roodborstje

Mijn moeder is een roodborstje
zij wipt dikwijls even langs.
Op de borrelsteen pikt zij
wat in het groene mos. Ik
bespied haar vanachter
het gordijn en let op wie
haar kan bespringen.

Zij weet dat ik over haar waak.

Nu vliegt zij naar de bloempot.
Haar etensplek. De meesjes
kregen een andere plaats.
Eksters die snerpend kwetteren
klap ik met mijn handen weg.
Zij blijft rustig zitten.

Zij weet dat ik over haar waak.

Nog even, dan vliegt zij
naar mijn dochter in de grote stad.
Op haar balkon hipt het roodborstje
vrolijk rond en nipt van het voer.
Als dank fluit zij een lied.

Mam, ze zingt als een nachtegaal, het
is (net) oma, die vroeger voor ons zong.
Als jij de rozenstruiken knipt rond
haar graf en ik bloemen neerleg op haar
steen is zij er ook altijd.

Je weet toch mam, dat zij over ons waakt.”

Rim Sartori
22 februari 2009

Het roodborstje staat voor de verbinding tussen hemel en aarde.

lente

Een merel

Er is iets in de zang van de merel
het is voorjaar, je word wakker

je ligt te denken in de nacht
het raam staat open- er is iets

waarvan de vogel zingt
en je denkt aan wat je moet opgeven

er is iets in je dat leeg is en het stroomt vol
met het zingen van die merel.

Toon Tellegen

Al enige hoor ik ’s morgens vroeg als ik er even uit ben, een merel zingen. Wij hebben geluk dat achter onze flat grote tuinen zijn waar veel vogels komen. Ik hoor ook andere vogels, zoals de tuinfluiter, de tjiftjaf en enkele waarvan ik de zang niet kan herleiden. Een van mijn zwakke punten blijft dit, maar ik zit er niet mee. Maar wat ik altijd herken en waar ik echt een lentegevoel van krijg is het ‘tepiet’, ‘tepiet’ van de scholekster. En al is het fris vandaag, de linde voor ons begint te kleuren, overal komt groen uit de knoppen, strekt en ontvouwt zich. De lente is niet meer te stoppen. Maar wie zou dat willen?

moeder

Moeder

Zijzelf was als de zee, maar zonder stormen.
Even blootshoofds en met brede voet.
Rijzend en dalend op haar vloed,
als kleine vogels op haar schoot gezeten,
konden wij lange tijd haarzelf vergeten,
rustend en rondziend en behoed.
Haar stem was donker en wat hees
als schoven schelpjes langs elkander,
haar hand was warm en stroef als zand.
En altijd droeg zij om haar bruine hals
dezelfde ketting met een ronde maansteen,
waarin een neevlig blauw een kleine gele maan scheen.
Voorgoed doordrongen door haar kalm geruis
waren wij steeds op reis en altijd thuis.

M.Vasalsi
uit:Vergezichten en gezichten.

Ik vind dit een van de mooiste moederbeelden en zie het helemaal voor me. Voel de veiligheid, de geborgenheid. Zo kun je met gewone woorden iets heel bijzonders beschrijven. Want dit als kind mogen ervaren is heel bijzonder en geeft, denk ik, een stabiele basis voor later. En eigenlijk zou dit niet bijzonder moeten zijn, maar gewoon. Helaas is het dat voor vele kinderen niet.

verlangen

Morgen is het al weer vier jaar geleden dat onze Mink is overleden en wat wordt hij nog gemist. Dat vrolijke koppie, die droge humor, dat verlegen lachje, konden we dat nog maar weer eens zien en horen. Maar dat kan niet. Prachtig is dit verlangen vertolkt in het volgende gedicht:

‘Kom terug’.
Als ik die woorden eens zò zacht kon zeggen
dat niemand ze kon horen, dat niemand zelfs kon denken
dat ik ze dacht…

en als iemand dan terug zou zeggen
of desnoods alleen maar terug zou denken
op een ochtend
‘Ja’.

Toon Tellegen.

winterboom

Als je
eindelijk kunt zien
hoe de boom
vertakt
dan is het winter.

Jan Arends

glimlach

Servetten bedrukt met het bekende gedicht ‘Een glimlach’ van de Zimbabwaanse Emelda Tshuma.

Gedicht

Wat een glimlach vermag

Hij kost niets maar brengt veel teweeg.
Hij schiet voorbij in een flits maar de herinnering blijft soms voor altijd.
Toch laat hij zich niet kopen, lenen of stelen.

En als ik te moe mocht zijn je een glimlach te schenken.
Wil je er alsjeblieft een van jou achterlaten.
Want niemand heeft een glimlach zo nodig
als wie er geen meer te geven overheeft.

Deze tekst kregen we vanmiddag van een van de deelneemsters aan het labyrintlopen. Prachtig!

elfje

grijs
en ouder
gaan wij voort
met een jeugdig hart
glimlachend

grijs
voelt niet
saai, drukkend, futloos
maar grijs, groen en
gelukkig

m’

nevel

Nevel is ’t niet meer voorbijgaan
van iets moois dat al volbracht is.
Nevel is gelukkig haast niet meer bestaan,
niet meer moeten
en nog even mogen.
Je was lang gebleven.
Nevel is even
daarna.
Ik zie haast nog je ogen.
Nevel is: nog bijna.

Herman de Coninck
Uit: Met de vedel

Dit is zo mooi, daar hoef ik niets aan toe te voegen.

zekerheid van het bestaan

zekerheid van het bestaan

mijn tent van doek
weerde het felste licht
tot de hemel verduisterde

mijn hut van hout
keerde volle stormen
tot de brand kwam

mijn huis van steen
was voor altijd
tot de beving kwam

en de aarde onder
mijn toekomst wegspoelde
in de rivier van verloren dromen

m’

Dit schreef ik jaren geleden na een natuurramp en helaas is het nog steeds van toepassing, ergens op de wereld. En dan tel ik mijn zegeningen en ben ik dankbaar dat ik hier woon en dit nog nooit heb hoeven meemaken.

kerst

Vanmorgen samen met Ton naar de kerk geweest en genoten van het prachtige koor, de preek en het samenzijn. En nu, eind van de middag deel ik een stuk van het gedicht dat Freek de Jonge heeft geschreven voor Trouw. Ik pak de laatste twee strofen omdat het voor mij zo passend is bij kerst en bij de tijdgeest. En net als hij, ben ik vaak heel verbaasd over wat ik geschreven heb naar aanleiding van een thema, tekening of opdracht. Dat is het wonder van het creatief proces.

We hebben geen behoefte meer aan vragen
waar we geen antwoorden op weten
en nog het minst van alles
zitten we te wachten op een preek
Maar wat blijft er over van een wereld
zonder geloof in goed en beter
Wat moet er worden van ons leven
als de geest ontbreekt?

Blijf Het Verhaal vertellen
De wereld kan niet zonder
en ieder pasgeboren kind
is behalve een mysterie
bewijs van het wonder
dat het leven steeds opnieuw begint

Freek de Jonge, kerst 2017

Verder kijken »