mooi spreuk

Vandaag een heerlijke dag. Eerst met vriendin M. naar het strand (met koffie met). Rustig weer, rustige zee, zon en genieten van het samenzijn. Vanmiddag rustig aan, achterstallige detective kijken en de mailbox en daar kwam een leuke foto van A. die ze heeft gemaakt in de Vijfhoek. Ik wil hem graag doorgeven.


En ja, vandaag was weer een cadeau.

zo kan geluk voelen

loop zonder doel
maak ruimte in je lichaam
werp je ballast af

werp je ballast af
luister eens naar de vogels
glimlach van binnen

glimlach van binnen
geef plots een boom een kus
je tred wordt lichter

je tred wordt lichter
focus op slechts ėėn ding
en rust komt binnen

en rust komt binnen
je mond ontspant en glimlacht
zo voelt geluk dus

 m’

na het schrijven i.v.m. het ‘ innerlijk pelgrimeren’ pakte ik wat stukken uit een tekst en maakte daar een haikulint van. nu moet een echte haiku over de natuur gaan en staat de mens er aan de zijlijn. dat is hier niet zo, maar ik ervaar zelf dat ik me gelukkig voel als ik in de natuur ben. vooral als ik me somber voel is het fijn zonder doel te gaan wandelen, je gaat zo je gaat en dat is goed. wel kijk en luister ik bewust en dan word ik altijd wel geraakt door iets, meestal iets kleins, en dat zet een verandering in mijn gemoed in werking. ik gooi wat ballast weg en inderdaad, mijn tred wordt lichter. zo simpel kan het dus zijn. nu weet ik wel dat mijn somberheid nu niet zo diep meer is dat ik er zonder hulp niet uitkom. maar ik weet ook dat je uit moet kijken er niet in weg te zakken. en daar helpt zo’n wandeling  mij dan bij. gratis en voor niets.

kruk

Ik las een interview met de Vlaamse schrijver Tom Lanoye (weet nooit of je het precies zo moet uitspreken of op z’n Frans. Weet Els vast wel). Heb het met interesse zitten lezen maar twee regels sprongen er voor mij uit en die twee regels zeggen zo enorm veel (voor mij dan) dat ik ze even wil delen.

‘Soms word je overreden door het leven.
De kunst is dat je daarna je eigen krukken vindt.’

Het lijkt soms of sommige gezinnen de dans ontspringen, maar geloof mij, ieder mens wordt een keer (of meer) door het leven overreden.

En dan kun je lichamelijk of geestelijk kapot zijn, maar als je jezelf de kracht geeft op te komen, dan zie je op een gegeven moment dat het lente wordt, dat uit die saaie berm paarse en gele krokussen opkomen en je snapt niet hoe ze het redden. Zo dun, zo teer en toch weten zij die harde grond te splijten en er zich door naar buiten te wringen. En je voelt verwantschap met dat plantje, denkt’ als zij het kunnen, moet het mij ook lukken’. En soms rent er iemand dwars over de bloemen en knakt de bloem, maar de bol is zo sterk dat de volgende keer, als het weer zover is, hij weer gaat uitspruiten en weer de weg naar buiten vindt.

En lukt het niet alleen, dan is een ander mens misschien de kruk waar je op kunt leunen tot je weer zelfs kunt lopen. En wie weet word je dan voor een ander een kruk waar hij zich aan kan optrekken. Kruk zijn is zo gek nog niet. Als je er soms voor wordt uitgescholden, dan moet je maar denken: vanaf nu is ‘ kruk’ een geuzennaam.

En opeens denk ik aan de tekening die ik gisteren heb gemaakt en die dit mooi illustreert.
De ander als vangnet, als kruk, vlak achter je voor als je hem nodig hebt.

door het leven overreden

de kruk op de achtergrond

heerlijke dag gisteren

Gisteren was een dag met een gouden randje.
Ik ging mijn vrije reis gebruiken om naar Hoorn te gaan omdat daar een tentoonstelling was over Japanse kunst. Daar houd ik van, dus een mooi doel voor de ochtend. In Haarlem kwam ik aan en wilde net naar mijn volgende trein lopen toen de deuren sloten ende trein weg reed. ‘ Shit’, dacht ik en toen direct daarna’ nu heb ik wel lekker een half uur om wat foto’s te gaan maken’.
 klik op de foto’s om ze vergroot te bekijken

Een treindeel was bespoten met graffiti en daar zag ik zulke mooie details in dat ik ze op de foto zette. Een conducteur vroeg of ik het mooi vond. Ik zei:’ de details vind ik prachtig maar ik vind wel dat de maker het op zijn eigen voordeur had moeten doen en niet op die van een ander’. Was de conducteur met me eens.

In Hoorn eerst wat drinken en toen naar het West-Friesmuseum. Daar stond ik al snel weer buiten want de tentoonstelling viel me erg tegen. Heerlijk weer om langs het water te lopen en foto’s te maken, veel foto’s. Ik heb ze wel heel bewust gemaakt, gelet op compositie, kleur enz.

En ik bleef mooie beelden zien en bleef dus fotograferen, tot ik voelde: nu terug naar de trein. Daar wachtte hij al op me, met nieuwe graffiti, dus weer met mijn neus er bovenop en weer vreemd aangekeken door een aantal mensen. Terug in de trein heb ik wel drie keer de foto’s bekeken. Ik was er zo blij mee. A. en ik zijn al een tijd bezig met reflecties en ik merk dat ik de foto’s van het begin nu niet goed genoeg meer vind terwijl ik ze toen zo mooi vond.

’s Avonds met schoonzus I. en zwager W. naar de schouwburg in Beverwijk naar Dadadadan Tenko: Japanse drummers. Wat een belevenis, wat een vakmanschap, wat een ritme, geluid, vormgeving. We zaten op de tweede rij en voelden de trillingen door ons heen gaan. Ik heb zo genoten en had nog wel veel langer willen luisteren en kijken.

Tja, en zo’n dag moet je de volgende dag bezuren. Hoewel, nu had ik tijd om de foto’s op de pc te bekijken en na te genieten, samen met A. en we maakten al weer nieuwe plannen voor ons volgende boek. Ook een goede manier om een regenrustdag door te komen.

waarom de meerkoet zwart is en niet goed kan vliegen

Onderstaand verhaal is een leuk vervolg op het stuk van de meerkoet. 

DE MEERKOET
Wist u dat meerkoeten een hekel hebben aan duiven? Lang geleden was de meerkoet wit en kon net zo goed vliegen als de duif. Hoe hij in een zwarte watervogel is veranderd en één van de slechtste vliegers is geworden, verhaalt dit oude sprookje. Luister! 

In lang vervlogen tijden verafschuwde de meerkoet de duif. In die dagen was de meerkoet een witte vogel met roze poten. Ondanks hun wat lompe uiterlijk waren zowel de duif als de meerkoet goede vliegers. Vaak hielden ze met elkaar lange-afstand-vliegwedstrijden. De ene keer was de duif de snelste, de andere keer de meerkoet. Eigenlijk waren ze elkaars gelijken. Alleen bij droppings in een vreemde omgeving, wanneer ze de weg terug zelf moesten zoeken, kon de duif de terugweg beter vinden en moest de meerkoet het onderspit delven. De meerkoet was jaloers en als gevolg daarvan zat hij de duif op alle mogelijke manieren dwars. Voortdurend zocht de meerkoet ruzie en schold de duif uit. Of ze vochten tot dat de veren in het rond vlogen. Regelmatig tot bloedens toe. Op een dag was God getuige van een ernstige vechtpartij tussen beide vogels en werd heel boos. De meerkoet had de duif zo ernstig verwond, dat het bloed langs zijn poten naar beneden sijpelde en het is er nooit meer afgegaan en sindsdien heeft de duif dan ook rode poten. God besloot dat er voor altijd een einde moest komen aan de heftige ruzies. Nooit meer zouden die twee vogels in elkaars nabijheid mogen komen.  Met één enkele armbeweging werd het lot van de boosdoener beslecht. De meerkoet, die op dat moment triomfantelijk rond vloog, viel plotseling naar beneden in het water. Tot zijn stomme verbazing merkte hij dat hij kon zwemmen en hij voelde dat zijn ranke poten groeiden tot lompe, brede groene tenen. Toen hij probeerde weg te vliegen, moest hij eerst een poosje over het water rennen voordat hij moeizaam omhoog kwam en hij bleek niet hoger te kunnen vliegen dan één tot twee meter boven het water en nooit lang.

Bron:www.natuurverhalen.nl schrijfster Els Baars

meerkoeten

 

               luidruchtig
                zwart wit
        nergens bang voor
  zijn spiegelbeeld golft mee
               meerkoet

Ik kijk graag naar ze, die donderse meerkoeten kom je hier overal tegen. Waren zij voorheen nog wat zeldzaam, nu nemen zij steeds meer water in beslag. Zij zijn brutaal, opvliegerig, moedig, luidruchtig en prachtig fotogeniek in golvend water met een weerspiegeling onder hen die constant verandert.

 

Ik kijk even in ‘ Het Vogeljaar’ van Jacq. P. Thijsse uit 1903. Hij schrijft o.a. Over de meerkoet:

Deze vogels zijn na verwant aan de waterhoentjes, ze hebben hetzelfde losse gevederte, maar zwart van kleur, de bles op de snavel is zuiver wit en de lange tenen zijn wat meer in overeenstemming met de leefwijze, doordat hun zolen verbreed zijn tot heel aardige uitgeschulpte zwemplaten…’

Naar die poten heb ik gisteren een tijd staan kijken. Ze hebben zo’n mooie vorm en ze lopen er ’s zomers handig mee over de bladeren van waterplanten.
Thijsse beschrijft hoe een moeder koet haar jongen beschermde tegen een bruine kiekendief, ‘ de tiran der moerassen’.

‘ Hij wou wel graag een jong uit het water grijpen, maar de oude koet was tegen hem opgewassen en onthaalde hem iedere keer, als hij probeerde te stoten, op een hoos water, dat zij met de vleugels omhoog sloeg. Ik begrijp nog niet hoe het dier zoveel water hoog kon opvoeren, maar het hielp. Telkens moest de rover terugdeinzen en wanneer hij de jongen uit de flank poogde aan te vallen, dan vond hij steeds weer de waakzame moeder tegenover zich, die hem dan overstortte met meerwater. Tenslotte moest hij afdeinzen en de koetjes zaten behouden in het riet…’

Wat een dotjes he? We moeten nog even wachten en dan worden de nesten weer gebouwd en kunnen we genieten van die kleine verenballetjes op het water. En foto’s maken natuurlijk. Ik kan niet wachten.

« Previous Entries