levenskracht

Een meisje.

Ze wacht.
Nee, denkt ze, ik wacht niet,
ik dans.

Ze danst,
ze danst met lange, ranke passen,
langzaam en aandachtig,
ze houdt haar ogen dicht,

ze danst door deuren en door ramen
en door lange lankmoedige dagen-
hout, glas en uren vallen in splinters rond haar neer-

en telkens als ze niet meer kan
en bijna, bijna valt,
denk ze: Ik?
ik val niet, ik dans.

Toon Tellegen
Uit: Kruis en munt

Dit vind ik zo’n ontroerend mooi gedicht. Dit staat voor zo vele meisjes en vrouwen die iedere keer weer de kracht vinden om niet te vallen, om door te gaan, hun droom achterna.

4 mei

Een kind uit vijfenveertig

Mijn vader had twee levens. Een
kort en vlammend, zonder mij. En een
daarna. Mijn vrijheid was een plicht.

Ik speelde in een pasgeboren luwte;
wat ik voor vol aanzag was innerlijk
ontwricht. Verhalen gingen onvoorspelbaar

dicht en vragen ketsten terug. Ik zweeg.
Als ik aan tafel zat stond er een horde
hol van honger in mijn rug. Ik at.

Hij nam een boot. Geen vijand kan
op open water schuilen. Mijn vader
klemde in zijn vuisten schoot en roer.

Gevangen in een cel van hout dwong
hij de vrede af. Hij vocht met storm.
Opluchting dreigde als een tweede dood.

Mijn vader had twee levens: een
sloeg zijn brandmerk in het ander
en het ander joeg een schaduw over mij.
Ik ging aan land, ik, voel de wind
en in die schaduw ben ik vrij.

Anna Enquist

uit: Klaarlichte dag

Zo ook had de oorlog invloed op de tweede generatie en soms ook nog op de volgende. We kennen de verhalen, maar het is goed er minstens eens per jaar letterlijk stil bij te staan.

mens en merel

Merels ten spijt

Het is wel duidelijk, de merel in de tuin
denkt nooit eens dat hij leeft. Alles is
zoals het is, bekommernis is flauwekul,
hij ziet de kat en weet dat hij de boom
in moet. Dat ziet hij goed.

Maar in het gras een mens, die denkt
aan straks en toen, die steeds weer wil
dat alles anders is. De hele aarde nieuw
en liefst de hemel ook want wat er is,
merels ten spijt, is niet echt goed.

Een mens heeft vaak geen flauw idee
van hoe het leven moet.

Marjoleine de Vos

schoonmaak

MIJN MOEDER HOUDT SCHOONMAAK

Stof danst van bril tot bril
als ik haar vraag waarom.
‘dat moet nu eenmaal’, zegt ze,
haar hand om de fles Jif,
de veelbeproefde slagorde
van haar kootjes gereed.

Lammetjesgeblaat, merelgefluit,
kat op het dak; oude mannen
keuvelend op een bank in het park,
mattekloppers, kleedjeskloppers,
de duizelingwekkende caroussel
die ze zingt terwijl ze sopt.

Ieder jaar weer kwaad.
Welke natuur laat zich zo ringeloren,
welke knop barst gehoorzaam
groen open zodra zij een doek
om haar hoofd knoopt.

Vera Vlieger

Heerlijk dit gedicht zitten lezen op het balkon na een gezellige thee met een medebewoonster van onze flat. Stof kan wel even wachten, te mooi weer.

moedertaal

Vandaag zou mijn moeder 94 geworden zijn. Ter ere van haar en alle moeders nu een gedicht over moedertaal.

MOEDERTAAL

Misschien slaap er nog iets diep in je hoofd
iets van de taal van de moeder

want taal kan slapen- je probeert te bedenken
wat je droomde terwijl de droom alweer verdwijnt
in een steeds donkerder wordende schemer nog
voor je de woorden ervoor terugvindt

bij het woord moedertaal zie ik een oude foto
een schemerdonkere slaapkamer en in het bed
een jonge vrouw met in haar schoot
een pasgeboren kind- mijn moeder en ik

ze buigt zich over mij en haar gezicht is
nadenkend alsof ze zich afvraagt wie ik ben
mij zoekt en zoekt naar woorden voor mij

ik herinner mij niets van wat ze zei maar
dat is misschien de taal van je moeder
slapende geluiden in je hoofd

Rutger Kopland

smaak

Vanmorgen, zittend in de zon op het balkon las ik:

Met gedichten is het
net als met koekjes.
Die zijn er ook in alle vormen
en maten. Om te weten wat je
lekker vindt, moet je zoveel
mogelijk verschillende koekjes
proeven. Dan ontwikkel je
je smaak.

Plint.

Dan moet daar natuurlijk een gedicht op volgen. Ik kies er een uit het prachtige verzamelboek van Plint: “Lees maar lang en wees gelukkig.” En ik kies een liefdesgedicht omdat het buiten zo lenteachtig voelt en (bijna) iedereen vanmorgen blij was met de zon en de verkiezingsuitslag.

ik noem je: bloemen
ik noem je: merel in de vroegte
ik noem je: mooi

ik noem je: narcissen in de nacht
waarover de wind strijkt
naar mij toe

ik noem je: bloemen in de nacht

Jan Hanlo

elfje

Gisteren na het labyrintlopen kregen wij een prachtige tekst van Bernardus van Clairvaux :’ Putten uit de bron’. Ik heb voor mij de essentie neergeschreven in een elfje:

delen
uit volheid
houd je vol
omdat je niet leegloopt
levenswijsheid

En het waarom ik zo geniet van het schrijven staat in het volgende elfje

schrijven
brengt mij
zoveel onverwacht inzicht
zo waardevol dit te
doen

En nu ga ik aan de slag om een serie kleine gedichten te maken over het thema’ tijd’. Maar daar heb ik nog even de tijd voor, maar de eerste gedachtespinsels staan al op papier. (ik schreef gedachtenspinsels, maar daar komen rode kringeltjes onder van de computer en als ik de n weglaat niet. Gek, had ik andersom gedacht).

de eenzame

de eenzame

de eenzame is alleen
blikken van mededogen
worden weerkaatst

door zijn gesloten luiken
stil zit hij zonder te voelen
dat hij gevoelloos is geworden

slechts de eigen geur
is een herkenbaar
teken van leven

opgesloten in zichzelf
valt hij in de tijd uiteen

m’

Dit gedicht schreef ik onlangs naar aanleiding van een opdracht van onze dichtgroep.

woorden

Op zoek naar andere dingen vind ik zo nu en dan iets anders en vergeet ik even waarnaar ik op zoek was. Zo ook vanmiddag. Bladerend in pagina’s vol gedichten stuitte ik op onderstaand gedicht. Ik heb het waarschijnlijk al eens eerder laten lezen maar daar wordt een gedicht alleen maar beter van. Het is van een van mijn favoriete dichters: Hanny Michaelis. Zij kan veel zeggen met weinig, gewone woorden.

Woorden: een dubieuze
lekkernij. De sappige
liggen zwaar op de maag.
Zelfs de droogste laten
een weeë smaak na. Toch
kan niemand erbuiten,
ik ook niet. Maar als
er dan met alle geweld
spraak gemaakt moet worden
dan liever kleinspraak.

Hany Michaelis
uit: Het onkruid van de twijfel.

stof wacht wel

Ik heb gelukkig nooit het dwangmatige ‘ vandaag is het wasdag/poetsdag enz. gehad. Mijn adagio is: stof wacht wel, mooi weer niet. daarom is het gedicht dat onze A. op internet vond en doorstuurde me uit het hart gegrepen. Omdat ik denk dat ieder dat niet moeilijke Engels wel kan lezen, vertaal ik het niet, want dan gaat de charme verloren. Klik erop om te vergroten.

Verder kijken »