gedicht

DAGLICHT

Uit chaos van lakens en
voorgevoel opgestaan, gordijnen
open, radio aan, was
plotseling Scarlatti
heel helder te verstaan:
Nu alles is zoals het is geworden,
nu alles is zoals het is
komt het, hoewel, misschien
hoewel, tenslotte nog in orde.

Judith Herzberg

gedicht

Ik weet dat er mensen afhaken als dit boven het bericht staat, maar dit gedicht is zo mooi. Vooral als je het een paar keer hardop leest en sommige zinnen eruit haalt. Alleen voor die laatste zin zou je het gedicht al overschrijven.

ZOMERNACHT

Doe nu eens even die gedachten dicht van je.
Denk nu eens liever niet na over morgen.
Kijk niet steeds weer die bosrand van gisteren
na, bramenplukker die je bent zoals vroeger
maar nu. Maak even geen onderscheid tussen
een wie en hoezo en de kans op anders.

Doe in je hoofd uit de lamp, hoor wat er is,
ademt en ritselt, kwaakt in de kikkers.
Leef met je lichaam van nachtwind de koelte.
Geeuw je een gat in je hart en proef het
zo rood als sap van bramen. Wees langzaam
door vogels gezongen het wordende licht.

C.O. Jellema
uit: Stemtest

tuin

ergens moet het zijn
een soort verwilderde tuin
van oude stilte

de boom voor het huis
zacht wazelt hij zijn verhaal
niemand begrijpt het

het heeft geregend
de tuin dampt goede geuren
aarde die verlangt

J.C. Van Schagen

Dit gedicht staat al een tijdje op mijn werkblad en opeens zag ik de zentangle die erbij past. Zo komen losse eindjes weer bijeen tot iets nieuws.

merel

In de nalatenschap van mijn broer zat ook de dichtbundel “ Het houdt op met zachtjes regenen” van C.Buddingh’.

Heerlijke lezen in bed en dan maar aanstrepen wat me opvalt. De ‘Ode aan de merel’ zou ik hier wel helemaal willen laten lezen, maar dat gaat me te ver. Belangstellenden kunnen het op internet vinden. Het is de moeite waard. Maar ik laat de laatste strofe lezen:

De mens is, helaas, niet romantisch: ook al zong jij nog tien keer
zo fraai als je doet, als je vier of vijfmaal zoveel
vlees aan je lijf had, was je waarschijnlijk
al lang uitgestorven, of werd je bij miljoenen
vetgemest op een merelfarm:
zo zie je maar weer: een zanger kan ‘t best
vel over been zijn- misschien
dat er dan ook voor hem hier en daar
een paar kruimeltjes overschieten.

Er moeten een paar regels inspringen maar dat pakt het programma niet. Dat geeft het nog meer lading.

gedicht

De doden zijn niet dood

Ik heb een kerkhof in mijn brein
waar allen rusten die er niet meer zijn.
En plotseling duikt iemand sterk naar voren
ik kan zijn/haar opmerkingen zo weer horen.
Nee, doden krijg je niet zomaar klein
Als het felle verdriet
voorbij is van het niet-meer-zijn
Begeleiden duizenden herinneringen
jouw levensweg
tot het einde toe.

Ton Toutnu

Dit gedicht kwam ik van de week weer tegen en ik denk dat het heel herkenbaar is voor allen die een geliefd iemand hebben verloren.

te vroeg

te vroeg

het haar met de kleur
van honing waait zacht op
rond het grauwe gelaat

de staalblauwe ogen
gesloten, geen flits
van herkenning meer

bleke handen met randjes
zwart onder de nagels
uitgewerkt

de verschoten jurk,
ooit helrood, bedekt
het stille lijf dat rust

tussen zonnebloemen,
lavendel en te vroeg
gevallen appels

marisca

blond

Soms heb je even zin in wat luchtigs, zoals onderstaand gedichtje dat ik jaren geleden maakte. Ik kwam het gisteren weer tegen.

Onder het mom van- ik ben blond en dom-
troggelde zij menig cheque
uit zijn zak. Zij was ‘dom’, hij was gek.
En terwijl zij van genoegen glom
werkte hij zich voor zijn blonde krom.

levenskracht

Een meisje.

Ze wacht.
Nee, denkt ze, ik wacht niet,
ik dans.

Ze danst,
ze danst met lange, ranke passen,
langzaam en aandachtig,
ze houdt haar ogen dicht,

ze danst door deuren en door ramen
en door lange lankmoedige dagen-
hout, glas en uren vallen in splinters rond haar neer-

en telkens als ze niet meer kan
en bijna, bijna valt,
denk ze: Ik?
ik val niet, ik dans.

Toon Tellegen
Uit: Kruis en munt

Dit vind ik zo’n ontroerend mooi gedicht. Dit staat voor zo vele meisjes en vrouwen die iedere keer weer de kracht vinden om niet te vallen, om door te gaan, hun droom achterna.

4 mei

Een kind uit vijfenveertig

Mijn vader had twee levens. Een
kort en vlammend, zonder mij. En een
daarna. Mijn vrijheid was een plicht.

Ik speelde in een pasgeboren luwte;
wat ik voor vol aanzag was innerlijk
ontwricht. Verhalen gingen onvoorspelbaar

dicht en vragen ketsten terug. Ik zweeg.
Als ik aan tafel zat stond er een horde
hol van honger in mijn rug. Ik at.

Hij nam een boot. Geen vijand kan
op open water schuilen. Mijn vader
klemde in zijn vuisten schoot en roer.

Gevangen in een cel van hout dwong
hij de vrede af. Hij vocht met storm.
Opluchting dreigde als een tweede dood.

Mijn vader had twee levens: een
sloeg zijn brandmerk in het ander
en het ander joeg een schaduw over mij.
Ik ging aan land, ik, voel de wind
en in die schaduw ben ik vrij.

Anna Enquist

uit: Klaarlichte dag

Zo ook had de oorlog invloed op de tweede generatie en soms ook nog op de volgende. We kennen de verhalen, maar het is goed er minstens eens per jaar letterlijk stil bij te staan.

mens en merel

Merels ten spijt

Het is wel duidelijk, de merel in de tuin
denkt nooit eens dat hij leeft. Alles is
zoals het is, bekommernis is flauwekul,
hij ziet de kat en weet dat hij de boom
in moet. Dat ziet hij goed.

Maar in het gras een mens, die denkt
aan straks en toen, die steeds weer wil
dat alles anders is. De hele aarde nieuw
en liefst de hemel ook want wat er is,
merels ten spijt, is niet echt goed.

Een mens heeft vaak geen flauw idee
van hoe het leven moet.

Marjoleine de Vos

Verder kijken »