hint. Wordt dus vervolgd.

rondje haarlem

Afgelopen zondag hebben Ton en ik weer een deel van Rondje Haarlem gefietst. Heerlijk weer, veel mensen op het fietspad en in en bij het water. Kortom zoals een zomerzondag behoort te zijn. Helemaal leuk is als je dan ook nog vrienden onderweg tegenkomt. Ik heb een aantal foto’s gemaakt maar als je samen aan het fietsen bent is het niet leuk als er een steeds wil stoppen om een plant van alle kanten op de foto te zetten. Dus ben ik de dag erop alleen op pad gegaan langs een deel van dezelfde route. Een kort deel zelfs want als je iedere keer afstapt om iets te bekijken en op de foto te zetten, of om een broodje te eten en wat te lezen, dan schiet dat niet op. Maar lekker is het wel, anders lekker dan zondag. Ik kwam weer met veel foto’s thuis en heb er een paar uitgekozen om te laten zien. Klik op de foto’s om ze goed te bekijken.

Deze leuke koeien zijn, met nog vele andere koeien en muurschilderingen, door leerlingen van de Rudolf Steinerschool aangebracht in en op een fietserstunneltje. En dat is zo leuk gedaan dat ik daar wel moest stoppen. Op de  foto’s zijn  de koeien geschilderd maar de planten zijn echt en dat is juist weer zo leuk.

Hier nam ik mijn eerste pauze, in de zon op een bankje met uitzicht op grazende ganzen. Deze zaten zo mooi aan weerskanten van het slootje. Hier geen zwarte zwanen zoals zondag, maar dit is ook genieten.

Ik fotografeer graag graffity en was daarmee bezig toen ik in mijn ooghoek een vlinder zal landen op een stukje beschilderde muur. Als je de foto vergroot zie je goed de antennes van de vlinder en het intense blauw van de verf. Ik fietste natuurlijk ook verkeerd en kwam in een doodlopend paadje terecht, dus omkeren en weer door de hoge brandnetels heen. Maar aan het einde wachtte mij een beloning: een woud van Berenklauwen en niet de kleine inheemse maar de Kaukasische. Ik heb er mijn tijd voor genomen en ze van links naar rechts, van voor naar achter en van boven en onder op de foto genomen. Het fijne van mijn toestel is dat het kijkvlakje uitklapbaar en draaibaar is zodat je de camera van onderen kunt richten maar toch kunt zien wat je in beeld hebt. Dit dus.

Uit het commentaar van Anne gisteren is dus gebleken dat wij in ons gezin ook witte broodjes met banaan maakten, alleen iets anders, maar toch. We deden er volgens mij ook nog ketchup bij. Zo riepen mijn herinneringen dus ook die van anderen op. Leuk vind ik dat.

zomerfruit

 We deden onlangs wat schrijfoefeningen met behulp van een schaaltje zomerfruit. We moesten eraan ruiken, voelen, ervan proeven en dan herinneringen laten opkomen. Bij de zoete aardbeien dacht ik aan het toetje van vroeger: mijn moeder zette ’s middags al voor ieder een beschuit met daarop yoghurt en suiker weg. Vlak voor we het toetje gingen eten kwamen daar dan aardbeien op. Wat een traktatie was dat die sompige beschuit met een lepel opeten. En soms kregen we een boterham met aardbeien en heel veel suiker erop. Dat brood was wit want mijn moeder had zich voorgenomen na de oorlog, zodra er witbrood was, nooit meer bruin brood te eten. En ze eet nog altijd alleen witbrood. Nu gesneden, toen niet en dat deed zij zelf, al was zij er niet handig in en zo had je vaak boterhammen die aan een kant dun en aan de ander kant dik waren. Zo’n witte boterham kreeg ik ook mee op schoolreisje en dan zat er een omelet tussen. Het brood werd wat soppig, heerlijk vond ik het en at het veel te vroeg op. En thuis hadden we af en toe heel donkerbruine basterdsuiker en mochten we daar een boterham dik mee beleggen. Ik krijg er nog het water van in mijn mond. Ik realiseer mij dat er erg veel suiker gebruikt werd, ook bij het bereiden van groente. In de snijbonen ging suiker, over de wortelen. En het leuke is dat ik vrijdag van vriendinnen hoorde dat zij dat nog doen.

Wat hadden wij verder aan fruit? Niet de bramen en frambozen die op het schrijfschaaltje lagen. Wel appels, peren en bananen en dat sneden wij vaak in plakjes voor op brood. Ik weet niet of ik dat bij onze kinderen heb gedaan. Ik weet wel dat ik het als kind met banaan het lekkerst vond, vooral als hij erg rijp was.

Nadat we over dat fruit hadden geschreven moesten we er één woord uithalen en daar een woordgedicht van maken. Ik koos voor het woord ‘ herinnering‘.
H heerlijk zoet
e eerlijk fruit
r ruikt naar toen
i
intens
n nergens bespoten
n nu vaak zonder smaak
e eindeloos warme dagen
r regen viel maar af en toe
i iedereen speelde op straat
n noemde de buren tante en oom
g gezond eten was nog niet uitgevonden

dichter

DICHTEN

als ik geen dichter was zou ik
uit honderden woordwonden bloeden
niets zou mij helpen geen gevleugeld
geen hemels woord zou het bloeden stelpen

LUCEBERT (1924-1994)

Zo sterk als Lucebert heb ik het niet, maar mijn leven zou veel minder aangenaam zijn als ik niet meer zou kunnen schrijven/dichten. Linda heeft gisteren het gedicht van C.O. Jellema opgezocht en ook zij werd erdoor geinspireerd. Eerst wilde ik die eerste regel hier neerzetten maar ik vind dat je het gedicht zelf moet lezen en wie weet wat het jou dan oplevert. Een zucht van ‘ woh, wat mooi’ , mooier loon bestaat er niet voor de dichter: een lezer die geraakt wordt door jouw woorden. Probeer het maar eens, ook als je niet van gedichten houdt. Gewoon bij Google intikken:.Zomernacht. C.O. Jellema.

prachtzin

Vanmorgen weer naar het schrijfcafé in Haarlem geweest en het thema was ‘ zomer’. Op allerlei manieren schreven wij daarover, zo ook naar aanleiding van het intrigerende gedicht’ Zomernacht’ van C.O. Jellema. Voor de liefhebbers onder ons: tik dit in bij Google en je kunt het helemaal lezen. Is zeer de moeite van het lezen en herlezen waard. Uit dat gedicht moesten we een zin pakken en daar vijf (of zeven) minuten over schrijven. Ik koos de laatste zin:

………………………………Wees langzaam
door vogels gezongen het wordende licht’.

Deze laatste regel heb ik gekozen omdat ik hem steeds weer opnieuw wil lezen. Zo mooi, zo ontroerend, zo sfeervol en verlangend. Dat zou ik geschreven willen hebben. En al zou ik een hele tijd daarna niets meer schrijven, dan zou ik dat niet erg vinden want deze regel is meer dan genoeg.

Het langzaam licht worden betekent dat het daarvoor donker was en uit dat donker ontsta jij dan en jij wordt het licht, het wordende licht. Dit is een scheppingsverhaal in het klein want het gaat nu over jou als licht, maar tevens is het een verhaal in het groot want het kan voor iedereen gelden. Ieder kan het licht uit de duisternis worden.

En dan de vogels, die staan er niet voor niets bij. Zij bezingen en begroeten iedere morgen het opkomend licht. Ze kunnen niet wachten tot het helemaal licht is en beginnen soms al bij het eerste flintertje. En ieder heeft zo zijn eigen moment om in actie te komen. Voor de een is dat het eerste flintertje licht, voor de ander moet er meer zijn om voor te zingen.

Morgen ga ik verder met een andere regel, welke weet ik nog niet. Hangt van mijn stemming af. Om nog even op andere vogels terug te komen. Onlangs toonde ik een foto van jonge zwanen en een jonge eend die wat natte donsveren hadden en ik vroeg mij af of die geen kou konden vatten. Ik wierp de vraag op naar Ibo en jawel, hij weet het antwoord:

Wat betreft jouw vraag over de natte jongen van de Knobbelzwaan het
volgende:
De vetklier van de kuikens werken de eerste dagen nog niet en
dan komt het vet vanaf de veren van de moeder.  Na enkele dagen
begint de eigen klier te werken en bij nat worden zal dit de vetklier
extra stimuleren om te gaan werken. Dus vooral in de eerste periode
zijn de pullen kwetsbaar en zouden zij onderkoeld kunnen raken.

Is dat ook weer opgelost. Dank Ibo.

Rutger Kopland

Rutger Kopland, pseudoniem voor Rutger van den Hoofdakker (1934-2012) was voor mij een dichter van de ‘ gewone’ woorden die met elkaar in zijn gedichten zoveel aan diepte krijgen. Gisteravond heb ik zijn bundel ‘ Geluk is gevaarlijk’ gepakt en open geslagen waar ik ezelsoren had gemaakt. Die passen wonderwel bij zijn overlijden.

WEGGAAN

Weggaan is iets anders
dan het huis uitsluipen
zacht de deur dichttrekken
achter je bestaan en niet
terugkeren. Je blijft
iemand op wie wordt gewacht.

Weggaan kun je beschrijven als
een soort van blijven. Niemand
wacht want je bent er nog.
niemand neemt afscheid
want je gaat niet weg.

 ……………….

Ga nu maar liggen liefste in de tuin,
de lege plekken in het hoge gras, ik heb
altijd gewild dat ik dat was, een lege
plek voor iemand, om te blijven.

Dit is de kracht van goede poёzie, met weinig woorden een hele belevingswereld oproepen die ieder op de eigen wijze in kan vullen. En het is nooit fout want het gedicht staat open voor iedereen die de moeite neemt het tot zich te nemen.

rondjes

Zoals misschien bekend, loop en fiets ik graag bekende rondjes en neem dan meestal mijn fototoestel mee. Met al die regen van de week liep ik een rondje door ons huis met mijn toestel en dat is heel leuk want als je gaat inzoomen, dan veranderen vaste, al niet meer goed bekeken voorwerpen in iets nieuws. Zo pakte ik twee al wat rottende appels, wat oudere tomaatjes, twee beeldjes en twee in hars gegoten insecten en legde die bij elkaar, maakte er een foto van, legde ze weer iets anders neer, maakte er een foto van en zo was ik een tijdje bezig. Later op de computer ging ik af en toe met een foto verder spelen.

klik op de foto om ze vergroot te zien.

En toen het later droog werd, ging ik mijn buitenrondje lopen. Vlakbij is in de berm bij de sloot een groot gat waar altijd broodkruimels-resten liggen en eenden en zwanen komen eten. Nu stonden vader en moeder zwaan op de kant, de vijf kinderen in de sloot. Ik blijf dan altijd op gepaste afstand, maar twee mannen niet. Die gaven de sissende zwanen met de hand een boterham. Toen ik zei dat ik dat echt niet zou durven zei de oudere man’ als het stuk maar groot genoeg is dan buiten ze je niet in de hand’. De vogels weten dat ze daar gevoederd worden en als het ze te lang duurt, tikken ze gewoon tegen het raam.
Ik zette de vogels op de foto, wat altijd een praatje oplevert met passanten. Nu dus ook en we hadden het erover dat we wel veel zwanenjongen hier inde sloot zien en maar twee zwanen en dat er drommen eenden zijn en maar een enkel jong eendje. Dat was hen ook opgevallen.
Wat mij ook opviel was dat het dons van de jonge vogels nat was en ik dacht: vatten ze dan geen kou? Geen idee. Weet Ibo vast wel. en zo ja, dan hoor ik het wel.

Toen ik mijn rondje bijna rond had, kwam ik langs de kapper omde hoek en zag in de etalage leuke weerspiegelingen in de foto’s. Ook even vergroten om het goed te zien.
Mijn andere rondjes in huis hebben nog heel veel bijzonder plekjes opgeleverd en M. en A. willen er wel een boek van’ voor als het een keer verkocht is, want het is wel hun ouderlijk huis’. Kijk, dat vind ik nu leuke opdrachten en gezien het aantal kijkers hoef ik er niet zo’n haast mee te maken.

levenswater

Als ik aan ‘ levenswater’ denk, dan denk ik aan een ziekenhuis van vroeger waar strenge nonnen de scepter zwaaiden en waar zieken soms via een infuus’ levenswater’ toegediend kregen. Maar dat was heel wat anders dan ‘ eau-de-vie-, ‘ akavit’ of de verzamelnaam van verschillende soorten gedistilleerde alcoholische dranken ( hierbij horen ook wisky, tequilla, cognac, rum,wodka en calvados). Nee, dat lieten de nonnen niet door de aderen stromen.

De paters hadden daar minder moeite mee, al lieten zij het via de eigen mond door de eigen aderen stromen. In de zestiende eeuw gebruikte een Duitse arts-alchemist het zelf gedestilleerde levenswater bij de pest en kiespijn. Hij gaf het de Arabische naam alkoh’l mee, dat ‘ fijn’ betekent. Later is dat verbasterd tot alcohol.
Toen ook gezonde mensen ontdekten dat de elixer een aangename werking had op het gemoed, verdwenen de levenswatertjes al snel uit de apotheek en werden zij verkocht in speciale drankwinkels.

En om het genot te verhogen werden er steeds mooiere glazen bij gebruikt. Ik ben dol op mooie oude glaasjes en heb er een speciaal plankje voor. Ze zijn nog fotogeniek ook.

de ware boekhouder

 

Vandaag is het regen en tot nu toe nog steeds regen, dus een mooie gelegenheid om even in een boek te duiken. Ik ben weer eens bezig met mijn boeken door te kijken van’ lees ik het nog eens? Is het voor mij het bewaren waard? En dan kan het ook gebeuren dat het van het stapeltje’ kan weg’ weer terecht komt in ‘ toch nog maar eens bekijken’. Eigenlijk ben ik een echte ‘ boekhouder’ al krijg ik sommen nooit kloppend en is een huishoudboekje nooit aan mij besteed geweest. Gewoon te slordig daarvoor. Maar door een ansichtkaart zag ik opeens het ware woord van ‘ boekhouder’. De echte titel is ‘ The office no. 20′ van Ruud van Empel.

Terug naar het boek dat weer op een andere stapel terecht is gekomen: ‘ Het beste onder de kurk ‘verhalen om van te genieten’. Allerlei bekende schrijvers hebben daar een kort verhaal over ‘koning alcohol’. Maar ik ben begonnen met de kleine zijteksten in rood die stukjes geschiedenis bevatten. Zoals het gezegde ‘ Wijn na bier geeft plezier, bier op wijn geeft venijn’. Ik, en met mij velen hebben dat altijd opgevat als’ als je al bier hebt gedronken kun je nog prima een wijntje nemen zonder dronken te worden of een kater te krijgen, maar andersom kun je het beter niet doen. Wat blijkt? De oorsprong is heel anders. Vroeger was wijn alleen weggelegd voor welgestelden, bier was voor het gewone volk. Als je van bierdrinker een wijndrinker werd, dan was je dus gestegen op de maatschappelijke ladder. En andersom dan was het financieel bergaf met je gegaan. Kijk, dat soort dingen vind ik nu leuk om te lezen. Over het ontstaan van de naam ‘ alcohol’ de volgende keer. Je snapt, dit boek komt voorlopig niet meer op het stapeltje van ‘ weggeven/doen’.

Verder kijken »