heerlijk pessimisme

Naast prachtige bloemen en heerlijke bonbons, kreeg ik bij de opening ook het boekje ‘Pessimisme kun je leren’ van Lévi Weemoedt. Twee korte gedichten eruit:

Record

Mijn tweede vrouw
is zó snel
weggelopen

dat zij de eerste
nog heeft
ingehaald.

Desparate housewife

Mijn huis is
zó vervuild
dat ik eerst
m’n voeten veeg
vóór ik naar buiten ga.

vallend blad

Blad

Zoals dit ene blad, losgeraakt
vanuit de top van een beuk
in volkomen windstilte vallend,
zich nog om en om wentelt
in de lage zon van november

met alle lente- en zomerdagen
en nachten onder bruinverkleurde
huid en ik het één meter boven
aarde met vlugge hand van
voorspelbare ondergang red.

Zou zo ook een hand ons ooit.

Marc Tritsmans

Dit gedicht kregen we vanmorgen in het schrijfcafé en ik dacht: dat zou ik geschreven willen hebben. Zo mooi dat opgeroepen beeld, die stilte van de herfst, de afbrekingen van de regels en die laatste wens.
Natuurlijk gingen we daarover schrijven, maar omdat sommige lezers niet zo van de lange stukken zijn, komt mijn reactie op het gedicht morgen. Er moet wat te verlangen zijn, niet waar? Bovendien verdient dit gedicht alle aandacht.

zekerheid van het bestaan

mijn tent van doek
weerde het felste licht
tot de hemel verduisterde

mijn hut van hout
keerde volle stormen
tot de brand kwam

mijn huis van steen
was voor altijd
tot de beving kwam

en de aarde onder mijn toekomst
wegspoelde in de rivier
van verloren dromen

m’

boekenvrouw

In het museum zag ik dit beeldje en dacht direct aan onze dochters die zo met taal en boeken bezig zijn.

Gedichten, dat is meer mijn kant, zij zijn van het proza. Het bijzondere van een gedicht vind ik dat het vaak net zoveel zegt in een paar regels als in proza een heel hoofdstuk. Neem nu dit gedicht van Katelijne Brouwer:

Sprakeloos

er zijn geen woorden voor verdriet
er zijn geen woorden voor
er zijn geen
woorden
voor

alleen verdriet

een eeuw

Vandaag hadden we na lange tijd weer de dichtkring en het thema was ‘1968-2068′. Ieder had een gedicht gemaakt over toen, nu en later op zijn/haar eigen wijze. Dit was mijn gedicht.

1968-2068

ik sta wijdbeens
in het midden
van een eeuw

de linkervoet leunt
op het begin van
volwassenheid

mijn rechtervoet
steunt op de tijd
die na mij komen zal

verleden ligt vast
en straks is
nog onbereikbaar

ik sta wijdbeens
in het nu, kijk terug
en leef vooruit

marisca

elfje

Het blijft wonderlijk hoeveel je kwijt kunt in elf woorden.

medemens
samen mens
zijn zonder woorden
met een hart vol
liefde

liefde
geven, ontvangen
is samen menszijn
dat te mogen ervaren
rijkdom

m’

compleet

Vandaag zijn Nel en ik een nieuw project gestart:NEMA. We gaan weer aan de gang met woord en beeld. Vandaag schreven wij o.a. over:

COMPLEET

wanneer
ben je
compleet?

wil ik
dat zijn
of juist niet?

compleet
is af
en klaar

wil ik
dat zijn?
nee

ik wil me
blijven vormen
en uitbreiden

m’

stilte

Zo zag ik mijzelf gisteravond weerspiegeld in het raam terwijl ik nadacht over het woord ’stilte’.

STILTE

S   soms lukt het
T  terug in mijzelf
I   in stilte
L  lang duurt dat niet
T  telkens zijn er gedachten
E  en die zijn moeilijk tot zwijgen te brengen

STILTE

het is stil

het is stil


het is stil

op het ruisen na

en mijn ademhaling


ik ga me losmaken

van handen en voeten

die mij binden


niet meer moeten

alles laten varen

geen koers uitzetten


het is stil

op het ruisen na

van de zee


ik ontzink mijzelf

zoekend langs de verlaten kust

laat me los


het is stil


marisca

Dit gedicht schreef ik onlangs in Wijk aan Zee naar aanleiding van een aantal zelf gekozen woorden uit het gedicht ‘Als ik heel stil ben’ van Dorothee Solle.

Regentijd

Regentijd

R  regenritme kan boeiend zijn

E  en vervelend

G  geen droog moment vinden

E  ergert op den duur

N  nu valt af en toe een bui

T  tijdens onze strandvakantie

IJ ijverig zitten wij dan aan tafel

D  denkend aan woorden voor een gedicht

Regentijd

Verder kijken »