een Brit

Nu is toch aan mijn plek gebonden ben en ik zaterdag bezoek op mijn kamer krijg, een goede gelegenheid om de stapels op werkblad en tafel weer eens door te nemen, anders te stapelen zodat het net lijkt of het opgeruimd is. Maar dan vind ik altijd weer iets waarvan ik heb gedacht: daar heb ik wel een keer wat aan. Zoals dit gedicht van Herman de Coninck.

EEN BRIT

is iemand die ins taat is een warenhuis
binnen te komen, aan te kloppen en te vragen:

Stoor ik niet?”

Misschien stoort een Brit zichzelf wel,
een Britse persoonlijkheid moet iets wezen
als een brits waarop je ongemakkelijk slaapt.

Maar je leert er wel de tucht mee
om gevoelens op afstand te houden,
zoals je zelfs een sigaret op afstand houdt
door een (Engels uit te spreken
zo houd je het Frans op afstand)
porte-cigarette.

En je leert er het dédain mee om hoffelijk te zijn.

Ik geloof nog altijd dat Wellington, toen hij
in Waterloo Napoleons troepen zag
“quite interesting” moet gezegd hebben.

Herman de Coninck
uit: Kijk eens hoe echt.

Opruimen schiet zo natuurlijk niet op.

z van zomer en zee

Wie wat bewaard heeft wat. Dit maakte ik vorig jaar bij het letterproject met Nel bij de letter Z. Klik erop om het te vergroten.

de oude boot

de oude boot

de oude boot kan niet meer
op eigen kracht de koers bepalen
kan niet meer alleen op pad

de oude boot voelt lekwater
binnendringen, kieren kieren steeds wijder
verbanden raken los

de einder komt in zicht
ankers vallen ratelend
in de stilte voor de storm

de oude boot kan niet meer
en laat los, laat alles los

marisca

elfje

Het is leuk om uit een (zelfgeschreven) tekst woorden te pakken die je treffen. Daar kun je een elfwoordig gedicht van maken: een elfje. Vaak zit daar precies de essentie in van dat stuk. Dat deed ik afgelopen dinsdag in het schrijfcafe.

koesteren
en vasthouden
om los te
laten en vrij te
zijn

licht
en schaduw
horen bij elkaar
stoten af en trekken
aan

mussen

Vanmiddag bij iemand op bezoek geweest die enorm veel vogels in haar tuin had. Van dichtbij twee Grote Bonte Spechten rond de stam van een berk zien dwalen. Verschillende mezen, duiven, ekster, kauwtjes en een Vlaamse Gaai, vlak voor het raam. Geen mussen echter. Dat is een van de weinige dingen die ik hier op vier hoog mis: vogeltjes van dichtbij bekijken. Dat doet me denken aan een gedicht dat ik gisteren weer las van C.Buddingh’ :

Ook vogels

Toen ik jong was kon je mussen vaak gretig
in dampende paardevijgen zien happen.

Maar paardevijgen zijn er niet meer,
enkel nog hondedrollen.

En die schijnen niets te bevatten, dat bijdraagt
tot het voedselbestand van de mus.

Ook vogels, denk ik soms, zouden de wereld
als ze terugkomen konden, nauwelijks herkennen.

Denk niet dat ik in sommige woorden de n vergeten ben, dit gedicht is van voor de taalverandering.

Ik denk dat Els het gedicht wel kent, maar het fijne van gedichten is dat je er steeds weer opnieuw van kunt genieten.

roodborstje

Mijn moeder is een roodborstje
zij wipt dikwijls even langs.
Op de borrelsteen pikt zij
wat in het groene mos. Ik
bespied haar vanachter
het gordijn en let op wie
haar kan bespringen.

Zij weet dat ik over haar waak.

Nu vliegt zij naar de bloempot.
Haar etensplek. De meesjes
kregen een andere plaats.
Eksters die snerpend kwetteren
klap ik met mijn handen weg.
Zij blijft rustig zitten.

Zij weet dat ik over haar waak.

Nog even, dan vliegt zij
naar mijn dochter in de grote stad.
Op haar balkon hipt het roodborstje
vrolijk rond en nipt van het voer.
Als dank fluit zij een lied.

Mam, ze zingt als een nachtegaal, het
is (net) oma, die vroeger voor ons zong.
Als jij de rozenstruiken knipt rond
haar graf en ik bloemen neerleg op haar
steen is zij er ook altijd.

Je weet toch mam, dat zij over ons waakt.”

Rim Sartori
22 februari 2009

Het roodborstje staat voor de verbinding tussen hemel en aarde.

lente

Een merel

Er is iets in de zang van de merel
het is voorjaar, je word wakker

je ligt te denken in de nacht
het raam staat open- er is iets

waarvan de vogel zingt
en je denkt aan wat je moet opgeven

er is iets in je dat leeg is en het stroomt vol
met het zingen van die merel.

Toon Tellegen

Al enige hoor ik ’s morgens vroeg als ik er even uit ben, een merel zingen. Wij hebben geluk dat achter onze flat grote tuinen zijn waar veel vogels komen. Ik hoor ook andere vogels, zoals de tuinfluiter, de tjiftjaf en enkele waarvan ik de zang niet kan herleiden. Een van mijn zwakke punten blijft dit, maar ik zit er niet mee. Maar wat ik altijd herken en waar ik echt een lentegevoel van krijg is het ‘tepiet’, ‘tepiet’ van de scholekster. En al is het fris vandaag, de linde voor ons begint te kleuren, overal komt groen uit de knoppen, strekt en ontvouwt zich. De lente is niet meer te stoppen. Maar wie zou dat willen?

moeder

Moeder

Zijzelf was als de zee, maar zonder stormen.
Even blootshoofds en met brede voet.
Rijzend en dalend op haar vloed,
als kleine vogels op haar schoot gezeten,
konden wij lange tijd haarzelf vergeten,
rustend en rondziend en behoed.
Haar stem was donker en wat hees
als schoven schelpjes langs elkander,
haar hand was warm en stroef als zand.
En altijd droeg zij om haar bruine hals
dezelfde ketting met een ronde maansteen,
waarin een neevlig blauw een kleine gele maan scheen.
Voorgoed doordrongen door haar kalm geruis
waren wij steeds op reis en altijd thuis.

M.Vasalsi
uit:Vergezichten en gezichten.

Ik vind dit een van de mooiste moederbeelden en zie het helemaal voor me. Voel de veiligheid, de geborgenheid. Zo kun je met gewone woorden iets heel bijzonders beschrijven. Want dit als kind mogen ervaren is heel bijzonder en geeft, denk ik, een stabiele basis voor later. En eigenlijk zou dit niet bijzonder moeten zijn, maar gewoon. Helaas is het dat voor vele kinderen niet.

verlangen

Morgen is het al weer vier jaar geleden dat onze Mink is overleden en wat wordt hij nog gemist. Dat vrolijke koppie, die droge humor, dat verlegen lachje, konden we dat nog maar weer eens zien en horen. Maar dat kan niet. Prachtig is dit verlangen vertolkt in het volgende gedicht:

‘Kom terug’.
Als ik die woorden eens zò zacht kon zeggen
dat niemand ze kon horen, dat niemand zelfs kon denken
dat ik ze dacht…

en als iemand dan terug zou zeggen
of desnoods alleen maar terug zou denken
op een ochtend
‘Ja’.

Toon Tellegen.

winterboom

Als je
eindelijk kunt zien
hoe de boom
vertakt
dan is het winter.

Jan Arends

Verder kijken »