zonnige dag

Wat een heerlijke dag is dit geweest. Februari en lunch op het balkon waar het ruim 25 graden is. Met Ton binnen op de bank zat ik daar te schrijven. Later het geschrevene ingetikt in de computer want het moet later weer doorgestuurd kunnen worden naar Nel. En dan blader ik wat door mijn mappen en vind een woordgedicht over mijn geboorte- en leefstreek. Al enkele jaren geleden gemaakt maar nog even actueel voor mij.

KENNEMERLAND

k     kuststrook uit oude tijden

e     en mijn geboortegrond

n     natuur overal rondom me

n     nee, hier wil ik niet weg

e     eventjes wel op vakantie

m    maar dan weer snel terug naar huis

e     enkel wat duinen, verder is het plat

r     rood, geel, blauw en wit in de lente

l     langzaam fietsen door de bollenstreek

a    andere keren naar park, bos of strand

n    nergens zoveel te zien op een klein oppervlak

d    daarom ga ik hier nooit vandaan

KENNEMERLAND

alleen de namen

Bij schrijflessen wordt altijd gezegd: toon maar leg niet uit.
Zo kwam ik onlangs een gedicht tegen over de eerste en tweede wereldoorlog ( ik kan het gewoon niet met hoofdletters schrijven) zonder dat het woord oorlog er in voorkwam of werd uitgelegd wat er van die oorlog te zien was, gewoon door het noemen van namen die met de oorlog te maken hebben gehad.

In Europa

We waren in Guernica
en reden toen langs Oradour,
Ieper en Rotterdam
terug naar huis.

Dat was een lange, zware
tocht tot hier, tot nu.

Volgend jaar gaan we
misschien naar Duitsland.

Hans Kuyper

glaskunst

glaskunst

blauwen
en groenen
spelen met elkaar
en met het zonlicht
glaskunst

glaskunst
blijft betoverend
door het licht
dat er mee speelt
verrassend

verrassend
steeds weer
breking van licht
door vormen in glas
glaskunst

m’

Deze elfjes schreef ik naar aanleiding van bovenstaande vaas van Willem Heesen, gezien in het Van der Togtmuseum in Amstelveen. en ik schreef erover omdat de afgelopen maand Nel en ik over allerlei materialen schreven, dachten, en fotografeerden.

moeder

Vandaag is de sterfdag van mijn moeder. Al weer zes jaar geleden dat zij overleed en wij haar kist met elkaar blauw verfden. Het blauw van haar pakjes sigaretten. Op zoek naar en foto van haar kwam ik een van haar zelfgemaakte kerst-nieuwjaarskaarten tegen die wel tekenend voor haar is.

Op zoek naar een gedicht voor deze gelegenheid vond ik er een van Bette Westera: Oma’s jas.

Voordat we met haar kleren naar de kringloopwinkel gaan,
stop ik nog gauw een briefje in de zak van oma’s jas,
zodat de dame die hem koopt
er straks niet argeloos in loopt,
maar weet dat het de jas van oma was…

kerstmis

kerstmis

k    koud en wit vroeger
e    en ieder jaar de nachtmis
r    rood en goud in de echte kerstboom
s    samen aan
t    tafel voor spelletjes
m   maar ook voor de kerstdis
i    ieder jaar rollade en peertjes
s    samenzijn was zoals alleen is met

kerstmis

vis

Ik hobbel wat heen en weer in huis en zit nu in mijn kamer en pak een gedichtenbundel van Judith Herzberg:’ Doen en laten’. Daar zitten heel veel ezelsoren in en die pagina’s bekijk en lees ik weer eens tot ik stop bij het gedicht ‘Vis’. Vind ik wel passend bij mij nu.

Vis

Als ik een vis was wist ik wel
hoe ik moest zwemmen, zachtjes door het water
wimpelen en met een wending remmen.
Ach waarom voel ik wat nooit voor mij
bedoeld is in mijn ruggegraat terwijl ik
toegerust als mens zo moeizaam
door de kamers waad.

Judith Herzberg

heerlijk pessimisme

Naast prachtige bloemen en heerlijke bonbons, kreeg ik bij de opening ook het boekje ‘Pessimisme kun je leren’ van Lévi Weemoedt. Twee korte gedichten eruit:

Record

Mijn tweede vrouw
is zó snel
weggelopen

dat zij de eerste
nog heeft
ingehaald.

Desparate housewife

Mijn huis is
zó vervuild
dat ik eerst
m’n voeten veeg
vóór ik naar buiten ga.

vallend blad

Blad

Zoals dit ene blad, losgeraakt
vanuit de top van een beuk
in volkomen windstilte vallend,
zich nog om en om wentelt
in de lage zon van november

met alle lente- en zomerdagen
en nachten onder bruinverkleurde
huid en ik het één meter boven
aarde met vlugge hand van
voorspelbare ondergang red.

Zou zo ook een hand ons ooit.

Marc Tritsmans

Dit gedicht kregen we vanmorgen in het schrijfcafé en ik dacht: dat zou ik geschreven willen hebben. Zo mooi dat opgeroepen beeld, die stilte van de herfst, de afbrekingen van de regels en die laatste wens.
Natuurlijk gingen we daarover schrijven, maar omdat sommige lezers niet zo van de lange stukken zijn, komt mijn reactie op het gedicht morgen. Er moet wat te verlangen zijn, niet waar? Bovendien verdient dit gedicht alle aandacht.

zekerheid van het bestaan

mijn tent van doek
weerde het felste licht
tot de hemel verduisterde

mijn hut van hout
keerde volle stormen
tot de brand kwam

mijn huis van steen
was voor altijd
tot de beving kwam

en de aarde onder mijn toekomst
wegspoelde in de rivier
van verloren dromen

m’

boekenvrouw

In het museum zag ik dit beeldje en dacht direct aan onze dochters die zo met taal en boeken bezig zijn.

Gedichten, dat is meer mijn kant, zij zijn van het proza. Het bijzondere van een gedicht vind ik dat het vaak net zoveel zegt in een paar regels als in proza een heel hoofdstuk. Neem nu dit gedicht van Katelijne Brouwer:

Sprakeloos

er zijn geen woorden voor verdriet
er zijn geen woorden voor
er zijn geen
woorden
voor

alleen verdriet

« Previous EntriesVerder kijken »