merel

In de nalatenschap van mijn broer zat ook de dichtbundel “ Het houdt op met zachtjes regenen” van C.Buddingh’.

Heerlijke lezen in bed en dan maar aanstrepen wat me opvalt. De ‘Ode aan de merel’ zou ik hier wel helemaal willen laten lezen, maar dat gaat me te ver. Belangstellenden kunnen het op internet vinden. Het is de moeite waard. Maar ik laat de laatste strofe lezen:

De mens is, helaas, niet romantisch: ook al zong jij nog tien keer
zo fraai als je doet, als je vier of vijfmaal zoveel
vlees aan je lijf had, was je waarschijnlijk
al lang uitgestorven, of werd je bij miljoenen
vetgemest op een merelfarm:
zo zie je maar weer: een zanger kan ‘t best
vel over been zijn- misschien
dat er dan ook voor hem hier en daar
een paar kruimeltjes overschieten.

Er moeten een paar regels inspringen maar dat pakt het programma niet. Dat geeft het nog meer lading.

gedicht

De doden zijn niet dood

Ik heb een kerkhof in mijn brein
waar allen rusten die er niet meer zijn.
En plotseling duikt iemand sterk naar voren
ik kan zijn/haar opmerkingen zo weer horen.
Nee, doden krijg je niet zomaar klein
Als het felle verdriet
voorbij is van het niet-meer-zijn
Begeleiden duizenden herinneringen
jouw levensweg
tot het einde toe.

Ton Toutnu

Dit gedicht kwam ik van de week weer tegen en ik denk dat het heel herkenbaar is voor allen die een geliefd iemand hebben verloren.

te vroeg

te vroeg

het haar met de kleur
van honing waait zacht op
rond het grauwe gelaat

de staalblauwe ogen
gesloten, geen flits
van herkenning meer

bleke handen met randjes
zwart onder de nagels
uitgewerkt

de verschoten jurk,
ooit helrood, bedekt
het stille lijf dat rust

tussen zonnebloemen,
lavendel en te vroeg
gevallen appels

marisca

blond

Soms heb je even zin in wat luchtigs, zoals onderstaand gedichtje dat ik jaren geleden maakte. Ik kwam het gisteren weer tegen.

Onder het mom van- ik ben blond en dom-
troggelde zij menig cheque
uit zijn zak. Zij was ‘dom’, hij was gek.
En terwijl zij van genoegen glom
werkte hij zich voor zijn blonde krom.

levenskracht

Een meisje.

Ze wacht.
Nee, denkt ze, ik wacht niet,
ik dans.

Ze danst,
ze danst met lange, ranke passen,
langzaam en aandachtig,
ze houdt haar ogen dicht,

ze danst door deuren en door ramen
en door lange lankmoedige dagen-
hout, glas en uren vallen in splinters rond haar neer-

en telkens als ze niet meer kan
en bijna, bijna valt,
denk ze: Ik?
ik val niet, ik dans.

Toon Tellegen
Uit: Kruis en munt

Dit vind ik zo’n ontroerend mooi gedicht. Dit staat voor zo vele meisjes en vrouwen die iedere keer weer de kracht vinden om niet te vallen, om door te gaan, hun droom achterna.

4 mei

Een kind uit vijfenveertig

Mijn vader had twee levens. Een
kort en vlammend, zonder mij. En een
daarna. Mijn vrijheid was een plicht.

Ik speelde in een pasgeboren luwte;
wat ik voor vol aanzag was innerlijk
ontwricht. Verhalen gingen onvoorspelbaar

dicht en vragen ketsten terug. Ik zweeg.
Als ik aan tafel zat stond er een horde
hol van honger in mijn rug. Ik at.

Hij nam een boot. Geen vijand kan
op open water schuilen. Mijn vader
klemde in zijn vuisten schoot en roer.

Gevangen in een cel van hout dwong
hij de vrede af. Hij vocht met storm.
Opluchting dreigde als een tweede dood.

Mijn vader had twee levens: een
sloeg zijn brandmerk in het ander
en het ander joeg een schaduw over mij.
Ik ging aan land, ik, voel de wind
en in die schaduw ben ik vrij.

Anna Enquist

uit: Klaarlichte dag

Zo ook had de oorlog invloed op de tweede generatie en soms ook nog op de volgende. We kennen de verhalen, maar het is goed er minstens eens per jaar letterlijk stil bij te staan.

mens en merel

Merels ten spijt

Het is wel duidelijk, de merel in de tuin
denkt nooit eens dat hij leeft. Alles is
zoals het is, bekommernis is flauwekul,
hij ziet de kat en weet dat hij de boom
in moet. Dat ziet hij goed.

Maar in het gras een mens, die denkt
aan straks en toen, die steeds weer wil
dat alles anders is. De hele aarde nieuw
en liefst de hemel ook want wat er is,
merels ten spijt, is niet echt goed.

Een mens heeft vaak geen flauw idee
van hoe het leven moet.

Marjoleine de Vos

schoonmaak

MIJN MOEDER HOUDT SCHOONMAAK

Stof danst van bril tot bril
als ik haar vraag waarom.
‘dat moet nu eenmaal’, zegt ze,
haar hand om de fles Jif,
de veelbeproefde slagorde
van haar kootjes gereed.

Lammetjesgeblaat, merelgefluit,
kat op het dak; oude mannen
keuvelend op een bank in het park,
mattekloppers, kleedjeskloppers,
de duizelingwekkende caroussel
die ze zingt terwijl ze sopt.

Ieder jaar weer kwaad.
Welke natuur laat zich zo ringeloren,
welke knop barst gehoorzaam
groen open zodra zij een doek
om haar hoofd knoopt.

Vera Vlieger

Heerlijk dit gedicht zitten lezen op het balkon na een gezellige thee met een medebewoonster van onze flat. Stof kan wel even wachten, te mooi weer.

moedertaal

Vandaag zou mijn moeder 94 geworden zijn. Ter ere van haar en alle moeders nu een gedicht over moedertaal.

MOEDERTAAL

Misschien slaap er nog iets diep in je hoofd
iets van de taal van de moeder

want taal kan slapen- je probeert te bedenken
wat je droomde terwijl de droom alweer verdwijnt
in een steeds donkerder wordende schemer nog
voor je de woorden ervoor terugvindt

bij het woord moedertaal zie ik een oude foto
een schemerdonkere slaapkamer en in het bed
een jonge vrouw met in haar schoot
een pasgeboren kind- mijn moeder en ik

ze buigt zich over mij en haar gezicht is
nadenkend alsof ze zich afvraagt wie ik ben
mij zoekt en zoekt naar woorden voor mij

ik herinner mij niets van wat ze zei maar
dat is misschien de taal van je moeder
slapende geluiden in je hoofd

Rutger Kopland

smaak

Vanmorgen, zittend in de zon op het balkon las ik:

Met gedichten is het
net als met koekjes.
Die zijn er ook in alle vormen
en maten. Om te weten wat je
lekker vindt, moet je zoveel
mogelijk verschillende koekjes
proeven. Dan ontwikkel je
je smaak.

Plint.

Dan moet daar natuurlijk een gedicht op volgen. Ik kies er een uit het prachtige verzamelboek van Plint: “Lees maar lang en wees gelukkig.” En ik kies een liefdesgedicht omdat het buiten zo lenteachtig voelt en (bijna) iedereen vanmorgen blij was met de zon en de verkiezingsuitslag.

ik noem je: bloemen
ik noem je: merel in de vroegte
ik noem je: mooi

ik noem je: narcissen in de nacht
waarover de wind strijkt
naar mij toe

ik noem je: bloemen in de nacht

Jan Hanlo

Verder kijken »