vriendschap in woorden

 

 Vanmiddag hadden we dichtkring rond het thema’ vriendschap’  en het was weer een verrassing hoe ieder van ons het thema anders had verwoord. Hier mijn bijdrage.

VRIENDSCHAP

is een kristal
helder, zuiver
en weerspiegelt zich
in oog en hart

rust in de luwte
ontplooit zich
luistert

is de maan en de sterren
de warme hartenklop
de confrontatie

vriendschap loopt mee
vangt je op
als je struikelt

en welk pad je ook kiest
zij volgt, blijft trouw
tot op het bot

Ik heb er ook een tekening bij gemaakt die uit 1 getrokken lijn bestaat.

verder spelen

Enige tijd terug was ik met oude foto’s aan het scheuren en scannen. Daar heb ik er een van laten zien. Nu ben ik met een nog verder gaan spelen met dit als resultaat:klik erop om te vergroten
Kijk, het liefst zou ik dit soort dingen willen kunnen tekenen, maar dat kan ik niet. Heb ik ook het geduld niet voor. De computer is dan een mooi alternatief. En het blijft je eigen werk naar eigen idee en bij het maken heb ik er lol in. Wat kan een mens zich nog meer wensen? Inderdaad, dat ik het zou kunnen tekenen.

uit de keuken van 1938

Gisteravond gingen wij eten bij onze jongste en dan weten wij: dat wordt weer iets bijzonders. Zij houdt namelijk van koken en daarbij experimenteren. Op tafel lag een kook- en huishoudboek uit 1938 dat zij van mijn moeder had gekregen. Ik bladerde er wat in en zag leuke dingen voor op Fluweelbloem. Mee naar huis dus om daar op mijn gemak wat beter te kijken. Zoals bij de ‘ keukeninventarislijst’. Er staat een lijst van bijna twee pagina’s waar boven staat: ‘Wij achten nodig:’
veel wat er staat heb ik ook in de keuken maar niet meer een:

hooikist – krantenmand- melkkoker- groente-emmertje- geëmailleerde aardappelemmer- een opklapbare vllesmolen- een koffiemolen- (vriendin M. heeft er wel nog een weet ik)- twee afwasteilen en twee afwaskwaten ( waarom zou dat geweest zijn? Een voor het afspoelen en een voor het afwassen?) – een zeepklopper- een zand-zeep- en sodabakje- een zoutpot (heeft mijn moeder nog steeds).

Er staat een hele verhandeling in over het gebruik en schoonmaken van een kolenfornuis. Een kleine greep eruit: Wrijf het fornuis elke dag van boven af met een stuk papier, zeem het emaille eens per week, maak de oven na elk gebruik schoon en houdt het binnenwerk van het fornuis vrij van vliegas, kleine stukjes brandstof, enz. poets de zwart ijzeren delen met Haka-kachelglans of – kachelpasta.

Het gebruik van een kolenfornuis heeft het voordeel, dat het ook de keuken verwarmt en dus in de winter, als de keuken ook nog als woonkamer wordt gebruikt, een aangename warmte verspreidt.
In de zomer is het voordeel echter in een nadeel veranderd, zodat velen dan in plaats van het fornuis, petroleumtoestellen gebruiken.

Dit is zo leuk om te lezen, daar ga ik dus nog wel even mee door. Wordt dus vervolgd.

labyrint

Het lopen van een labyrint is totaal anders dan het lopen in een doolhof. In een doolhof moet je alert zijn: kan ik hier verder? Moet ik links of rechtsom? Dat hoeft in een labyrint niet, er is maar een weg die om het centrum slingert. Je kunt labyrinten in het groot echt belopen, maar ook in het klein op papier met je vinger ( van je niet-schrijfhand). Vooraf neem je dan een woord of vraag in je hoofd en dan ga je naar binnen. En het is wonderlijk wat er dan allemaal boven komt. Zo stelde ik mij de vraag bij het binnengaan van het labyrint:

Wat is voor mij kunst?
Het volgende kwam in mij op:

Kunst is: vernieuwend, hartverwarmend, gaat ons te boven, is totaliteit. Laat je doorleven waar je nog niet aan had gedacht. Baanbrekend maar ook koesterend. Je dompelt je erin onder, het raakt je aan alle kanten. Verstopt niet maar opent. Is van alle tijden en zal er altijd zijn want het komt uit de vrije geest van de mens. Kunst is voor iedereen maar je moet er moeite voor doen, je open stellen. Van buiten naar binnen gaan, alle kanten willen ontdekken. Kunst gaat zijn eigen gang, zoekt zijn eigen nieuwe wegen. In het begin soms onbegaanbaar, later soms platgeplaveid. Kunst laat mij genieten, boort iets diepers in mij aan; verrijkt je leven, je blik, je denken. Koester je in de schoonheid van de kunst en het omarmt je. Bekijk het onbekende en je kijkt achter de werkelijkheid.

Kunst prikkelt, zet op, strijkt tegen de haren in. Komt uit de diepste lagen van de maker en weet altijd te raken. Kunst brengt me stilte binnen.

letterlust

Ik pak weer eens het boek ‘ Letterlust’ van Kees van Kooten en Ewald Sieker uit de kast. Gewoon om de bijzonder illustraties van laatst genoemde te bekijken en om stukken tekst van eerst genoemde te lezen. Het blijft heerlijk om te herlezen, zoals dit stukje:

‘ Het was een tijdje usance om cadeau als kado te schrijven, maar een kado krijgen was niet half zo feestelijk als het ontvangen van een cadeau. Gelukkig zijn we sinds de spellingshervorming van 1995 in een heleboel gevallen weer terug naar af. Buro dienst weer geschreven te worden als bureau. Dat scheelt, ook wat betreft het zelfrespect. Want al zit ik leeg voor mij uit kijkend minutenlang met een paperclip te spelen, het is toch minder onnozel dat je niets aan je bureau doet dan
achter je buro.
O is geen eau.’

En in gedachte hoor ik de stem van Kees van Kooten, maar ook die van Adriaan van Dis want ik denk dat hij er ook zo over kan denken en het prachtig kan voorlezen. Beetje geaffecteerd maar bij hem hoort dat en stoort het me totaal niet, integendeel, ik geniet ervan. Het boek is ook een genot want van Kooten heeft bij alle letters een, meestal autobiografisch verhaal. En ja, een beetje binnengluren vind ik wel leuk.zo schrijft hij over het leren schrijven van je eigen naam:

‘ Sommige van de zesentwintig letters waren ons van het begin af aan liever dan de andere. Je favoriete letter was natuurlijk de letter waarmee je voornaam begon; die wilde ieder kind zich het eerste eigen maken, want die letter was je tenslotte zelf. Dit was ook de letter die je gaandeweg van niet-officiële haaltjes en krullen durfde te voorzien. Bij het schrijven van je eigen naam had je het idee dat je in de letters verdween; je schreef ze niet op maar je legde ze af, van binnenuit, in een uitdijende tijd waarvan je het gevoel kreeg dat hij stilstond.’

Alleen al die laatste zin, prachtig. daarom wil je dit keer op keer opnieuw lezen. Tja, ik ben net als Els van een andere generatie dan de jonge caberetiers en geniet meer van zachte  taal dan van harde woorden.