en de bruid is een man

Tja, denk je dan, dat gebeurt wel eens. Maar de hier bedoelde bruid is een witte pauw die ik gisteren in de kinderboerderij zag en zijn staart was net de sleep van een schitterende trouwjurk en toen hij zijn kop opeens erboven uitstak, was het net of hij een kroontje op had.

klik erop om de foto’s vergroot goed te kunnen bekijken

Wat een elegantie. Hij draaide als een fotomodel met zijn staart, alsof hij op de catwalk stond.
Maar er was ook jong grut, zoals dit schatje van een hertje en jonge gansjes, maar die stonden zo ver dat ik ze zelfs met de telelens niet goed erop kreeg. Dat ging beter bij dit lammetje dat Ton en ik tijdens onze fietstocht vanmiddag tegen kwamen.

Toen ik die wei vol schapen en lammetjes bij de camping van Vogelenzang zag zei ik tegen Ton: ‘ fiets jij maar door naar huis want hier ben ik nog wel even zoet’. En dat was ook zo. Heerlijk allerlei soorten foto’s gemaakt van moeders en kinderen schaap, van de moederschapen alleen of van de lammetjes alleen. Als ik nog een week of wat zou wachten is het kleine er helemaal af. Ze waren nu al stevig en het dartele was er al een beetje af. Maar vertederen doen ze nog altijd. En onderweg naar huis zag ik nog wijngaardslakken tegen een boom. Afstappen. Mooie schaduwen op een boom. Afstappen. Prachtige kromme kronen van de Grove Den. Afstappen. Een zwaan met een gewonde kop (denk ik). Afstappen. En toen kreeg ik trek in thee: doorfietsen en pas afstappen voor het huis. En nu ik de foto’s zit te bekijken geniet ik weer na van een zonnige, gezellige koninginnedag.

schoonheid in eenvoud

schoonheid schuilt
soms in eenvoud

in een dun draadje
dat zo verbogen is
dat het orde
kan scheppen
in chaos

trek het open
en er rest slechts
een sliertje ijzer

verloren zijn vernuft
en functie, verdwenen
is de paperclip

 m

‘ Paperclip’ was het laatste thema bij de dichtgroep en dat leverde weer veel verschillende gedichten op. Bovenstaand gedicht was eerst iets anders en na goede opmerkingen van mijn mededichters heb ik er iets in veranderd omdat het gedicht er beter van werd. Ik ben ook op zoek gegaan naar een lettertje dat goed bij de inhoud paste, een mooi dun, simpel lettertje. . Dat is het leuke van met elkaar schrijven: je krijgt onderwerpen op waar je zelf nooit mee aan de gang zou gaan, maar het boort wel weer iets anders in je fantasie aan. En zo blijft je geest soepel (hoop ik).

links rijden

Dit jaar gaan we een uitstapje maken naar Engeland en dat betekent: links rijden. Hoe zou het komen dat wij rechts en zij links rijden? Het antwoord vond ik in bed, tijdens het lezen van de Historische Scheurkalender. Daarin staat:

“In het Romeinse Rijk reed iedereen links. Hiervoor zijn verschillende verklaringen. De meeste mannen waren rechtshandig, zodat het bij een gevecht logisch was om links te rijden: men kon het zwaard dan rechts hanteren. Rechtshandige ridders droegen hun zwaard links, zodat het eenvoudig te trekken was. Met het zwaard links aan de gordel was het eenvoudiger om een paard aan de linkerkant te bestijgen, anders zat de schede in de weg. Ook dit kan een reden zijn geweest om links te rijden. Ruiters konden hun paard dan vanaf de zijkant van de weg bestijgen. Een derde mogelijke reden is het gebruik om met rechts te groeten: dat ging gemakkelijker als men links reed.

Napoleon voerde het rechts rijden in Europa in. Waarschijnlijk omdat koetsiers met meerdere paarden bij voorkeur links op hun bok zaten zodat zij hun zweep makkelijker konden hanteren. Vanuit deze positie was het overzichtelijker om rechts te rijden. Het feit dat Napoleon zelf linkshandig was, kan ook een rol gespeeld hebben.”

Tja, en waar de Engelsen vroeger gebied veroverden, daar moesten de mensen ook links rijden. Dat hebben we ook in Australiё ervaren. We hadden daar een camper gehuurd en Ton moest niet alleen links rijden, maar ook links schakelen. Beide deed hij voortreffelijk al was het in Engeland lastiger rijden tijdens vorige vakanties. Waar wij met de camper reden in Australiё was meer 1 weg en alleen rechtdoor en na 100 km rechtsaf en dan doorrijden tot de weg stopt. Maar ondanks dat, Ton deed het voortreffelijk.

Ton is hier aan het tanken. Bij iedere mogelijkheid die er was om te tanken moest je dat doen want er was geen garantie dat er bij de volgende pomp bezine was en in de woestijn ga je niet va nde weg af om een dorpje te zoeken waar ze dan wel benzine hebben, zoals wij in Europa wel hebben gedaan. Dus bezinetank en watertank altijd volgooien. Tjonge, nu ik eraan terug denk krijg ik een beetje een heimwee gevoel naar die weidsheid, die stilte, die kleuren en het gevoel van’ wat zullen we straks te zien krijgen en waar zullen we vanavond staan.’
Maar gelukkig hebben we de foto’s en mijn dagboek nog. Straks weer eens in bladeren, want die regen buiten noodt niet uit tot een wandeling.

herten in het duin

Gisteren ben ik met Folkje erop gegaan om onze nieuwe fototoestellen uit te testen. Eerst naar een kleurig bollenveld bij ons langs de Herenweg en daarna naar de Amsterdamse Waterleidingduinen en ik hoopte dat ik haar wat herten zou kunnen laten zien. Nou, dat is gelukt. Op het weggetje naar Pannenland zag ik al een roedel in het weiland liggen. Dus stoppen want als je denkt’ dat komt nog wel, dan komen ze juist niet meer’. Auto aan de kant en tussen de knotwilgen door hebben we heel wat foto’s van herkauwende herten kunnen maken. Alleen, de batterijen van Folkjes nieuwe toestel bleken leeg te zijn. Hoe dat kon? Geen idee. Gelukkig nemen we altijd twee toestellen mee omdat we dit vaker gehad hebben.
klik erop om ze vergroot te zien

Daarna eerst even een kop koffie en toen gingen we dan eindelijk het duin in. En waar we ook liepen, overal zagen we herten, herten en herten. Vonden wij dat erg? Nee, integendeel.
vlak voor ons stak er een over en in een beweging ging hij onder het draad door.

En toen zei mijn batterij: ik ben leeg. Teveel ingezoomd en de twee blokjes bleken na een paar foto’s nog maar een blokje en toen geen meer. Maar ik had ook mijn andere toestelletje mee. We hadden geluk dat af en toe de zon scheen want dan krijg je mooie schaduwen, de bladeren van de bomen glimmen, het geeft een extra dimensie aan de foto. We zagen vlak voor ons twee boomklevers maar toen wij in de aanslag lagen waren zij al aan de achterkant van de boomstam. Maar we hoorden ze nog wel en nog vele ander vogels. Altijd verbaas ik me erover dat je in de drukke randstad kunt lopen zonder (veel) mensen tegen te komen. We hebben naar de bijzondere vormen van de bomen in het duin gekeken, van de tekeningen op de stammen en van de verschillende soorten dierenpoep.

En als je van de grootte daarvan de grootte van het dier zou moeten schatten, dan zou je tot mammoetgrootte komen bij het zien van een enorme hoge, brede hoop. Als je denkt aan een konijn en een hert. Toch vrij verschillend in grootte, maar als je hun keutels naast elkaar legt, dan is dat verschil niet zo groot. Leg je de keutels van een hert naast die runderhoop, dan zou je je inderdaad een mammoet kunnen voorstellen. Kinderen (neem ik aan) hadden in veel hopen takken gezet en wij hebben die weer op de foto gezet. En zo vindt ieder zijn plezier in de duinen en zie je elke keer weer andere dingen, vooral in de lente. En net toen we dachten: het is mooi geweest, begon het te spetten. Op naar de auto en de lunch. Weer een heerlijke dag toegevoegd aan ons lijstje en de afspraak dit over niet al te lange tijd weer te doen.

dotjes van dotters

Wij hebben in de vijver drie bakken met dotters en vooral van een bak zit ik dagelijks te genieten. Niet direct van de dotters, maar van de vogels die, staande in die bak, aan het badderen zijn. Onlangs zag ik moeder merel verwoed met haar snavel door de aarde van de bak woelen en wat natte blaadjes en takjes oppikken. Daarmee vloog ze naar haar nest op het muurtje naast ons huis en ik zag voor het eerst hoe het komt dat merelnesten vaak zo mooi glad en rond van binnen zijn. Zij legde haar vondst erin, zakte wat door de poten en met haar buik naar voren maakte zij de binnenkant, al bewegend van links naar rechts, glad. Ik vond dat zo mooi om te zien. Hopelijk komen er ook dit jaar weer jongen in die het redden tot na het nest en kan ik ze weer op de foto zetten. Vanuit de kamer kan ik dan de bekjes boven het nest uit zien komen. Zo dichtbij is de natuur met al zijn weerkerende wonderen.

Terug naar de dotter. Ik ging, toen het een zonnig moment was, naar buiten met de camera en heb verscheidene foto’s gemaakt, vooral toen ik er een grote vlieg op zag zitten. Zou die er goed opkomen? Hj kwam er goed op. Hij hielp op dat moment mee met de bevruchting va nde bloemen, want niet alleen bijen en hommels zorgen daarvoor, ook vliegen, wespen, vlinders en zelfs sommige vleermuizen. En ook dit kun je bekijken in je eigen achtertuin. En daar hoef je geen vijver voor te hebben, je kunt het op allerlei bloemen zien. Gewoon een kwestie van eens door de benen zakken en de blik richten op details in je tuin. En nu maar hopen op wat meer zonnige momenten en wat hogere temperaturen.

klik erop om ze vergroot te zien

dagje kunsthal

Vandaag met vriendin A naar Rotterdam naar de Kunsthal en net als vorige keer werd er aan het spoor gewerkt. Over Amsterdam konden we niet vanwege het ernstige treinongeluk, dus tot Den Haag, dan  met de bus naar Delft en vandaar verder met de trein. Staakte vorige keer het openbaar vervoer, dit keer reden de trams gelukkig wel. Er waren vier tentoonstellingen in de Kunsthal en ze alle vier intensief bekijken, dat lukt niet. Gelukkig vonden we niet alles even boeiend, dus twee tentoonstellingen met grote interesse bekeken: ‘ZOET EN ZOUT’ Water en de Nederlanders. Heel interessant was dat er verschillende kunstvormen naast elkaar werden getoond en ook uit verschillende tijden. De tweede tentoonstelling waar we langer bleven was die van Chuck Close. Hij experimenteerde op papier met papierpulp en zo ontstonden fascinerende portretten. Op deze manier hebben A. en ik nog nooit gezien dat een meer dan levensgroot portret werd gemaakt. Prachtig.

Toen we van de ene naar de andere afdeling liepen kwamen we door een gang waar voetballers van Feyenoord waren uitgebeeld door bezoekers. Bezoekers kregen een stuk papier en maakten daar een collage van een deel van het portret zonder dat ze wisten van wie en welk stuk. Ik koos er twee uit: Ron Vlaar, laatste man. En Ruben Schaken (linksbuiten). Daarna maakte ik wat detailfoto’s omdat als je stukjes apaprt bekeek, je kleine schilderijtjes zag.

     Ron Vlaar                                                          Ruben Schaken
klik erop om te vergroten

Toen was het tijd voor een broodje kroket en toen we weer richting huis gingen had ik gelukkig een vriendin bij me die beter was in de weg en de goede richting voor de tram vinden dan ik. Toen we weer van Delft naar Den Haag in de bus zaten vroeg een Engelsman aan mij of we nu bij Den Haag Centraal waren. Ik zei ‘ja’. Maar toen we buiten liepen zag ik dat het een ander station was. Gelukkig zag ik de meneer en zei in mijn beste Engels dat dit niet het centraal station was. Hij zei: oh als je daarheen moet, moet je via perron 4, richting… alles in het Engels. Ik dacht wel’ wat spreekt hij het Nederlands uit’. Maar bedankte hem in het Engels en liep naar A die snel was weg gelopen. Toen hoorde ik de man achter mij in het Nederlands tegen zijn vrouw praten. ‘ Oh, bent u Nederlander, ik dacht dat u de Engelsman uit de bus was’, zei ik tegen hem. Nee, dat was hij niet. A. kwam niet meer bij van het lachen want de man in de bus bleek bovendien een donkere man geweest te zijn. In de trein konden we elkaar niet aankijken of we kregen weer de slappe lach. Zo zie je maar: ik herken niet alleen de goede richting, maar ook mijn medemens niet altijd.

En om op de vraag van Els terug te komen over de ‘ geluksvogel’: de oorsprong weet ik niet maar vandaag voelde ik me na zo’n heerlijke dag een echte geluksvogel. Maar ik ga eens proberen daar de oorsprong van te vinden. Je leest het dan wel.

de pechvogel en Berlage

 

Gisteravond in bed weer eens een oude Historische Scheurkalender gepakt en af en toe een blad eruit gescheurd voor ‘ leuk voor Fluweelbloem’.

De term’ pechvogel‘ kennen we allemaal, maar waar die term vandaan komt meestal niet. Ik wist het ook niet, tot gisteravond.
De term komt uit het onderwijs. In de zeventiende- en achttiende eeuwse klaslokalen gebruikten meesters een pechvogel. Als een kind ongehoorzaam was, gooiden de meesters een van stof gemaakte vogel naar de stouterik. Dat was de pechvogel. De ongelukkige leerling moest de pechvogel terugbrengen en kreeg straf.’
Nationaal Onderwijsmuseum
 de pechvogel

Ik houd van bouwstijlen als de Amsterdamse School en ook wat Berlage bouwde op de Hoge Veluwe en het Haags Gemeentemuseumvind ik prachtig. Hij bouwde ook volkswoningen, met name in Amsterdam Zuid. Die woningen hebben kleine ramen. Weet je waarom?

‘Hendrik Berlage (1856-1934) was een socialist die vakmanschap, handwerk en de samenwerking tussen de ambachten hoog in het vaandel had staan. Met zijn ontwerpen wilde de architect het volk verheffen. De volkse gewoonte om vanuit het raam met buren en voorbijgangers te kletsen werd door hem als verderfelijk gezien. Door de kleine ramen moest het uit de ramen hangen worden ontmoedigd. Zo hoopte Berlage dat de mensen meer tijd zouden over houden om te lezen, en dus slimmer te worden.
Sandra Verdel

Berlage                 Beurs in Amsterdam        Haags Gemeentemuseum
Rijnstraat in Amsterdam

Ik heb er nog heel wat uitgescheurd, dus t.z.t. verschijnen er wel weer nieuwe wetenswaardigheden.

oude taal

Al bestaan bepaalde voorwerpen en handelingen niet meer, in ons dagelijks leven gebruiken we ze nog wel. Al denk dat dat de generatie na mij er minder of geen van gebruikt. Ik kom daarop door een stukje in de Trouw van vanmorgen, geschreven door Jaap de Berg. Ik neem er stukje uit over:

De taal is deels een museum. Ze wemelt van de woorden en uitdrukkingen die naar een vervlogen verleden verwijzen en van betekenis zijn veranderd. We leggen nog botje bij botje (een middeleewse munt). We tasten diep in de buidel (geldzak), doen een duit in het zakje (oude munt), staan rood bij de bank (waar vroeger schulden met rode inkt werden genoteerd), kijken of we ons laatste oortje hebben versnoept (kwart stuiver) en voorspellen geen toekomst als kwartje aan wie voor een dubbeltje geboren is…

De elementen trotseren herinnert an de theorie dat de materiële wereld uit vier elementen zou bestaan: aarde, water, vuur en lucht. Bloed kan koken, omdat het ooit als zetel van emoties werd gezien. Alcoholisten hebben een droge lever omdat dit orgaan vroeger voor de zetel van de dorst werd gehouden.

Dit vond ik wel een leuk stukje voor de taalliefhebbers onder ons.

lege boekjes

Ik ben op vele dingen gek, maar mooie opschrijfboekjes en mooi papier, ik kan het niet laten liggen in de winkel. Dat papier moet ik aanraken, er even met mijn vinger over strijken en bedenken wat ik ermee zou kunnen doen. En papier ingebonden als leeg boekje met een mooie buitenkant, dat is dubbel aantrekkelijk. Stapels heb ik thuis want ook anderen kopen voor mij. Sommige gebruik ik voor in het Schrijfcafė, zoals vanmorgen, voor het ontdekkend schrijven. Andere voor mooie citaten of stukken van gedichten die mij raken. Sommige liggen al jaren mooi te wezen. Andere, met tekenpapier erin, gebruik ik op vakantie voor schetsjes en kleine tekeningen. Soms vind ik een boekje zo mooi dat ik er pas in wil werken als ik weet dat het iets bijzonders wordt. Maar omdat ik dat vooraf niet kan weten, blijft het boekje, onaangetast, liggen. Gelukkig hebben boeken geduld en wachten ze gewoon.

Als ik op vakantie ga, neem ik de boekjes een voor een in de hand en maak wikkend en wegend mijn keuze. En beperkt de stapel lege boekjes mijn kooplust? Soms. Maar het kopen van zo’n boekje en de verwachtingen dat het oproept maken dat de stapel nooit kleiner wordt. Is dat erg? Nee, integendeel, het blijft een stapel vol verwachtingen.

vervolg engeltjes en pastoor

Dankzij Ibo en Folkje heb ik de tekst van de engeltjes.
Ja, dat bedoelde ik en daaraan dacht ik toen ik die twee engelen gisteren zag. Ik vind het nog altijd iets vertederends hebben.

’s Avonds als ik slapen ga
volgen mij veertien engeltjes na
twee aan mijn hoofdeind
twee aan mijn voeteneind
twee aan mijn linkerzij
twee aan mijn rechterzij
twee die mij dekken
twee die mij wekken
twee die mij wijzen
naar ’s hemels paradijzen

En dan beloofde ik iets meer informatie over de eerder genoemde pastoor van der Eem . Hij was in Vogelenzang pastoor van 1939 tot 1950. Wat staat er zoal over hem in het boek:
…’ Pastoor van der Eem was erg blij met zijn benoeming tot pastoor in Vogelenzang. De boomgaard en de moestuin trokken hem wel aan. Hij was een corpulente heer. Zijn optreden was autoritair, maar jij was tegelijktijd ook humoristisch. Voor de dames die in de kerk geen hoed of hoofddoek droegen, was hij even onverbiddelijk als pastoor Burwinkel. Waagde een dame het zonder hoofddksel naar de communiebank te stappen, werd ze prompt overgeslagen…’ Er staan nog vele stukjes over hem en ik neem de laatste nog over.

…’ Misdienaars hadden ontdekt, dat pastoor van der Eem in zijn boomgaard van die heerlijke suikerperen had. Om beschadiging te voorkomen had de pastoor om iedere peer een papieren zakje gebonden. Nadat ze het Lof gediend hadden, slopen de misdienaars de tuin in en haalden de mooie suikerperen uit de zakjes, die weer keurig werden terug gehangen. Toen kwam de pluktijd. Pastoor van der Eem vroeg de misdienaars of ze hem wilden helpen met het plukken van de peren. Had de pastoor iets gemerkt? Ze konden zogenaamd geen van allen die dag en smeerden hem. De pastoor verbaasde zich, want altijd wilden de jongen hem graag helpen…’

 Omdat Ton zo van geschiedenis houdt en vooral van zijn familiegeschiedenis, heb ik dit stukje voor hem ( en voor zijn zussen, dochters en nichtjes) op de site gezet. In hoeverre de pastoor familie is gaat hij nog uitzoeken.

Verder kijken »