de eerste films

Stel: je hebt af en toe een wat onscherpe zwartwit foto’s gezien en dan komt er iemand in je dorp langs die beweert bewegende beelden te kunnen laten zien op een doek. Dat geloof je niet, dus je gaat kijken of dat echt waar is. In ‘ Boy’ van Bernlef wordt beschreven hoe dat rond 1900 in Amerika ( maar dat zal elders ook) eruit zag.

…’Voor een nickel per voorstelling kon je zo’n theatertje binnen waar het naar uien en pinda’s rook. Het publiek zat op eenvoudige houten keukenstoelen en reageerde met luid geroep op wat er op het scherm gebeurde. Vaak zat er een pianist ter zijde van het podium, die met bonkend geweld de scènes van een muzikale omlijsting voorzag. Tussen het wisselen van de filmrollen werden er populaire liedjes gespeeld die luidkeels werden meegezongen. Er kropen kinderen in het halfduister tussen de stoelen rond en veel vrouwen zaten onder het kijken te breien of aardappelen te schillen…

…die eerste films vertelden nog geen enkel verhaal. Ze lieten alleen maar gebeurtenissen zien. Dat je een stukje van de werkelijkheid kon bewaren en steeds maar weer opnieuw vertonen, dat was het werkelijke wonder. Die eerste bezoekers gingen daarom vaak iedere dag opnieuw kijken om te controleren of die gefilmde beelden echt wel bewaard waren gebleven…

En dan nu: je maakt wat mee, filmt het en zendt het door over de hele wereld als je wilt. Wat een verschil. Daarom is het zo heerlijk te lezen en voor je te zien hoe het begin is geweest.

twee citaten uit Boy

Als ik ergens loop zonder fototoestel en ik zie iets dat mijn aandacht trekt, dan maak ik van mijn hand een kokertje en kijk daardoor. Dan heb ik een idee hoe een foto eruit zou kunnen zien. Het is inmiddels wel bekend dat ik graag oude muren en muren met opschriften, scheuren enz. fotografeer. Daarom vond ik onderstaand citaat uit ‘ Boy’ van Bernlef zo leuk:

Hij maakte een kijker van zijn rechterhand en tuurde zo naar de huizen naast de spoorbaan.’Ik heb laatst een blinde muur gefotografeerd,’ zei hij. ‘ Een prachtige foto, al zeg ik het zelf. Ieder steentje is anders. Je kunt er de lichtval aan aflezen, de verschillende diktes van de specieranden, de lichte brokkeling aan de randen.’
‘ Een blinde muur,’ zei William. ‘De uitdrukking zegt het al. Omdat mensen er niets in zien, verklaren ze de muur voor blind.’
John lachte…

Voor mij bestaan er eigenlijk geen blinde muren in de betekenis van: niets aan te zien. Ik zie bijna overal wel iets in, of aan.

In het boek staan genoeg stukken om te citeren, maar ik pak er nog een korte uit.

…De weilanden gingen over in laag glooiende, vaalgroene duinen. Hij zag een man met een jutezak lopen, waarschijnlijk een stroper die achter konijnen aan zat. Coney Island was een verbastering van Konijnen Eiland, zoals de eerste Hollandse emigranten dit gebied in de zeventiende eeuw hadden genoemd. Als die Hollanders het indertijd een beetje slimmer hadden aangelegd zou New York nu een Hollandse stad zijn geweest en werd er over de hele wereld Hollands gesproken…

Dit heb ik nooit geweten en ik denk dat ik niet de enige ben.

Het boek speelt rond 1900 rond New York en er staan ook een paar leuke stukken in over het begin van de film. Maar dat komt een andere keer.

nog even verder vliegen

Naar aanleiding van de reactie van Els op het stuk over de vlieg ben ik eens gaan kijken wat Midas Dekkers over de vlieg schrijft in zijn boek ‘ Pets’. En die titel slaat weer mooi op wat Els schreef. Op pagina 35 schrijft hij:…’ Stront of suiker, het is de vlieg om het even. Voor hij ervan eet, moet de tandeloze sabbelaar vast voedsel eerst een beetje oplossen door er wat maagsap op te spuwen. Zo spuwt hij suiker op uw stront en stront op uw suiker, vermengd met honderdduizenden bacteriёn  uit zijn darmkanaal. Buiten op zijn lichaam voert de vlieg nog een miljoen bacteriёn mee aan de haren waarmee romp, poten, voeten en zelfs vleugels zijn bezet… Tegen de voortplanting van een vlieg is niets opgewassen. Zou al haar nageslacht in leven blijven, dan brengt  een zwanger wijfje in een zomer vijf miljard nieuwe vliegen ter wereld, met een gezamenlijk gewicht als dat van alle Amsterdammers…
 

En wat een geluk voor ons dat roodborstjes, pimpelmezen en andere vogels die vliegen, en andere insecten, met huid en haar verslinden. Daarom is het zo belangrijk dat we in onze tuinen struiken en bomen houden waar de vogels in kunnen schuilen, rusten, uitkijken en we in de herfst niet al het blad van de grond halen want daaronder kan het wemelen van insecten die de vogels weer van de winter kunnen opeten. Ik heb op internet twee plaatjes van vliegen gehaald. Vooral die ene die lekker in zijn handen wrijft, zo van’ mmm, lekkere hapjes’, vind ik leuk. Ja, en hoe lastig ook voor ons, die beestjes zitten zo knap in elkaar, kunnen zo’n tweehonderd vleugelslagen per seconde ( volgens M.Dekkers) doen, dat is toch niet voor te stellen. In de tijd dat jij ‘ eenentwintig’ zegt heeft die vlieg dus al tweehonderd keer met zijn vleugels gewapperd. Ons oog kan dat niet eens registreren. Mijn advies: als je er een ‘n doodsklap wilt geven, bekijk hem vooraf even op je gemak want wat hij kan, kun jij niet. Andersom trouwens ook.

schrijversportretten

Als je zo’n titel leest, dan denk je waarschijnlijk aan een geschreven portret over een schrijver, althans, dat denk ik dan direct. Maar er zijn natuurlijk ook foto’s en schilderijen van schrijvers gemaakt. Ga maar eens naar het Letterkundig Museum in Den Haag, daar hangt de bovenverdieping er vol mee. Maar nu heb ik jaren geleden een boekje gekocht/gekregen waarin getekende zelfportretten van schrijvers staan en het leuke is dat de meeste van hen een karikatuur van zichzelf maakten. Ik kwam ze net weer onder ogen toen ik bezig was wat mapjes door te nemen van: wat kan weg, wat mag blijven. Deze mogen blijven: Vasalis, Buch, Carmiggelt, R.Campert.

natuur mee in bed

Tja, ik ben zelf natuurlijk ook een stuk natuur dat ik mee naar bed neem, maar met de titel bedoel ik het lekkere bedboek ‘ PETS’ de beste dierenverhalen in en om het huis, van Midas Dekkers. Waarom ik het een bedboek noem? Omdat het korte verhalen heeft zodat je de volgende avond zo weer verder kan met een nieuw verhaaltje. Omdat het lekker leest, me een glimlach en soms zelfs een echte lach ontlokt en omdat ik geniet van de bijzondere wijze waarop Dekkers naar de wereld om ons heen kijkt. Heel vaak zijn zijn eerste zinnen nieuwsgierig makend zoals in het stuk over de huismuis:

Honden hebben het er zelf ook moeilijk mee. Zij hebben viér poten om in hun poep te trappen. Toch heb ik dat een hond nog nooit zien doen. Evenmin zie je binnenshuis ooit een poes met een hoofd als een boei iets onder zijn poten vandaan schrapen…”

Maar ook zijn laatste zinnen mogen er zijn, zoals in het stuk over de bacterie:
…”Moeten we ons dan maar niet meer wassen? Natuurlijk wel. Infectieziekten zijn immers niet door de dokter als wel door de loodgieter uitgeroeid. Af en toe wassen kan heus geen kwaad. Doe het gerust. Als was het maar om onze bacteriën een goede beurt te geven. Want díé viespeukjes wassen zich nooit.”

En ik sluit het af met een laatste zin van het stuk over de Vlaamse Reus: …” Op de erfzonde heeft zeep geen vat”.

En terwijl het al half elf in de avond is, staan alle ramen nog open, zitten de mensen nog heerlijk buiten. Ja, zo hoort een zomeravond te zijn. Zo dadelijk lekker lezen over ‘ het knaagdier’ . Benieuwd welk knaagdier tevoorschijn komt na de introductiezinnen: “Geheimen moet je houden. Daarom werd het de politie op het Schotse eiland Mull onlangs verboden vertrouwelijke papieren nog langer met het vuil mee te geven…”

gestameld liedboek

Ik denk dat ieder van ons wel iemand kent of heeft gekend die dement is of alzheimer heeft (gehad). Dat kan in allerlei stadia zijn en als je dat van dichtbij meemaakt van een geliefd iemand, dan is dat zwaar, verdrietig, pijnlijk, soms even vrolijk maar vooral doet het pijn. Erwin Mortier, die ook het prachtige boek over de eerste wereldoorlog ( ik kan dat niet met hoofdletters schrijven) schreef: ‘ Godenslaap’, heeft een boek geschreven over de veranderingen bij zijn moeder door alzheimer. Hij heeft het in een prachtige vorm gedaan: korte stukjes met veel wit er omheen op de pagina’s, alsof hij zo ook wilde verbeelden dat ze steeds minder woorden en meer leegte in zich kreeg. Het boek heet ‘ Gestameld liedboek’ en het is een aanrader. Ik lees het nu voor de dere keer en ieder keer weer ontroert het mij en eveneens pleziert het mij door zijn taalgebruik. Lees maar pagina negen mee:

“Dit is de mond waar ik in de wieg wie weet hoe lang naar gestaard heb. Dit is de mond wiens gymnastiek van liefkozing, slaaplied, gefluister me op het spekgladde oppervlak van de woorden overeind moet hebben getrokken. Dit is de mond die haar spraak nu ontbladert, de woorden klinker voor klinker uitkleedt in pufjes adem, tandengekansr, gesmak. Soms mompelt ze mondenvol pap naar buiten, ben ik het die luistert en met een zakdoek de woordmoes van haar kin veegt.’

gratis boeken

Van de week hebben we een auto vol boeken van mijn moeder naar de kringloopwinkel gebracht. We zijn blij dat er een nieuwe bestemming voor komt. Maar het kan ook anders. In Amerika, maar ook al in Nederland, verschijnen in sommige straten kleine boekenhuisjes waar je overtollige boeken in kunt leggen en een ander mag die er gratis uithalen. Een leuk buurtinitiatief. Ik vond er een leuke foto van:

Blasius

 

Vandaag is het 3 februari en dan gingen wij als schoolkinderen naar de kerk voor de Blasiuszegen. Ik herinner het me nog goed. De priester kruiste dan twee kaarsen en hield die voor je keel waarbij hij, denk ik, wat gebeden zei. Net als het askruisje halen heeft dat best indruk op me gemaakt. Heeft het me geholpen tegen keelproblemen? Je bent geneigd ‘ nee’ te zeggen, maar je weet nooit hoe het zou zijn geweest als ik het niet had gehad. Wie was die heilige Blasius eigenlijk? Ik zoek het even op in mijn leuke boek ‘ 365 heiligendagen’ door Kees van Kemenade en Paul Spapens. Er staat een heleboel over de heilige in maar ik pik eruit wat ik voor nu interessant vind.

Blasius was een vroegchristelijke martelaar die in het begin van de vierde eeuw bisschop was in Armenië. Hij was ook geneeskundige. Zijn grootste bekendheid kreeg hij door de legende dat hij het leven van een jongetje redde dat een visgraat had ingeslikt en dreigde te stikken. Maar er is nog een ander verhaal waarin van een moeder twee kaarsen voor de heilige had gebrand en dat daarna de heilige haar kind zou hebben genezen. Het gebruik van de Blasiuszegen stamt uit de zestiende eeuw en gaat terug op het verhaal van het kind en de visgraat. De hals wordt aangeraakt door twee kaarsen die in de vorm van een Andreas-kruis aan elkaar zijn verbonden.

Wat ik ook leuk vind is het volgende: Het volksgeloof, dat een verband legde tussen de naam van de heilige en het blazen van de wind, maakte van de heilige ook de schutspatroon tegen de storm. Hij is ook schutspatroon van de muzikanten die blaasinstrumenten bespelen. En omdat bepaalde zweren en huidontstekingen ook ‘ blazen’ worden genoemd, is hij daar ook de beschermheilige van.

Ik moet hier altijd om glimlachen, het is zo handig om overal een beschermheilige voor in het leven te roepen als je er geen medicijn tegen hebt. Baat het niet, het schaadt ook niet. Dan eindig ik met een weerspreuk: ‘Als het op Sint-Blasius regent of waait, zeven weken lang de wintermolen draait.’ en vandaag heeft het geregend, dus…

schrijven en gewichtheffen

 Ik schrijf heel graag en lees ook graag over schrijvers en hoe zij tot hun schrijfsels komen en hoe zij dat dan weer beschrijven. Uit het al meerdere keren geciteerde boek’ een jaar aan scherven’ van Koos van Zomeren staat zo’n leuk stuk.

Schrijven is zoiets als gewichtheffen. Ik heb van gewichtheffen weinig sjoege, maar je ziet weleens zo’n mannetjesputter op de tv, een tenenwippend en handenwringend gedrocht, vol haat en angst, gefixeerd op het dode gewicht dat als het wordt aangevat de spieren scheurt en de bloedvaten doet barsten.
Dat gewichtheffen als sport wordt beschouwd bevalt me aan de vergelijking het best. Ook schrijven dient tot niets behalve zichzelf. Je doet het jezelf aan. En als er een inzinking nodig is om moed te verzamelen voor de volgende krachtsinspanning doe je jezelf een inzinking aan.
Is schrijven een prestatie? Voor de meeste mensen wel en dat is maar gelukkig ook. Voor mij betekent schrijven dat ik me ermee verzoend heb te doen waarvoor ik geschikt ben. Voor mij zou het een prestatie zijn gewicht te heffen.’

Ikzelf heb een aantal gedichten gemaakt over het dichten. Een daarvan las ik vroeger graag voor omdat ik het een leuke afsluiting vond voor de soms zwaardere gedichten. Het gaat zo:

was ik er maar nooit aan begonnen
al dat dichten begint mijn leven
aardig te ontwrichten
geen tijd meer voor een suite van bach
espresso in plaats van koffie-hag
wakker moet ik blijven en alert
ik voel het in al mijn gewrichten
dit dichten zal mij ten gronde richten

En ter afsluiting wil ik R. en de andere reageerders danken voor hun complimenten. Leuk om te lezen dat het wordt gelezen en gewaardeerd.

veranderend landschap

 

Ik dacht: laat ik eens een paar vakjes in mijn boekenkast opruimen. En daar kwam ik een schattig groen boekje tegen dat ik ooit van A. of M. heb gekregen en dat ik had bestemd voor mooie/boeiende/wijze uitspraken. En zo gisteren lopend langs het Spaarne in Haarlem en allerlei plekjes zien die ik al van jongs af aan gezien heb valt me de tekst van Koos van Zomeren op uit ‘ een jaar in scherven”. En nu ik na het lezen er over nadenk besef ik dat veel plekken van mijn jeugd niet al te zeer zijn veranderd of zelfs helemaal niet. Een paar maanden geleden ben ik met vriendin a. langs plekjes van onze jeugd in Haarlem Noord gefietst en onze huizen van toen waren er nog, de scholen, de speeltuin. Dat is toch wel bijzonder, vooral als je het onderstaand citaat leest.

 

Landschap

Zo is het.

Elk levend wezen heeft een inwendig plaatje van het landschap waar hij/zij thuishoort.
Het landschap van zijn jeugd, daar was het goed, het pure feit dat je er bent opgegroeid bewijst dat.
En probeer in Nederland dan eens één element in het landschap te noemen dat sinds je jeugd niet grondig is veranderd.
Alleen de horizon boven de zee misschien.

« Previous EntriesVerder kijken »